7.3.Oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregelen gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gezien de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek op de zitting is gebleken. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende overwogen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling, bedreiging en een poging tot afdreiging van zijn toenmalige vriendin. Met deze handelingen heeft verdachte een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [benadeelde partij 2] en haar gevoel van veiligheid aangetast.
Verdachte heeft zijn toenmalige (minderjarige) vriendin, [benadeelde partij 2] , mishandeld. Zowel verdachte als [benadeelde partij 2] waren voordat zij een relatie kregen al bij justitie bekend met het gebruiken van geweld en hebben ook samen een geweldsdelict gepleegd. Uit chatgesprekken tussen [benadeelde partij 2] en verdachte in de periode rond de tenlastegelegde feiten komt een beeld naar voren van een onevenwichtige relatie waarbinnen hard taalgebruik jegens elkaar kennelijk normaal was en waarin door verdachte makkelijk over geweld en dreiging met geweld werd gesproken. [benadeelde partij 2] heeft echter, ook in haar aangifte, aangegeven dat zij niet is gediend van tegen haar gericht fysiek geweld door verdachte. Het gegeven van een kennelijk onevenwichtige relatie maakt het gebruik van geweld door verdachte jegens [benadeelde partij 2] niet minder ernstig: binnen een relatie moet je je grenzen kunnen aangeven en je veilig weten.
Niet alleen is [benadeelde partij 2] door verdachte geslagen, ook probeerde hij [benadeelde partij 2] te dwingen iets te doen door te dreigen een intiem filmpje van haar openbaar te maken en/of naar familieleden te sturen. Dit heeft angst bij [benadeelde partij 2] veroorzaakt voor de onvoorzienbare gevolgen die het zien van de beelden door anderen voor haar zou kunnen hebben. Dit dreigement van verdachte is een zeer kwalijke manier om iemand trachten te dwingen iets te doen of laten. Extra kwalijk is het gegeven dat de feiten plaats vonden binnen en vlak na de liefdesrelatie met [benadeelde partij 2] .
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het belaste verleden van verdachte en zijn nog jonge leeftijd ten tijde van het plegen van de feiten. Daarnaast weegt zij het volgende mee.
Strafblad
Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 20 januari 2025 gezien blijkt dat verdachte sinds 2017 meerdere malen is veroordeeld voor onder meer geweldsdelicten. Hij liep op het moment dat de bewezenverklaarde feiten werden gepleegd bovendien in een dubbele proeftijd, gekoppeld aan relatief forse voorwaardelijke vrijheidsstraffen van respectievelijk bijna zes maanden en vijf maanden.
Reclasseringsrapporten
Uit het
Reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, opgemaakt op 20 januari 2025, door [reclasseringsmedewerker 1] , blijkt onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende.
Verdachte is al langere tijd in beeld bij de reclassering. Verdachte laat in de Penitentiaire Inrichting prima gedrag zien en in contact met rapporteur is hij coöperatief en zegt hij de juiste dingen. Hij stelt zichzelf dan doelen en laat motivatie zien om te veranderen. In een gestructureerde en gereguleerde omgeving doet hij het dus goed. De reclassering heeft echter inmiddels twee jaar de ervaring dat het buiten anders gaat. Verdachte spreekt dan nog steeds goede bedoelingen uit, maar laat (bij bewezenverklaring) dan helaas ook ander gedrag zien, dat de reclassering als risicovol/gevaarlijk aanmerkt. Verdachte beschikt over beperkte coping mechanismen vanwege de verwaarlozing in zijn jeugd en het langdurig verblijf in instellingen en hij heeft de neiging om conflicten met agressie en geweld op te lossen. Verdachte ziet dit probleem zelf ook en geeft aan dat hij mee wil werken aan behandeling. Het psychosociaal functioneren en de houding ziet de reclassering daarmee als belangrijke criminogene factoren. Een andere criminogene factor is het sociale netwerk. Verdachte maakte in het verleden onderdeel uit van een beruchte drillrapgroep en besloot eruit te stappen, omdat hij inzag dat het hem weinig bracht. De reclassering heeft echter nog weinig zicht op zijn nieuwe sociale netwerk. Aanknopingspunten zijn het feit dat verdachte concrete plannen heeft om naar school te gaan. Daarnaast was hij bezig met muziek maken binnen het reguliere circuit. Met hulp van Credible Messengers (hulpverleners die de straat kennen) weliswaar, maar het is mogelijk iets waar hij op voort kan bouwen. Het zijn aanknopingspunten, maar nog geen beschermende factoren. Verdachte spreekt uit zijn gedrag te willen veranderen, zo snel mogelijk wil beginnen met een behandeling bij bijvoorbeeld De Waag en samen te willen werken met de reclassering. Hij toont zich daarbij ontvankelijk voor behandeling bij de GGZ. De reclassering heeft echter de ervaring dat een reclasseringstoezicht tot heden onvoldoende of niet bijdraagt aan de gewenste gedragsverandering. Er is behoefte aan een team van begeleiders dat op een intensieve manier met verdachte aan de slag gaat. Een reclasseringstoezicht in een voorwaardelijk kader lijkt een te licht middel te zijn.
