Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[klager] ,
Procesgang
- de strikte handhaving van de loggings- en verbaliseringsplichten;
- de strikte waarborg dat ontgrijzing slechts plaatsvindt na een voorafgaand onherroepelijk oordeel van de rechter-commissaris.
Rechtbank Amsterdam
Klager, een arts die zich beroept op zijn verschoningsrecht, diende op 6 december 2023 een klaagschrift in tegen de wijze van vernietiging van gegevensdragers die mogelijk geheimhoudersinformatie bevatten. De rechtbank verklaarde op 25 april 2024 het klaagschrift gedeeltelijk gegrond en beval vernietiging of uitgrijzing van bepaalde bestanden. De Hoge Raad vernietigde deze beslissing gedeeltelijk en verwees de zaak terug.
Na heropening van het onderzoek concludeerde de rechtbank dat onvoldoende duidelijkheid bestond over de waarborgen en restricties rondom de vernietiging van de gegevens. De zaak werd verwezen naar de rechter-commissaris, die op 6 oktober 2025 rapporteerde dat technische en organisatorische barrières voldoende bescherming bieden tegen onbevoegde toegang tot verschoningsgerechtigde informatie.
De rechtbank oordeelt op basis van het rapport en de standpunten van partijen dat de vernietiging van de geheimhoudersgegevens adequaat is uitgevoerd en dat deze gegevens geen deel uitmaken van de processtukken. Het beklag wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beklag van klager wordt ongegrond verklaard omdat de vernietiging van geheimhoudersgegevens adequaat is gewaarborgd.