8.3.Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en maatregel en bij de vaststelling van de duur daarvan in bijzonder het volgende laten meewegen.
Verdachte heeft zich gedurende een periode van vijf maanden schuldig gemaakt aan
belaging van zijn ex-partner (de aangeefster). Hij heeft zich ook schuldig gemaakt aan bedreiging van de aangeefster. Verdachte heeft op een zeer indringende en dreigende manier veelvuldig contact gezocht met de aangeefster. Daarbij heeft hij aangeefster minstens 2.683 SMS-berichten verstuurd, haar minstens 1.423 keer gebeld en een grote hoeveelheid voicemails met dreigende uitlatingen voor haar achtergelaten. Ondanks dat aangeefster verdachte herhaaldelijk heeft gevraagd te stoppen met het zoeken van contact bleef verdachte hiermee doorgaan. Als gevolg van het handelen van verdachte heeft aangeefster zich erg onveilig gevoeld. De impact van het handelen van verdachte blijkt ook uit de slachtofferverklaring die de aangeefster op de zitting heeft voorgelezen. Met zijn handelen heeft verdachte op indringende wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster en dat rekent de rechtbank verdachte aan.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 19 oktober 2025, waaruit blijkt dat hij op 25 april 2022 is veroordeeld voor belaging en in de periode van 2022 tot en met 2025 meerdere keren is veroordeeld voor bedreiging.
De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van het Pro Justitia rapport van 22 december 2025, opgesteld door J. van der Meer, psychiater en N.P.A. van der Weegen, GZ-psycholoog en het reclasseringsadvies tbs met voorwaarden van 10 februari 2026, opgesteld door S. van Niekerken.
In het Pro Justitia rapport staat onder meer:
Advies psychiater J. van der Meer
“Er is bij betrokkene sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis, zwakbegaafdheid
of een lichte verstandelijke beperking en stoornissen in het gebruik van cannabis (licht) en
een amfetamineachtig middel (matig). Een persoonlijkheidsstoornis en de genoemde lichte verstandelijke beperking of zwakbegaafdheid zijn chronische aandoeningen die er derhalve ten tijde de belaging en bedreiging van [benadeelde partij] ook waren. Betrokkene was door zijn stoornissen in verminderde mate in staat om zijn gedrag te sturen en om de gevolgen van zijn handelen te overzien. Het advies is om de tenlastegelegde bedreigingen en belaging in verminderde mate toe te rekenen als het bewezen wordt geacht.
Vanwege de ernst van het tenlastegelegde, het hoge recidive gevaar en het recidiverende karakter van het gedrag is het advies om TBS met voorwaarden op te leggen. Dit juridisch kader zorgt ervoor dat betrokkene in ieder geval niet onbehandeld zal terugkeren in de maatschappij.
Betrokkene geeft aan dat hij gemotiveerd is voor behandeling, al twijfelt hij wel over het ondergaan van een klinische behandeling. In detentie laat hij zien dat hij zich aan gedragsregels kan houden en zijn er geen incidenten. Eerdere ambulante behandelingen laten zien dat hij vaak wel aan de behandeling begint en dan ook naar de afspraken
komt en gemotiveerd is. Dit alles maakt dat wordt verwacht dat TBS met voorwaarden mogelijk kan zijn. Er moet echter wel een stevigere stok achter de deur staan dan alleen een voorwaardelijk strafdeel, omdat betrokkene anders de behandelingen niet volhoudt of niet tot gedragsverandering komt. De tbs maatregel met bevel tot verpleging wordt niet nodig geacht om het risico op recidive te verlagen.
Een voldoende hoog voorwaardelijk strafdeel zal betrokkene waarschijnlijk ook in enige mate kunnen motiveren, maar de verwachting is dat dit niet afdoende zal zijn om de behandeling vol te houden en met voldoende gedragsverandering af te sluiten. Eerdere behandelingen op basis van een voorwaardelijk strafdeel vonden wel plaats, maar hebben niet geleid tot gedragsverandering en konden de huidige recidive niet voorkomen."
