Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
“Op pagina 45 van het dossier staat dat je tegen de woongroep had gezegd dat je met een vrouw op het station hebt gevochten. Waarom heb je dat gezegd?”Antwoord:
“Ik heb daar inderdaad over gelogen. [verdachte] had mij mishandeld, maar dat wilde ik niet zeggen. Ik hield nog van hem en ik wilde niet dat hij vast kwam te zitten. Ik loog daar ook over tegen agenten en andere hulpverleners. Ik had toen nog hoop dat hij zou veranderen.”Uit het proces-verbaal van het verhoor bij de rechter-commissaris maakt de rechtbank op dat de eerste vraag die door de rechter-commissaris is belet kennelijk ziet op een eerdere onjuiste verklaring van [benadeelde partij 2] over de daders van een geweldpleging waar ze op 30 augustus 2024 slachtoffer van is geworden. Dit feit is niet aan verdachte ten laste gelegd. Datzelfde geldt ten aanzien van de tweede belette vraag: de vraag ziet op een feit dat niet aan verdachte is ten laste gelegd. Beide belette vragen zien echter eveneens op de (on)betrouwbaarheid van getuige, in verband met wisselende verklaringen.
4.Bewezenverklaring
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Op te leggen maatregelen
Reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, opgemaakt op 20 januari 2025, door [reclasseringsmedewerker 1] , blijkt onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende.
Reclasseringsadvies tbs met voorwaarden, van 25 september 2025, opgemaakt door [reclasseringsmedewerker 2] , wordt -kort en zakelijk weergegeven- blijkt onder meer het volgende.
multidisciplinair pro Justitiarapport betreffende verdachte van 2 juni 2025komt onder meer het volgende naar voren.
psychiatrisch onderzoekkomt onder meer het volgende naar voren. Met betrekking tot de persoonlijkheid van verdachte kan worden gesteld dat hij van jongs af aan een patroon laat zien van politiecontacten en veroordelingen voor geweldsdelicten. Verdachte liet -en laat nog steeds maar in mindere mate- impulsief, beïnvloedbaar, agressief en onverschillig gedrag met betrekking tot zichzelf en anderen zien. Zijn gewetensfunctie is beperkt. Hij betuigt spijt over (sommige van) zijn daden, echter heeft het hem er in het verleden niet van weerhouden om keer op keer strafbare feiten te plegen. Zijn voorkomen en presentatie tijdens het onderhavige onderzoek (beleefd, beheerst, vriendelijk, open, charmant) staan in schril contrast tot hetgeen wat erover verdachte in de politiedossiers staat (dominant, agressief, onbetrouwbaar). Ondanks dat verdachte zich verhard toont in zijn emotie, voelt hij voor onderzoeker niet louter aan als een kille of harde jongeman. Verdachte heeft een vervormd zelfbeeld, beperkte emotieregulatie en zelfreflectie. Zijn empathisch en mentaliserend vermogen zijn louter aanwezig op cognitief niveau. Verdachte heeft weliswaar behoefte om relaties aan te gaan in het persoonlijke en maatschappelijke leven, maar is significant beperkt in het vermogen tot positieve en duurzame verbondenheid. Relaties zijn gebaseerd op de verwachting om verlaten of misbruikt te zullen worden. Gevoelens van intieme betrokkenheid bij anderen wisselen sterk tussen angst/afwijzing en een wanhopig verlangen naar verbondenheid. Verdachte is krenkbaar, hij heeft een geringe frustratietolerantie en kan prikkelbaar zijn. Dit staat in de onderzoeksgesprekken overigens niet op de voorgrond. De afweer van verdachte bestaat hoofdzakelijk uit externaliseren, bagatelliseren en loochenen. Bij verdachte is inmiddels een star en duurzaam patroon ontstaan van innerlijke ervaringen en gedragingen die duidelijk afwijken van wat binnen de cultuur van verdachte wordt verwacht en heeft geresulteerd in zowel een significante lijdensdruk als disfunctioneren op verschillende levensgebieden. Anders gezegd: de door Wendt beschreven bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling in het pro Justitia onderzoek uit 2022 heeft zich inmiddels tot een persoonlijkheidsstoornis uitgebreid. Het pervasieve patroon voor zijn vijftiende jaar bestaat uit een gebrek aan respect voor en schending van de rechten van anderen, maakt dat hij stelselmatig de wet overtreedt, impulsief handelt, agressie toont en nauwelijks berouw heeft van zijn daden. Hij heeft de neiging om zijn gedrag te externaliseren en weinig verantwoordelijkheid daarvoor te nemen. Verdachte doet daarnaast verwoede pogingen om vermeende verlating te voorkomen, heeft instabiele relaties en heeft moeite om zijn (inadequate, intense) boosheid te beheersen. Tot slot heeft Verdachte een opgeblazen gevoel van belangrijkheid en een excessieve behoefte aan bewondering. Tezamen stelt onderzoeker concluderend een antisociale persoonlijkheidsstoornis vast met tevens borderline en narcistische trekken. Daarnaast is sprake van een stoornis in het gebruik van cannabis.
8.Vorderingen benadeelde partijen
9.Vorderingen tot tenuitvoerlegging
10.Beslag
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
Geen strafbaar feit plegen
Meewerken aan reclasseringstoezicht
Meewerken aan time-out
Niet naar het buitenland
Opname in een zorginstelling
Ambulante behandeling
Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Drugsverbod
Alcoholverbod
Contactverbod
Locatieverbod
Dagbesteding
Meewerken aan schuldhulpverlening
dadelijke uitvoerbaarheidvan de terbeschikkingstelling met voorwaarden.
gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregelals bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.
6 maanden gevangenisstraf.
niet-ontvankelijkin haar vordering.
toetot een bedrag van € 1.300,- (duizend driehonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (20 augustus 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening.
- de verdachte, indien de opheffing der schorsing mocht worden bevolen, zich aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis niet zal onttrekken;
- de verdachte, in het geval zij wegens een feit, waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, tot een andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken.