ECLI:NL:RBAMS:2026:1446

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
25/4684
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 4:17 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:4 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens schadeverzoek aan bestuursorgaan

Eiseres, Thai Food Cafe Oostpoort B.V., diende op 12 maart 2025 een verzoek tot schadevergoeding in bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Na diverse reacties van verweerder en een ingebrekestelling wegens het uitblijven van een besluit, stelde eiseres beroep in wegens niet tijdig beslissen. Verweerder betoogde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat een schadeverzoek geen aanvraag is in de zin van de Awb en dat de dwangsomregeling niet van toepassing is.

De rechtbank overweegt dat vaste rechtspraak bepaalt dat een schadevergoedingsverzoek aan een bestuursorgaan niet als een aanvraag in de zin van artikel 1:3 Awb Pro wordt beschouwd, waardoor de dwangsomregeling van artikel 4:17 Awb Pro niet van toepassing is. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk. Daarnaast kan tegen een schadebesluit geen beroep worden ingesteld, maar staat een verzoekschriftenprocedure open volgens artikel 8:88 Awb Pro.

Eiseres had gekozen voor de civielrechtelijke weg, waarover op 10 november 2021 al een vonnis is gewezen. De rechtbank gaat daarom niet inhoudelijk in op het verzoek. Er is geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten of vergoeding van griffierecht. De rechtbank verklaart het beroep en het verzoek niet-ontvankelijk en doet uitspraak zonder zitting.

Uitkomst: Het beroep en het verzoek van eiseres worden niet-ontvankelijk verklaard omdat een schadeverzoek geen aanvraag is in de zin van de Awb.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/4684

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

Thai Food Cafe Oostpoort B.V., gevestigd te Amsterdam, eiseres

(gemachtigde: mr. G.A.M.F. Galjé-Deckers),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,verweerder
(gemachtigde: mr. M.C. Rijkhold Meesters).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld op 13 augustus 2025, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op het verzoek van 12 maart 2025. Tevens beoordeelt de rechtbank het verzoek van eiseres om verweerder te veroordelen in de door haar geleden schade.
1.1.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.2.
Omdat het beroep en het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk zijn doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
3. Eiseres heeft op 12 maart 2025 een verzoek tot schadevergoeding ingediend bij verweerder. Op 30 april 2025 heeft verweerder een reactie gegeven op het verzoek van eiseres. Op 23 mei 2025 heeft eiseres het verzoek verder toegelicht. Op 4 juli 2025 heeft eiseres in gebreke gesteld wegens het uitblijven van een beslissing op haar verzoek van
23 mei 2025. Op 15 juli 2025 heeft verweerder een reactie gegeven op het verzoek van eiseres. Verweerder verwijst daarbij naar zijn reactie van 30 april 2025.
4. Volgens eiseres heeft verweerder geen besluit genomen op haar verzoek om schadevergoeding. Er is alleen informeel gereageerd per email van 30 april 2025 en
15 juli 2025.
5. Verweerder stelt dat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk is, omdat geen beroep ingesteld kan worden tegen een schadebesluit volgens artikel 8:4, eerste lid, sub f en artikel 7:1 van Pro de Awb. Onder deze omstandigheden is het evenmin mogelijk om een beroep wegens niet tijdig beslissen in te stellen. Verweerder verwijst daarbij naar de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 30 april 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:3838. Verweerder stelt tevens dat het verzoek van eiseres met e-mails van 30 april 2025 en 15 juli 2025 is afgewezen. De omstandigheid dat eiseres zich hier niet mee kan verenigen, betekent volgens verweerder niet dat er geen besluit is genomen. Ook stelt verweerder dat een schadeverzoek in de zin van artikel 8:90, tweede lid, van de Awb geen aanvraag is in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb en de dwangsomregeling niet tijdig beslissen -volgens vaste rechtspraak- niet van toepassing is op schadeverzoeken.
5.1.
Met betrekking tot de primaire stelling van eiseres dat geen besluit is genomen op het schadeverzoek overweegt de rechtbank als volgt. Het is vaste rechtspraak [2] dat een schadevergoedingsverzoek gericht aan een bestuursorgaan niet is aan te merken als een aanvraag in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb, zodat de dwangsomregeling van artikel 4:17 van Pro de Awb niet van toepassing is. Een inhoudelijke beoordeling van het beroep is daarom niet aan de orde. De rechtbank zal het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
5.2.
Met betrekking tot subsidiaire de stelling van eiseres dat er een besluit is genomen overweegt de rechtbank als volgt. Geen beroep kan worden ingesteld tegen een schadebesluit ingevolge artikel 8:4, eerste lid, sub f, van de Awb. Wel staat er een verzoekschriftenprocedure open. Dit is neergelegd in artikel 8:88 en Pro volgende van de Awb.
5.3.
Het beroepschrift van eiseres bevat tevens een verzoek ex artikel 8:88 van Pro de Awb. De rechtbank kan evenmin inhoudelijk ingaan op dit verzoek omdat eiseres destijds ter zake van de schade gekozen heeft voor de civielrechtelijke weg. [3] Op 10 november 2021 heeft de burgerlijk rechter vonnis gewezen. Dat er sprake zou zijn van nova is niet relevant. Het gaat immers om dezelfde schade.
5.4.
Voor veroordeling in de proceskosten of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart eiseres niet ontvankelijk in het beroep en het verzoek.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van P.G. Ranck, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2028:2123, r.o. 15 en de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 16 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2422.
3.Dit staat in artikel 8:89, derde lid, van de Awb.