Advies GZ-psycholoog N.P.A. van der Weegen
“Betrokkene lijdt aan een licht verstandelijke beperking, aan ernstige stoornissen in het gebruik van cannabis en een stimulantium, die ten tijde van de tenlastegelegde feiten nog niet in remissie waren. Daarnaast is sprake geweest van een scheefgroei in de persoonlijkheid, waardoor (in elk geval in classificerende zin) sprake is van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, borderline en narcistische trekken. Door de combinatie van deze stoornissen heeft betrokkene onvoldoende probleemoplossende- en emotieregulatievaardigheden. Onlustgevoelens worden niet verdragen, maar moeten direct worden bestreden, waarbij betrokkene ook door zijn gebrekkig functionerende geweten, gebrek aan empathie en sterke neiging tot externaliseren, geen oog heeft voor de gevolgen van zijn gedrag voor anderen. Dit leidde tot het belagen en bedreigen van zijn ex-partner toen zij hem onlustgevoelens bezorgde door hem het contact met zijn dochter te ontzeggen. Rapporteur adviseert hem het eerste en tweede tenlastegelegde verminderd toe te rekenen.
Betrokkene behoeft een intensieve behandeling van zijn problematiek. De behandeling dient gericht te zijn op het aanleren van vaardigheden om abstinent te blijven van middelen, het vergroten van emotieregulatievaardigheden en het vergroten van probleemoplossende vaardigheden. Eerdere behandelpogingen slaagden niet omdat betrokkene terugviel in middelengebruik.
Geadviseerd wordt dan ook de behandeling klinisch en in een besloten setting te laten plaatsvinden, waar expertise is op het gebied van mensen met een verstandelijke beperking, verslavingsproblemen en persoonlijkheidsproblematiek. Om het risico op impulsieve onttrekking te verlagen, denkt rapporteur aan het beveiligingsniveau van een FPK.
De problematiek van betrokkene bestaat al langdurig. De verstandelijke beperking is chronisch en de problemen samenhangend met de scheefgroei van de persoonlijkheid en de stoornissen in middelengebruik hardnekkig. Behandeling zal langdurig zijn. Na een klinische start zal nog langdurig ambulant behandeld moeten worden en toezicht moeten zijn. Om te zorgen dat toezicht langdurig gewaarborgd is, adviseert rapporteur het voorgestelde behandeltraject in het kader van een tbs- maatregel met voorwaarden te doen plaatsvinden."
De rechtbank neemt de conclusies van de psychiater en de psycholoog over en maakt deze tot de hare.
In het reclasseringsadvies staat onder meer, onder verwijzing naar de bevindingen van de Pro Justitia rapporteurs, het volgende:
“Betrokkene (…) werd voor zijn detentie ambulant behandeld bij het FACT-team van Inforsa. Betrokkene hield zich tijdens het reclasseringstoezicht voldoende aan voorwaarden. Hij was aangemeld bij het Sinaï-centrum voor behandeling van PTSS en werd daarnaast behandeld bij het FACT-team in Inforsa. Betrokkene stelde zich wat wantrouwend op tegenover de hulpverlening, maar kwam desondanks zijn afspraken na. Risicofactoren zijn het middelengebruik van betrokkene en de antisociale persoonlijkheidsstoornis die bij de heer [verdachte] zijn vastgesteld. Daarnaast worden zijn gebrek aan dagbesteding en een sociaal vangnet als risicofactoren gezien.
De reclassering heeft met betrokkene besproken wat tbs met voorwaarden inhoudt, welke voorwaarden er worden geadviseerd en welke consequenties er mogelijk verbonden zijn aan het overtreden van de voorwaarden. Wij achten hem voldoende in staat en bereid om zich te houden aan voorwaarden.