Ui het
Reclasseringsadvies tbs met voorwaarden, van 25 september 2025, opgemaakt door [reclasseringsmedewerker 2] , wordt -kort en zakelijk weergegeven- blijkt onder meer het volgende.
De reclassering heeft verdachte leren kennen als een vriendelijke jongeman die zich verbaal goed weet uit te drukken. Hierdoor kan verdachte rapporteur goed meenemen in zijn verhaal, keuzemomenten en gemaakte afwegingen. Tevens beschikt hij ook over een zekere kwetsbaarheid. Verdachte spreekt pro-sociale doelen met oprechtheid uit en wegens zijn belaste voorgeschiedenis hoop je ook dat verdachte deze doelen haalt. Dit is verdachte tot op heden echter niet gelukt, ook niet met de hem geboden interventies. Opvallend is dat verdachte zichzelf dit niet verwijt. De scheefgroei in verdachte zijn ontwikkeling dient middels interventies bij te worden gestuurd, zodat verdachte gezonde delen van zichzelf kan ontwikkelen. Hij lijkt zich zogezegd op een kruispunt te bevinden, waarbij hij met het ene been in zijn belaste puberteit staat en met zijn andere been in de onzekere volwassenheid. Om zich te kunnen ontwikkelen tot een ‘gezonde’ volwassene die op adequate wijze met emoties en problemen om kan gaan en zijn pro-sociale doelen behaalt, heeft hij meer begeleiding en ondersteuning nodig dan hij tot nu toe heeft mogen ontvangen. Verdachte geeft aan zich hiervoor in te willen zetten, ook als hij klinisch geplaatst moet worden. Onder verwijzing naar de pro Justitia rapportage van 2 juni 2025, acht de reclassering het noodzakelijk dat verdachte wordt behandeld voor de door de deskundigen aanwezig geachte psychopathologie. Gesteld kan worden dat verdachte zich in vorige samenwerkingen met de reclassering niet heeft weten te verhouden wegens de aanwezige psychopathologie, gebrek aan stabiliteit en adequate copingsvaardigheden. De reclassering heeft enige twijfel over de responsiviteit van verdachte maar ziet voldoende mogelijkheden om uitvoering te geven aan een tbs met voorwaarden. Ze adviseert positief over een tbs-maatregel met voorwaarden om het hoog ingeschatte risico op recidive te verminderen.
Bij een veroordeling tot tbs of (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf adviseert de reclassering een GVM op te leggen, zodat gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende voorwaarden toegepast kunnen worden na de tbs of gevangenisstraf. Onderhavige verdenking betreft immers een ernstig delict. Daarnaast brengt de gestelde diagnostische stoornis risico’s met zich mee die naar verwachting nog steeds aanwezig zullen zijn na de tbs of gevangenisstraf. Een GVM zou dan alsnog langdurig toezicht mogelijk kunnen maken.
De rechtbank neemt de bevindingen en adviezen van de reclassering over en maakt die tot de hare.
Pro Justitia rapportage
GZ-psycholoog E.C. Wendt en psychiater M.B.F. van Berkel hebben een onderzoek ingesteld naar de persoon van verdachte. Uit hun
multidisciplinair pro Justitiarapport betreffende verdachte van 2 juni 2025komt onder meer het volgende naar voren.
Verdachte is eerder, in 2022 ook onderzocht door de psycholoog Wendt. Er werd toen een beschadigde, verwaarloosde en eenzame jongeman gezien, die al op jonge leeftijd heeft geleerd dat de ander niet voor hem en zijn emoties wil of kan zorgen en daarmee een fundamenteel wantrouwen richting zijn omgeving heeft. Er werd een ongespecificeerde psychotrauma- of stressorgerelateerde stoornis vastgesteld en daarnaast werd er gesproken van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale persoonlijkheidstrekken.
