6.2Poolse detentieomstandigheden
Inleiding
Nu de overlevering van de opgeëiste persoon wordt gevraagd in verband met een strafrechtelijke vervolging en de opgeëiste persoon nog niet is veroordeeld, zal hij na overlevering aan Polen aldaar in voorlopige hechtenis verblijven oftewel in het zogenoemde
remand regime.
De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het
remand regimein Polen terechtkomen. Het kernpunt is dat in het
remand regimeslechts drie vierkante meter persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die veelal drieëntwintig uren per dag op zijn cel doorbrengt. De rechtbank verwijst in dit kader naar haar tussenuitspraken in soortgelijke zaken van 5 juni 2024en 6 juni 2024.
De vaststelling van een algemeen gevaar van schending van de grondrechten voor gedetineerden die terechtkomen in het
remand regime, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden. Om te verzekeren dat de grondrechten in het concrete geval worden geëerbiedigd, is de rechtbank dan ook verplicht om na te gaan of er, in de omstandigheden van het geval, gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Polen een reëel gevaar zal lopen van schending van zijn grondrechten gezien de omstandigheden in het
remand regimein Polen waar hij zal worden gedetineerd.
Het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) heeft daarom navraag gedaan bij de uitvaardigende justitiële autoriteit naar waar de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd en naar de omstandigheden aldaar.
De
Prison Servicevan de
Remand Prison in Warsaw-Służewiecheeft deze vragen, voor zover relevant, als volgt beantwoord:
"Pursuant to Article 110 § 2 of the Executive Regulations to the Criminal code, the living space of a residential cell allocated to one inmate amounts to no less than 3 square metres per person. The usable area of residential cells, which is taken into account when calculating their intended use and capacity, constitutes the floor area excluding door recesses, radiator recesses and the area of sanitary corners. […]
In accordance with Order No. 103.24 of the Director General of the Prison Service dated 27 December 2024 on detailed rules for conducting and organizing penitentiary work and on the scope of duties of officers and employees of penitentiary and therapeutic departments as well as penitentiary units, inmates in this facility are provided with the opportunity to participate in cultural, educational and sports activities organized within the residential unit in which they are accommodated, as well as in the central common room.
[…] Inmates use the common room in accordance with the schedule at least twice a week for one hour each time. If the common room is available and an inmate expresses the wish to use it outside the scheduled hours, it may also be made available; however, such consent may not necessarily be granted every day due to the need to ensure access to the common room for all inmates residing in the unit.
[..]
Activities are planned and organized in order to manage free time in accordance with the applicable plan and weekly schedule.
[…]
Furthermore, pursuant to Article 221 § 1 point 5 of the Executive Regulations to the Criminal Code, a remand prisoner may be granted a reward in the form of permission to participate more frequently in cultural and educational activities, as well as physical culture and sports activities. In conclusion, it is not possible to determine unequivocally the number of hours per day that a remand prisoner spends outside the cell. This depends on the inmate’s willingness to participate in cultural, educational, physical culture and sports activities, as well as the decision to exercise the entitlement to a daily one-hour walk.”
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich – onder verwijzing naar jurisprudentie van deze rechtbank– op het standpunt gesteld dat geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB. Hoewel 3 m² persoonlijke leefruimte wordt gegarandeerd, er geen garantie wordt gegeven over de tijd die de opgeëiste persoon per dag buiten zijn cel kan spenderen. Uit de aanvullende informatie blijkt dat er activiteiten buiten de cel worden aangeboden, maar het is niet mogelijk om in te schatten hoeveel tijd de opgeëiste persoon gemiddeld dagelijks buiten de cel kan doorbrengen. Gelet op de eerdere jurisprudentie van deze rechtbank over deze specifieke detentie-instelling, acht de raadsman het stellen van een redelijke termijn voor het stellen van nadere vragen niet noodzakelijk.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verstrekte detentiegarantie niet volstaat. De officier van justitie verzoekt de rechtbank dan ook om de zaak aan te houden zodat er nadere vragen gesteld kunnen worden aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.
Oordeel van de rechtbank
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in de door de Poolse autoriteiten gegeven garantie, verstrekt met de ongedateerde aanvullende informatie.
De rechtbank is, gelet op de individuele garantie van de Poolse autoriteiten, van oordeel dat het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Het algemene gevaar dat de rechtbank heeft aangenomen, wordt door deze garantie namelijk uitgesloten omdat de opgeëiste persoon minimaal 3 m² persoonlijke ruimte heeft in een meerpersoonscel (exclusief sanitair) en hij niet structureel 23 uur per dag in zijn cel hoeft door te brengen. De rechtbank sluit hierbij aan bij haar uitspraak van 24 december 2025, waarbij een vergelijkbare afweging is gemaakt.De detentieomstandigheden staan daarom niet aan overlevering in de weg.