Wij adviseren positief over een tbs-maatregel met voorwaarden (…). De reclassering kan het toezicht hierop uitoefenen. Betrokkene heeft zich bereid verklaard tot medewerking aan deze voorwaarden.
Wij adviseren dadelijke uitvoerbaarheid van de tbs met voorwaarden.
Wij adviseren een combinatie met een schorsing van de voorlopige hechtenis onder dezelfde
voorwaarden als de tbs met voorwaarden.
Bij een veroordeling tot tbs of (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf adviseren wij een
gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM, artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht) op te leggen, zodat gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende voorwaarden toegepast kunnen worden na de tbs of gevangenisstraf. Dit kader biedt de
mogelijkheid om langdurig in te zetten op risicobeheersing.”
Ter terechtzitting heeft de reclasseringswerker in aanvulling op het advies verklaard dat verdachte is aangemeld voor de Forensisch Psychiatrische Kliniek [naam kliniek] . Het is nog niet bekend wanneer verdachte hier terecht kan. Als op de dag van de uitspraak in [naam kliniek] geen plaats is, dan wordt gezocht naar een overbruggingsplek. Als ook die plek er niet is op de dag van de uitspraak dan gaat verdachte naar huis tot er wel plek is.
De rechtbank stelt op grond van voornoemde rapporten vast dat er bij verdachte sprake is van een hoog recidive gevaar. Verdachte is eerder veroordeeld voor het belagen en bedreiging van aangeefster. Gelet op de conclusies en adviezen in de hiervoor genoemde rapportages, is een intensief en langdurig behandeltraject voor verdachte noodzakelijk om het recidivegevaar bij verdachte te verminderen. Eerdere behandelpogingen op basis van een voorwaardelijk strafdeel hebben niet geleid tot gedragsverandering en konden de huidige recidive niet voorkomen. De rechtbank vindt dat een behandeling in een ambulante kader door middel van bijzondere voorwaarden daarom onvoldoende waarborgen biedt. Daarbij komt dat er bij verdachte sprake is van gering ziektebesef, waarbij hij zichzelf enkel herkent in de stoornis met betrekking tot het middelengebruik. De rechtbank komt tot de conclusie dat slechts een tbs-maatregel met voorwaarden een toereikend kader biedt om gedragsverandering te bewerkstelligen en het recidivegevaar te verminderen.
De raadsman heeft op de zitting verzocht de zaak aan te houden als er onduidelijkheid is over de door de deskundigen geadviseerde TBS met voorwaarden. De rechtbank wijst dit verzoek af, nu zij zich voldoende voorgelicht acht door de adviezen van de psychiater, de psycholoog en de reclassering en de verklaring van die laatste tijdens de zitting. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding de zaak aan te houden.
Gezien de aard en de ernst van de bewezenverklaarde belaging en de bedreiging is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 250 dagen met aftrek van het voorarrest passend en geboden is. Daarbij heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Bij deze beslissing weegt de rechtbank mee dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is.
Oplegging TBS-maatregel met voorwaarden
De rechtbank heeft vastgesteld dat aan de wettelijke voorwaarden voor het opleggen van tbs met voorwaarden is voldaan. De bewezen geachte feiten zijn misdrijven die worden genoemd in artikel 37a lid 1 sub 2 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) en de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, vereist het opleggen van deze maatregel. Verder volgt de rechtbank de psychiater en de psycholoog in de hierboven genoemde conclusies dat bij verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten sprake was van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Om het gevaar voor recidive te kunnen beteugelen, om de problematiek van de verdachte zoveel mogelijk te beperken en ter optimale bescherming van de maatschappij zal de rechtbank aan verdachte de tbs-maatregel opleggen. De rechtbank is van oordeel dat kan worden volstaan met het stellen van de voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd, met uitzondering van het locatieverbod. Verdachte heeft zich bereid verklaard tot naleving van deze voorwaarden.
