Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Kielce,Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the Local Court in Ostrowiec Świętokrzyskivan 8 mei 2024, met referentie II K 286/23.
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
the Local Court in Ostrowiec Świętokrzyskiis de opgeëiste persoon in persoon verschenen op de zittingen van 28 september 2023 en 29 april 2024, waar de zaak inhoudelijk is behandeld. De weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro is daarom niet van toepassing. Dat de opgeëiste persoon niet is verschenen op de
sentencing hearing(de rechtbank begrijpt: de uitspraakzitting) op 8 mei 2024 doet daar niet aan af. Allereerst is blijkens de verstrekte informatie aan de opgeëiste persoon op 29 april 2024 meegedeeld dat de uitspraak op 8 mei 2024 zou volgen. De opgeëiste persoon was daar dus van op de hoogte. Bovendien is op 8 mei 2024 alleen uitspraak gedaan en is de zaak niet meer inhoudelijk behandeld. [4] Anders dan de raadsman gaat de rechtbank op grond van het vertrouwensbeginsel uit van de juistheid van de verstrekte informatie. Wat betreft de door de verdediging overgelegde stukken overweegt de rechtbank dat deze in de Poolse taal zijn opgesteld waardoor de rechtbank daar in beginsel geen acht op slaat. Eén van de stukken is toegelicht op de zitting en het lijkt in dit stuk te gaan om een vervoersticket waarop de datum 29 april 2024 om 12:10 uur vanuit Ostrowiec Świętokrzyski naar Waalwijk staat vermeld. Deze informatie vormt echter geen aanleiding om aan de informatie van de
the Local Court in Ostrowiec Świętokrzyskite twijfelen. Nog daargelaten dat nergens uit blijkt dat de opgeëiste persoon daadwerkelijk op die dag naar Nederland is afgereisd, is op grond van het genoemde vertrektijdstip in dat vervoersticket niet uitgesloten dat de opgeëiste persoon daaraan voorafgaand bij de zitting van 29 april 2024 is geweest. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de raadsman.
5.Strafbaarheid
- diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;
- opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
6.Artikel 11 OLW Pro: artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU
7.Slotsom
8.Toepasselijke wetsbepalingen
9.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Kielce,Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.