De psycholoograpporteert thans, op basis van onderzoek in 2025, dat duidelijk is geworden dat verdachte in de afgelopen jaren niet heeft weten te profiteren van de ingezette begeleiding en toezicht. De zorgelijke ontwikkeling die werd gezien tijdens de eerdere rapportage is niet ten goede gekeerd en er is sprake van verharding. De verbale vaardigheid van verdachte stelt hem in staat om situaties overtuigend te analyseren en te verwoorden. Tegelijkertijd lijkt deze spreekvaardigheid ook een manier om controle te behouden in het gesprek. Zelfreflectie blijft op een oppervlakkig en voornamelijk cognitief niveau en verdachte staat zeer beperkt in contact met zijn gevoelsleven. De beschreven bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling heeft zich inmiddels tot een persoonlijkheidsstoornis uitgebreid. Verdachte heeft een zeer kwetsbaar zelfgevoel, waarbij gevoelens van afwijzing, falen of tekortschieten worden ontkend en vermeden. Hij is krenkbaar en heeft -vanuit genoemde angst voor afwijzing of falen- de neiging zich groter te maken. Het erkennen van zijn eigen kwetsbaarheid, van de mogelijkheid dat hij zelf tekortschiet, gebeurt niet. Verdachte is gevoelig voor kritiek en afwijzing. Verdachte heeft -vanuit zijn kwetsbare zelfgevoel- instabiele relaties. Op het moment dat hij wordt geraakt, weet hij niet om te gaan met zijn emoties en kan hij boos reageren. Verdachte is daarnaast niet in staat zich te conformeren aan de gestelde normen, hij handelt impulsief, is prikkelbaar en agressief, is roekeloos en onverantwoordelijk. Hij is beperkt in staat zich in te leven, toont weinig compassie en/of medeleven en heeft nauwelijks berouw heeft van zijn daden. Hij heeft de neiging om zijn gedrag te externaliseren en weinig verantwoordelijkheid daarvoor te nemen. Concluderend wordt een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische en borderline kenmerken vastgesteld. Daarnaast wordt een stoornis in het gebruik van cannabis gesteld. De ernst is niet te specificeren, vanwege het gebrek aan informatie over het precieze gebruik en de functie ervan.
Uit het
psychiatrisch onderzoekkomt onder meer het volgende naar voren. Met betrekking tot de persoonlijkheid van verdachte kan worden gesteld dat hij van jongs af aan een patroon laat zien van politiecontacten en veroordelingen voor geweldsdelicten. Verdachte liet -en laat nog steeds maar in mindere mate- impulsief, beïnvloedbaar, agressief en onverschillig gedrag met betrekking tot zichzelf en anderen zien. Zijn gewetensfunctie is beperkt. Hij betuigt spijt over (sommige van) zijn daden, echter heeft het hem er in het verleden niet van weerhouden om keer op keer strafbare feiten te plegen. Zijn voorkomen en presentatie tijdens het onderhavige onderzoek (beleefd, beheerst, vriendelijk, open, charmant) staan in schril contrast tot hetgeen wat erover verdachte in de politiedossiers staat (dominant, agressief, onbetrouwbaar). Ondanks dat verdachte zich verhard toont in zijn emotie, voelt hij voor onderzoeker niet louter aan als een kille of harde jongeman. Verdachte heeft een vervormd zelfbeeld, beperkte emotieregulatie en zelfreflectie. Zijn empathisch en mentaliserend vermogen zijn louter aanwezig op cognitief niveau. Verdachte heeft weliswaar behoefte om relaties aan te gaan in het persoonlijke en maatschappelijke leven, maar is significant beperkt in het vermogen tot positieve en duurzame verbondenheid. Relaties zijn gebaseerd op de verwachting om verlaten of misbruikt te zullen worden. Gevoelens van intieme betrokkenheid bij anderen wisselen sterk tussen angst/afwijzing en een wanhopig verlangen naar verbondenheid. Verdachte is krenkbaar, hij heeft een geringe frustratietolerantie en kan prikkelbaar zijn. Dit staat in de onderzoeksgesprekken overigens niet op de voorgrond. De afweer van verdachte bestaat hoofdzakelijk uit externaliseren, bagatelliseren en loochenen. Bij verdachte is inmiddels een star en duurzaam patroon ontstaan van innerlijke ervaringen en gedragingen die duidelijk afwijken van wat binnen de cultuur van verdachte wordt verwacht en heeft geresulteerd in zowel een significante lijdensdruk als disfunctioneren op verschillende levensgebieden. Anders gezegd: de door Wendt beschreven bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling in het pro Justitia onderzoek uit 2022 heeft zich inmiddels tot een persoonlijkheidsstoornis uitgebreid. Het pervasieve patroon voor zijn vijftiende jaar bestaat uit een gebrek aan respect voor en schending van de rechten van anderen, maakt dat hij stelselmatig de wet overtreedt, impulsief handelt, agressie toont en nauwelijks berouw heeft van zijn daden. Hij heeft de neiging om zijn gedrag te externaliseren en weinig verantwoordelijkheid daarvoor te nemen. Verdachte doet daarnaast verwoede pogingen om vermeende verlating te voorkomen, heeft instabiele relaties en heeft moeite om zijn (inadequate, intense) boosheid te beheersen. Tot slot heeft Verdachte een opgeblazen gevoel van belangrijkheid en een excessieve behoefte aan bewondering. Tezamen stelt onderzoeker concluderend een antisociale persoonlijkheidsstoornis vast met tevens borderline en narcistische trekken. Daarnaast is sprake van een stoornis in het gebruik van cannabis.