De totale duur van de maatregel is gemaximeerd, nu geen sprake is van veroordeling voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen in de zin van artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De bedreiging en belaging werden niet voorafgegaan, vergezeld of gevolgd door niet-verbaal agressief gedrag ten opzichte van de aangever dan wel op enigerlei (andere) wijze ondersteund door niet-verbaal agressief gedrag. Evenmin is op grond van het dossier duidelijk geworden dat destijds aannemelijk was dat de bedreiging zou worden uitgevoerd. Het feit dat bij de doorzoeking van de woning van verdachte onbruikbare kogelpatronen en hulzen zijn aangetroffen maakt het voorgaande, naar het oordeel van de rechtbank niet anders.
Dadelijke uitvoerbaarheid tbs-maatregel met voorwaarden
Conform de vordering van de officier van justitie zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van artikel 38, eerste lid Sr te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn. Dat is gelet op de noodzaak van de behandeling en het gevaar voor recidive en daarmee het grote risico dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan, ook gepast.
Voor de periode dat dit vonnis nog niet onherroepelijk is geworden, zal de rechtbank bevelen dat de voorlopige hechtenis van verdachte wordt geschorst met ingang van het tijdstip waarop de verdachte wordt opgenomen in de beoogde kliniek of een overbruggingskliniek. Aan de schorsing van de voorlopige hechtenis zal de rechtbank dezelfde voorwaarden verbinden als die aan de tbs-maatregel worden verbonden. Als de verdachte dan de in het kader van de tbs-maatregel te stellen voorwaarden (en daarmee de schorsingsvoorwaarden) niet naleeft terwijl dit vonnis nog niet onherroepelijk is, kan de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis worden bevolen. Op die manier kunnen ook in die situaties de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen worden gewaarborgd. De rechtbank verwijst in dit verband naar het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1729. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis zal worden opgeheven met ingang van het moment waarop dit vonnis onherroepelijk is geworden. Het schorsingsbevel zal afzonderlijk worden geminuteerd. Gedragsbeïnvloedende en Vrijheidsbeperkende Maatregel (GVM)
Op basis van de Pro Justitia rapporten, het reclasseringsrapport en het strafblad is er naar het oordeel van de rechtbank een gegronde vrees voor herhaling. De rapporteurs spreken over de noodzaak van een intensieve en langdurige behandeling van verdachte. De rechtbank acht het daarom van belang dat er een mogelijkheid bestaat om na de tbs-maatregel, die met voorwaarden en gemaximeerd is, langdurig toezicht op verdachte te kunnen houden en hem eventueel te behandelen en te begeleiden, ter bescherming van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, mocht daartoe een noodzaak blijken. De rechtbank constateert verder dat aan de wettelijke voorwaarden voor oplegging van een GVM-maatregel is voldaan. De rechtbank zal daarom, naast de tbs-maatregel met voorwaarden, in navolging van het advies van de reclassering, ook de GVM als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opleggen.
Artikel 38v Sr - contactverbod
De rechtbank legt aan verdachte als vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht een
contactverbodop met [benadeelde partij] en haar dochter [naam dochter] . Dit contactverbod houdt in dat verdachte gedurende vijf jaren op geen enkele wijze, direct of indirect, contact mag opnemen met [benadeelde partij] en [naam dochter] .
De rechtbank bepaalt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van één week voor iedere keer dat niet aan deze maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden. De rechtbank acht oplegging van deze maatregel noodzakelijk, zodat het risico dat verdachte zich opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit jegens [benadeelde partij] wordt ingeperkt.
Dadelijke uitvoerbaarheid vrijheidsbeperkende maatregel
Gelet op het door de reclassering gestelde gevaar voor herhaling, houdt de rechtbank er ernstig rekening mee dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal begaan en dat hij zich belastend zal gedragen jegens [benadeelde partij] en haar dochter. De rechtbank zal daarom bepalen dat de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is.