Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Feiten en procesverloop
2.Beklag
3.Standpunt van het Openbaar Ministerie
4.Beoordeling
5.Beslissing
- verklaart het beklag gegrond en
- beveelt de teruggave van het rijbewijs met het nummer [nummer] aan de klager.
Rechtbank Amsterdam
De klager werd op 2 november 2025 betrapt op een snelheidsovertreding van meer dan 50 km/u boven de limiet en werd door de politie gevorderd zijn rijbewijs af te geven. Omdat hij het rijbewijs niet bij zich had, kon hij dit niet direct overhandigen. Op 7 november 2025 leverde hij het rijbewijs alsnog in bij de politie, wat door het Openbaar Ministerie niet werd betwist.
De officier van justitie besloot op 30 december 2025 het rijbewijs voor drie maanden in te houden, maar deed dit niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van tien dagen na invordering. De klager diende daarop een beklag in bij de rechtbank, stellende dat hij door de vertraging ernstig werd benadeeld, mede omdat hij als zzp-pakketbezorger afhankelijk is van zijn rijbewijs voor zijn inkomen.
Het Openbaar Ministerie verzette zich aanvankelijk tegen teruggave vanwege de ernst van de overtreding en het feit dat de klager onder invloed was van alcohol en drugs. Tijdens de zitting trok de officier van justitie dit verzet echter in, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de klager.
De rechtbank oordeelde dat de invordering pas op 7 november 2025 had plaatsgevonden en dat de officier van justitie de beslissing tot inhouding niet binnen tien dagen na die datum had genomen. Daarom moest het rijbewijs volgens de Wegenverkeerswet 1994 worden teruggegeven. De rechtbank wees erop dat dit niet uitsluit dat in de strafzaak een langere ontzegging kan worden opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beklag gegrond en beval onmiddellijke teruggave van het rijbewijs aan de klager.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke teruggave van het rijbewijs vanwege niet-tijdige inhoudingsbeslissing.