Conclusie en advies.
Op basis van het thans verrichte onderzoek is de conclusie van zowel de psycholoog als de psychiater dat bij verdachte is sprake van een antisociale-persoonlijkheidsstoornis met trekken van borderline en narcisme, en een stoornis in het gebruik van cannabis. Verdachte is ernstig beperkt door zijn stoornissen, met daaruit voortvloeiende gestoorde impulscontrole en agressieregulatie, emotieregulatie problemen, gebrek aan copingsvaardigheden, verminderde frustratietolerantie, krenkbaarheid en angst voor verlating. Hij heeft weinig probleeminzicht.
Geadviseerd wordt om de tenlastegelegde feiten, indien bewezen, in verminderde mate toe te rekenen. Er zijn onvoldoende indicaties om het toepassen van het minderjarigenstrafrecht te adviseren.
Door de pathologie en daaruit voortvloeiende ernstige beperkingen kan verdachte een gevaar vormen voor de algemene veiligheid van personen. Het risico op herhaling wordt als hoog ingeschat en kan naar verwachting onvoldoende worden afgewend door het stellen van voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel. Onderzoekers hebben uitvoerig nagedacht over de haalbaarheid van een voorwaardelijk kader. Er is naar mening van onderzoekers geen sprake van onwil ten aanzien van het zich kunnen houden aan voorwaarden. Als verdachte echter geen stringent juridisch kader toegewezen krijgt, achten onderzoekers de kans klein dat een (langdurige) behandeling effectief van de grond komt. De problemen in het leven van verdachte zijn, ondanks zijn jonge leeftijd, hardnekkig, diepgeworteld en chronisch, en de noodzakelijke behandeling zal naar verwachting langdurig zijn. De therapie die verdachte nodig heeft, betreft doorgaans meerdere jaren. Verdachte toont zich gemotiveerd tot intensieve behandeling en begeleiding. Als de reclassering mogelijkheid ziet voor begeleiding, wordt geadviseerd tot een maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden. In dat geval wordt in beginsel een klinische plaatsing binnen een gesloten setting geadviseerd (beveiligingsniveau 3), gevolgd door een langdurige ambulante fase met strikte voorwaarden en intensieve begeleiding. Onderzoekers realiseren zich terdege dat dit een ingrijpende maatregel betreft. Anderzijds is bij een bewezenverklaring vast te stellen dat er sprake is van een patroon van geweldsdelicten met gevaar voor derden, voortkomend uit meervoudige, complexe psychopathologie bij een kwetsbare jongeman met slechts partieel probleeminzicht, die bescherming behoeft — zowel van zichzelf als van anderen. Een tbs-maatregel met voorwaarden wordt derhalve geadviseerd.
De rechtbank neemt de bevindingen, conclusies en adviezen van de deskundigen over en maakt die tot de hare.
Motivering van de tbs-maatregel met voorwaarden
De rechtbank stelt op grond van voornoemde rapporten vast dat er bij verdachte sprake is van groot gevaar voor herhaling van geweldsdelicten. Ter vermindering van het recidivegevaar bij verdachte, gelet op de conclusies en adviezen in de hiervoor genoemde rapportages, is een intensief en langdurig behandeltraject voor verdachte noodzakelijk.
Verdachte pleegt sinds zijn vijftiende strafbare feiten en is meerdere malen veroordeeld voor onder meer -ook ernstige- geweldsdelicten. Ondanks eerdere begeleiding en ondersteuning van verdachte en ondanks twee voorwaardelijke straffen die boven zijn hoofd hingen heeft verachte opnieuw (gewelds) delicten gepleegd. Vastgesteld is dat bij verdachte sprake is van diepgewortelde en chronische psychische problematiek, waarvoor een langdurige behandeling nodig is. De rechtbank komt tot de conclusie dat slechts een tbs-maatregel met voorwaarden een toereikend kader biedt om deze noodzakelijke en langdurige behandeling te bewerkstelligen.
De rechtbank stelt vast dat aan de wettelijke eisen die worden gesteld aan oplegging van de tbs-maatregel met voorwaarden is voldaan. Bij verdachte bestond tijdens het begaan van het bewezen geachte feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. De bewezen geachte feiten zijn misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, en de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen vereist het opleggen van deze maatregel. De rechtbank zal aan verdachte dan ook de tbs-maatregel opleggen. De rechtbank is van oordeel dat kan worden volstaan met het stellen van de voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd en dat een bevel tot dwangverpleging niet noodzakelijk is. Verdachte heeft zich bereid verklaard tot naleving van deze voorwaarden.
De rechtbank overweegt dat de maatregel van terbeschikkingstelling zal worden opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten mishandeling. Dit betreft het onder feit 2 bewezen geachte feit. De maatregel kan daarom bij omzetting naar tbs met dwangverpleging langer duren dan vier jaar.
GVM
Op basis van de pro Justitia rapportage, het reclasseringsrapport en het strafblad is er naar het oordeel van de rechtbank een gegronde vrees voor herhaling. De rapporteurs spreken over diepgewortelde problematiek bij verdachte en een langdurige behandeling. De rechtbank acht het daarom van belang dat er een mogelijkheid bestaat om na de tbs-maatregel langdurig toezicht op verdachte te kunnen houden en hem eventueel te behandelen en te begeleiden, ter bescherming van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen. De rechtbank zal daarom, naast de tbs-maatregel met voorwaarden, ook de GVM opleggen.
Voorlopige hechtenis
Voor de periode dat dit vonnis nog niet onherroepelijk is geworden, zal de rechtbank bevelen dat de voorlopige hechtenis van verdachte wordt geschorst met ingang van het tijdstip waarop de verdachte wordt opgenomen in de beoogde kliniek (of een plek voor overbruggingszorg). Aan de schorsing van de voorlopige hechtenis zal de rechtbank dezelfde voorwaarden verbinden als die aan de tbs-maatregel worden verbonden.
Deze schorsing van de voorlopige hechtenis acht de rechtbank noodzakelijk, omdat omzetting van de tbs-maatregel met voorwaarden in een tbs-maatregel met dwangverpleging (bij overtreding van de voorwaarden van de tbs-maatregel) niet mogelijk is zolang dit vonnis niet onherroepelijk is. De rechtbank zal daarom bepalen dat de schorsing van de voorlopige hechtenis in duur beperkt is tot het moment waarop dit vonnis onherroepelijk is geworden. Als de verdachte dan de in het kader van de tbs-maatregel te stellen voorwaarden (en daarmee de schorsingsvoorwaarden) niet naleeft terwijl dit vonnis nog niet onherroepelijk is, kan de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis worden bevolen. Op die manier kunnen ook in die situaties de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen worden gewaarborgd. De rechtbank verwijst in dit verband naar het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1729. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis zal worden opgeheven met ingang van het moment waarop dit vonnis onherroepelijk is geworden. Dadelijke uitvoerbaarheid tbs-maatregel met voorwaarden
Gelet op de noodzaak van de behandeling en het gevaar voor recidive en het uit te oefenen toezicht, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal zij bevelen dat de hierna op grond van artikel 38, eerste lid Sr te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Motivering straf
De rechtbank vindt dat naast de opgelegde maatregel, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd.
Bij het bepalen van de hoogte van de gevangenisstraf heeft de rechtbank rekening gehouden met de bewezenverklaarde strafbare feiten en omstandigheden waaronder die zijn gepleegd, zoals die onder 7.3 (p. 8 van dit vonnis) bij ernst van de feiten zijn vermeld. Verdachte liep bovendien in nota bene twee proeftijden tijdens het plegen van deze feiten.
Verder houdt de rechtbank bij het bepalen van de duur van de straf rekening met de omstandigheid dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar wordt beschouwd.
De rechtbank komt, alles afwegende, tot een andere bewezenverklaring en een lagere straf dan de straf die door de officier van justitie is gevorderd.
Alles in aanmerking genomen acht de rechtbank voor het bewezenverklaarde een gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek van voorarrest, passend.