ECLI:NL:RBAMS:2025:9503

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
25-018403
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verschoningsrecht advocaten en filtering van geheimhouderstukken in strafzaak Greenhill

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 2 december 2025 uitspraak gedaan over het klaagschrift van een advocaat, die zich beroept op het verschoningsrecht met betrekking tot in beslag genomen gegevens in het onderzoek naar 'dividendstrippen'. De rechtbank oordeelt dat de filtering van geheimhouderstukken, die door de FIOD en het Openbaar Ministerie zijn uitgevoerd, niet voldoende waarborgen biedt. De rechtbank stelt vast dat er een nieuwe filtering moet plaatsvinden, omdat de eerdere filtering onvolledig is geweest. Klager, die de belangen van verdachte bijstaat, heeft aangevoerd dat zijn verschoningsrecht ernstig is geschonden door de onrechtmatige overdracht van geheimhouderstukken aan buitenlandse autoriteiten en de onvolledige filtering van deze stukken. De rechtbank heeft de rechter-commissaris opgedragen om een nadere filtering uit te voeren en logbestanden op te vragen om te waarborgen dat geheimhoudergegevens ontoegankelijk blijven voor het onderzoeksteam. De rechtbank heeft het klaagschrift gedeeltelijk gegrond verklaard en gelast dat er voldoende verslag wordt gedaan van het proces van 'uitgrijzen' van geheimhouderstukken.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
raadkamernummer : 25-018403
datum : 2 december 2025.
beslissing van de meervoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a jo 98 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager] ,
geboorteplaats en geboortedatum onbekend,
woonplaats kiezend op het kantoor van zijn advocaten, mrs. A.B. Vissers en F.P.H.M. van der Waal, aan de [adres] ,
hierna te noemen: klager.

Procesgang

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende schriftelijke stukken en de daarbij behorende bijlagen:
  • het klaagschrift dat op 11 juli 2025 ter griffie van deze rechtbank is ontvangen;
  • de aanvullende klachtgronden van 15 juli 2025;
  • het standpunt van het Openbaar Ministerie van 21 juli 2025;
  • de reactie van klager op dit standpunt van 27 augustus 2025;
  • de wederreactie van het Openbaar Ministerie van 2 september 2025;
  • het op verzoek van de rechtbank verstrekte proces-verbaal van de rechter-commissaris van 17 oktober 2025;
  • de daarbij bijgevoegde brief van de FIOD van 16 oktober 2025;
  • de reactie van klager van 29 oktober 2025;
  • het proces-verbaal van de rechter-commissaris van 31 oktober 2025 over de logbestanden;
  • de daarbij bijgevoegde brief van de FIOD van 30 oktober 2025;
  • de reactie van klager van 3 november 2025 ten behoeve van de behandeling in raadkamer op 4 november 2025;
  • het proces-verbaal van ambtshandeling (AMB- 005), overgelegd door het Openbaar Ministerie in raadkamer van 4 november 2025 en eerder overgelegde ambtshandelingen (in het bijzonder AMB-020 en AMB-003);
  • de Excel-lijst met aan Duitsland verstrekte stukken, overgelegd door de verdediging op 5 november 2025.
De rechtbank heeft op 4 november 2025 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.
Klager is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
Namens klager heeft de rechtbank zijn advocaten mr. A.B. Vissers en F.P.H.M van der Waal gehoord. Verder zijn de officieren van justitie mr. S. Leeman en M. Lambregts (hierna samen aan te duiden als: de officier van justitie) ter zitting gehoord.
Het klaagschrift is gelijktijdig - maar niet gevoegd - in raadkamer behandeld met de klaagschriften van [klager 1] , [klager 2] , [klager 3] , [klager 4] ,
[klager 5] , [klager 6] en [klager 7] , die (grotendeels) dezelfde klachtgronden bevatten als het onderhavige. Verder is een tweede klaagschrift [klager 1] behandeld van 27 augustus 2025. Op deze klaagschriften doet de rechtbank heden apart uitspraak.

Feiten

Klager is één van de advocaten die verdachte [verdachte] bijstaat in een onderzoek naar de verdenking van zogenoemd ‘dividendstrippen’, in internationale context, over de jaren 2013 tot en met 2016 (onderzoek Greenhill). [verdachte] zou als feitelijk leidinggevende van pensioenfondsen onjuiste aangiften hebben ingediend waardoor te weinig dividendbelasting is geheven.
Op 6 juni 2023 hebben doorzoekingen plaatsgevonden in de woning van verdachte [verdachte] , het kantoorpand [kantoorpand 1] en het kantoorpand van [kantoorpand 2] . Daarbij zijn diverse gegevensdragers in beslag genomen. Daarnaast heeft de ICT-beheerder van [kantoorpand 1] op vordering van de officier van justitie op grond van artikel 126ng Sv e-mailboxen en homedirectories uitgeleverd. De in beslag genomen gegevensdragers en de op vordering verkregen bestanden zijn door het Openbaar Ministerie overgedragen aan de rechter-commissaris om de data te filteren op informatie die onder het verschoningsrecht valt (hierna: geheimhouderstukken).
De rechter-commissaris is hierbij bijgestaan door een geheimhoudermedewerker van de FIOD. Aan de hand van een door de verdediging aangedragen zoektermenlijst zijn de data doorzocht. Ook is op de algemene termen ‘advocaat’ en ‘notaris’ gezocht. Op 7 februari 2024 heeft de rechter-commissaris een beslissing gewezen. De bestanden zonder ‘hit’ zijn na het onherroepelijk worden van de beslissing aan het onderzoeksteam verstrekt en de bestanden die wel een ‘hit’ op hebben opgeleverd zijn afgezonderd. Deze data zijn niet aan het onderzoeksteam verstrekt en zijn ‘uitgegrijsd’.
Op 7 mei 2025 hebben mr. [klager 2] en mr. [klager 1] op kantoor van de FIOD toegang gekregen tot de dataroom. Zij hebben na het invoeren van enkele zoektermen vastgesteld dat zich in de data in ieder geval tientallen geheimhouderstukken bevinden afkomstig van meerdere advocaten die [verdachte] bijstaan. Deze stukken bleken niet te zijn ‘uitgegrijsd’ en (gedeeltelijk) leesbaar. De raadslieden hebben bookmarks gemaakt bij deze bestanden. Uit de in juli 2025 ontvangen bookmarks werd hen duidelijk dat de aangetroffen stukken expliciet namen/termen bevatten die door de eerdere filtering zouden moeten zijn geraakt.
Vanwege vergelijkbare verdenkingen tegen [verdachte] in andere landen heeft het Openbaar Ministerie in 2023 een Joint Investigation Team (hierna: JIT) opgericht met Duitsland en Finland. Eind mei 2025 brengt een brief van de Duitse advocaat van [verdachte] aan het licht dat door de FIOD een usb-stick met een kopie van ongeschoonde data aan Duitsland is verstrekt, met een grote hoeveelheid aan geheimhouderstukken van advocaten van [verdachte] , waaronder klager. Ook is een harde schijf met daarop een kopie van de in beslaggenomen data aan Finland verstrekt. Bij het kopiëren van de data en het inladen in een andere applicatie dan de door de FIOD gebruikte applicatie FTK/Ad-lab, blijkt de filtering teniet te zijn gedaan en de eerder uitgegrijsde data weer zichtbaar te zijn geworden. Deze fout is in juni 2025 door het Openbaar Ministerie en de rechter-commissaris onderkend. Het verzoek van klager(s) om een moratorium te gelasten op toegang tot alle data is door de rechter-commissaris niet ingewilligd, omdat het Nederlandse onderzoeksteam niet beschikte over de geëxporteerde data en alleen toegang had tot de gefilterde data in FTK/Ad-Lab. Na opdracht daartoe van de officier van justitie hebben de Duitse en de Finse autoriteiten bevestigd dat de overgedragen data zijn vernietigd.

Beklag

Klager stelt zich op het standpunt dat het verschoningsrecht in ernstige mate en onherstelbaar is geschonden. Hij verzoekt de rechtbank te bepalen dat het (voortduren van het) beslag, het gebruik en de verwerking van de verschoningsgerechtigde gegevens onrechtmatig is en verzoekt de rechtbank de teruggave dan wel de vernietiging van deze gegevens te gelasten. In raadkamer is gepersisteerd bij de klachtgronden - en deelklachten - die zijn geformuleerd in het klaagschrift van 4 juli 2025:
klacht tegen het voortduren van de inbeslagneming van verschoningsgerechtigd materiaal en het schoningsproces;
klacht tegen 'uitgrijzen’ van dit materiaal;
klacht tegen de onrechtmatige overdracht van gegevens (aan het buitenland);
aanvullende klacht over het proces van schoning met het verzoek om nadere informatie daaromtrent en het verzoek tot ontvangst van logbestanden, zoals geformuleerd op 15 juli 2025.
Klager heeft in raadkamer benadrukt dat hij primair verzoekt om vernietiging van de geheimhoudergegevens omdat de waarborgen omtrent het schoningsproces en het ‘uitgrijzen’, zoals geformuleerd door de Hoge Raad, volstrekt onvoldoende zijn gebleken. Dit blijkt reeds uit het verstrekt zijn van geheimhoudersgegevens aan buitenlandse autoriteiten.
Mocht de rechtbank niet beslissen tot vernietiging, dan verzoekt klager de rechtbank vast te stellen dat sprake is van een schending van het verschoningsrecht en te bepalen dat het gebruik van de gegevens onrechtmatig is.
Klager persisteert bij het verzoek om de logbestanden en het door de rechter-commissaris op 7 februari 2024 aangekondigde proces-verbaal over de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de ‘uitgegrijsde’ data ontoegankelijk blijven voor onbevoegden over te leggen. De ambtshandelingen, stafbrieven van de FIOD en het proces-verbaal van de rechter-commissaris van 17 oktober 2025 volstaan niet. De logbestanden zijn cruciaal omdat deze kunnen uitwijzen welke bewerkingen hebben plaatsgevonden in de dataset en wie inzage hebben gehad in enerzijds de geheimhoudergegevens die niet door de filtering zijn geraakt, en anderzijds de ongeschoonde dataset die aan het buitenland is verstrekt. Klager wil verder een bevestiging dat de door de FIOD verstrekte hardware met data door Duitsland en Finland zijn vernietigd.
Er is geen enkele waarborg dat de fout die is gemaakt bij het kopiëren en verstrekken van de data niet nogmaals wordt gemaakt. Daarom heeft klager (subsidiair) verzocht te bepalen dat bij de filtering van de inbeslaggenomen data een alternatieve ‘Rotterdamse werkwijze’ moet worden gevolgd, waarbij de originele kopie van de ongeschoonde data in een kluis bij de rechter-commissaris wordt bewaard en de dataset pas na filtering en vernietiging van geheimhoudersstukken in de applicatie FTK/Ad-Lab wordt geladen, waarbij de methode van ‘uitgrijzen’ niet nodig is. Op zijn minst zou de rechter-commissaris om toestemming moeten worden gevraagd voorafgaande aan het kopiëren van data.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft, kort en zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.
Het staat vast dat de filtering van geheimhoudergegevens niet foutloos is geweest. Het filterproces van een enorme hoeveelheid data is nooit waterdicht. Het Openbaar Ministerie betreurt de fout die is gemaakt bij het overdragen van geheimhouderstukken aan Duitsland en aan Finland. Niettemin is het standpunt, in lijn met dat van de rechter-commissaris, dat het filteringsproces met voldoende waarborgen is omgeven en dat van vernietiging van de data geen sprake kan zijn. Uit de verstrekte ambtshandelingen, het proces-verbaal van de rechter-commissaris van 17 oktober 2025 en brieven van de FIOD blijkt dat de verschoningsgerechtigde data niet toegankelijk zijn of zijn geweest voor het onderzoeksteam van de FIOD.
De rechter-commissaris heeft onlangs het belang van de logbestanden erkend en is voornemens in ieder geval een selectie te laten verstrekken. Daarnaast is een nadere filtering aangekondigd. In afwachting daarvan heeft de rechter-commissaris een moratorium op de toegang tot alle data afgekondigd. Gelet op het voorgaande moet het klaagschrift niet- ontvankelijk worden verklaard wegens een gebrek aan belang dan wel ongegrond worden verklaard.
Reactie van de rechter-commissaris in zijn processen-verbaal van 17 en 31 oktober 2025
De rechter-commissaris heeft toegelicht dat de inbeslaggenomen brondata door de FIOD zijn geladen in de applicatie FTK/Ad-Lab en dat het voor de integriteit van de datasets noodzakelijk is dat het bronbestand in tact blijft. Daarom is het wissen of vernietigen van de geheimhoudersstukken die zich tussen de data bevinden niet mogelijk. In zijn proces-verbaal van 17 oktober 2025 heeft de rechter-commissaris het proces van ‘uitgrijzen’ nader toegelicht, in aanvulling op de daarbij gevoegde brief van de FIOD van 16 oktober 2025 waarin is toegelicht hoe is gewaarborgd dat personen die bij het opsporingsonderzoek zijn betrokken geen toegang krijgen tot de ontoegankelijk gemaakte gegevens. Volgens de rechter-commissaris is voldoende gewaarborgd dat verschoningsgerechtigde informatie tijdens en na het filterproces ontoegankelijk blijft voor leden van het onderzoeksteam. De rechter-commissaris noch de geheimhouderfunctionaris is betrokken geweest bij het proces waarbij kopieën van geheimhoudergegevens aan Duitsland en Finland zijn verstrekt. Omdat de fout geen invloed had op de onzichtbaarheid van de geheimhouderstukken in de applicatie van de FIOD (FTK/Ad-Lab) heeft hij geen reden gezien het onderzoeksteam de toegang tot de gehele dataset te ontzeggen. Volgens de rechter-commissaris is de scheiding tussen geheimhouder / niet geheimhouderinformatie intact gebleven. De data bevatten ongeveer negen miljoen bestanden en er zijn meerdere denkbare oorzaken dat bij de filtering niet ieder geheimhouderstuk is uitgefilterd. De rechter-commissaris benadrukt dat hij na het bezoek aan de dataroom door de raadslieden geen nader verzoek tot filtering van hen heeft ontvangen. Omdat klagers de aangetroffen geheimhouderstukken op 15 juli 2025 nader hebben geconcretiseerd heeft de rechter-commissaris in het proces-verbaal van 17 oktober 2025 een nadere filtering aangekondigd en hangende dat onderzoek de datacases ontoegankelijk laten maken voor het onderzoeksteam.
Het verzoek om de logbestanden te verstrekken is onlangs uitgezet bij de FIOD.

Beoordeling

Ontvankelijkheid
De rechtbank is bevoegd en klager kan worden ontvangen in het klaagschrift.
Klagers zijn allen advocaten en doen een beroep op hun verschoningsrecht ten aanzien van stukken die in het onderzoek in beslag zijn genomen. Dit maakt hen belanghebbenden.
Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank niet in dat de gewijzigde omstandigheden en ontwikkelingen na 4 juli 2025 maken dat klager geen belang meer zou hebben bij het klaagschrift en dat het om die reden niet-ontvankelijk zou zijn.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank dient te beoordelen of in onderhavige zaak met de gekozen werkwijze van ‘uitgrijzen’ voldoende is gewaarborgd dat geheimhoudergegevens geen deel uitmaken - of zullen uitmaken - van de processtukken en dat daarop in het verdere verloop van het strafproces geen acht kan worden geslagen.
Klacht tegen de inbeslagneming van verschoningsgerechtigd materiaal en het schoningsproces, meer in het bijzonder klacht tegen het ‘uitgrijzen’ en verzoek om vernietiging van de geheimhoudersgegevens.
Klagers hebben primair verzocht te bepalen dat de inbeslaggenomen geheimhoudersstukken moeten worden vernietigd, in die zin dat deze stukken definitief geen deel meer uitmaken van de datasets. De rechtbank stelt vast dat het in dit geval gaat om een forensische kopie van inbeslaggenomen gegevensdragers met daarop een grote hoeveelheid digitale data, die deels wel en deels niet onder het verschoningsrecht vallen. De rechter-commissaris heeft toegelicht dat het voor de integriteit van de datasets noodzakelijk is dat het bronbestand in tact blijft en dat daarom het wissen of vernietigen van de geheimhoudersstukken die zich tussen de data bevinden niet mogelijk is zonder de integriteit van het bronbestand aan te tasten. De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat het daadwerkelijk vernietigen in de zin van verwijderen/wissen van de geheimhoudersstukken niet mogelijk is. Het klaagschrift is in zoverre ongegrond.
Om te verzekeren dat de door de rechter-commissaris uitgefilterde geheimhoudersstukken geen deel uitmaken van de processtukken en dat daarop in het verdere verloop van het strafproces geen acht wordt geslagen, kan - zoals in dit geval is gebeurd - de methode van ‘uitgrijzen’ worden gevolgd. De Hoge Raad heeft in het arrest van 15 april 2025 [1] in lijn met eerdere jurisprudentie overwogen dat van vernietiging van gegevens ook sprake is als gegevens niet meer kenbaar zijn door bewerking van de gegevensdrager of de digitale voorziening waarmee de gegevens raadpleegbaar zijn. In geval van ‘uitgrijzen’ moet het proces zo zijn ingericht dat is verzekerd dat die gegevens geen deel uitmaken van de processtukken en dat daarop in het verdere verloop van het strafproces geen acht kan worden geslagen. Om in een voorkomend geval rechterlijke controle mogelijk te maken op de manier van vernietiging in het licht van dit vereiste, moet voldoende nauwkeurig verslag worden gedaan in een proces-verbaal. In het bijzonder moet daarin inzicht worden gegeven in de manier waarop is gewaarborgd dat personen die op enigerlei wijze bij het opsporingsonderzoek betrokken (zullen) zijn op geen enkele wijze toegang kunnen krijgen tot de betreffende gegevens.
Een dergelijk proces-verbaal over de techniek van het ‘uitgrijzen’ en de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de ‘uitgegrijde’ data ontoegankelijk blijven voor alle betrokkenen bij de opsporing en vervolging, zoals aangekondigd door de rechter-commissaris in zijn proces-verbaal van 7 februari 2024, ontbreekt nog steeds. De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat de brief van de FIOD van 16 oktober 2025, aangevuld met de eigen wetenschap van de rechter-commissaris over de algemene techniek van het uitgrijzen in zijn proces-verbaal van 17 oktober 2025, niet volstaan. Hierin is sprake van een te algemene omschrijving van de werkwijze van uitgrijzen, waarbij niet wordt ingegaan op de toegankelijkheid van de data in dit specifieke geval en onvoldoende wordt gewaarborgd dat personen die op enigerlei wijze bij het opsporingsonderzoek betrokken (zullen) zijn geen toegang kunnen krijgen tot de betreffende gegevens, bijvoorbeeld in geval van het exporteren van data in een andere applicatie. Het proces-verbaal van ambtshandeling van 5 februari 2024 van de geheimhoudersmedewerker van de FIOD, [naam 1] , die de rechter-commissaris heeft bijgestaan in het proces van filteren, geeft evenmin inzicht in de waarborgen. De officier van justitie heeft in raadkamer aangegeven dat ook hij dit proces-verbaal nog nodig acht.
De noodzaak van strikte waarborgen is duidelijk geworden in deze zaak. Blijkens het proces-verbaal van bevindingen inzake verstrekking gegevens JIT partners van 17 juni 2025 (AMB-020) hebben rechercheurs die betrokken zijn bij de opsporing in het onderzoek Greenhill zonder enige (kenbare) beperking en/of controle opdracht kunnen geven aan een medewerker van het digi-team om een export te maken van de door de Duitse rechercheurs gebookmarkte gegevens, zonder dat de geheimhoudersmedewerker en/of de rechter-commissaris daarbij betrokken zijn. Bij deze export naar een USB-stick is de eerdere filtering teniet gedaan en zijn de eerder uitgegrijsde verschoningsgerechtigde gegevens weer zichtbaar geworden bij het laden in een andere applicatie. Rechercheurs van de FIOD, [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] , hebben in een proces-verbaal van 4 november 2025 (AMB-005) verklaard dat zij geen kennis hebben genomen van verschoningsgerechtigde informatie. Dit neemt niet weg dat rechercheur(s) van het onderzoeksteam en de medewerker van het digi-team op kennelijk eenvoudige wijze (onbedoeld) de aangebrachte filtering ongedaan hebben kunnen maken en verschoningsgerechtigde informatie daarmee voor hen toegankelijk hebben kunnen maken. Dit maakt dat er strikte waarborgen moeten worden gesteld om herhaling van deze fout te voorkomen.
Het klaagschrift tegen de methode van ‘uitgrijzen’ is in zoverre gegrond. De rechtbank zal het Openbaar Ministerie opdragen dit proces-verbaal alsnog door de FIOD te laten opstellen en aan de rechter-commissaris te laten verstrekken. Daarin moet nauwkeurig worden omschreven hoe wordt gewaarborgd dat personen die bij het opsporingsonderzoek en de vervolging zijn betrokken geen toegang kunnen krijgen tot de 'uitgegrijsde' gegevens en ook dat deze niet nogmaals worden geëxporteerd op de wijze die eerdere mis is gegaan.
Verder stelt de rechtbank vast dat er sterke aanwijzingen zijn dat de eerdere filtering onder leiding van de rechter-commissaris onvolledig is geweest, zoals naar voren is gekomen tijdens de inzage van mr. [klager 1] en mr. [klager 2] in de dataroom op 7 mei 2025. Na ontvangst van de gemaakte bookmarks zijn de stukken op 15 juli 2025 nader door klager gespecificeerd. Deze stukken zijn volgens klager nog steeds (gedeeltelijk) zichtbaar. Alhoewel het Openbaar Ministerie en de rechter-commissaris naar voren hebben gebracht dat een waterdichte filtering vrijwel onmogelijk is bij een hoeveelheid data als hier aan de orde, wekt het wel verbazing dat het invoeren van eenvoudige zoektermen door klager en mr. [klager 1] meerdere hits opleverde van expliciete namen en termen die bij de filtering geraakt- en dus uitgegrijsd hadden moeten worden. Hoe dit mogelijk is, is de rechtbank op grond van de zich thans in het dossier bevindende stukken niet duidelijk geworden. Het is dan ook noodzakelijk dat een aanvullende filtering zal plaatsvinden, zoals de rechter-commissaris ook al heeft aangekondigd.
Het klaagschrift is ook in zoverre gegrond. De rechtbank zal de rechter-commissaris opdragen een aanvullende filtering uit te (laten) voeren en daarvan verslag te doen in een proces-verbaal. Voor een verklaring voor recht dat sprake is van een schending van het verschoningsrecht en dat het gebruik van de gegevens onrechtmatig is, zoals door klager verzocht, is in deze procedure geen plaats.
Klacht tegen de onrechtmatige overdracht van gegevens aan het buitenland
Vast staat dat bij de overdracht van (een deel van) de datasets aan de Duitse en Finse opsporingsdiensten een grote hoeveelheid verschoningsgerechtigde stukken zichtbaar zijn geworden en zijn overgedragen. De rechtbank kan niet beslissen tot vernietiging van usb-stick en harde schijf die aan Duitsland en Finland zijn verstrekt, al was het maar omdat niet vaststaat dat ze er nog zijn en zo ja, waar.
Het Openbaar Ministerie heeft maatregelen genomen tegen verdere verspreiding. Door de JIT-partners is aangegeven dat de stukken zijn vernietigd. De rechtbank gaat uit van de betrouwbaarheid van de garantie van deze autoriteiten dat de gegevens zijn vernietigd. De rechtbank ziet niet in welke aanvullende waarborgen in dit verband verder nog zouden kunnen worden gegeven.
Logbestanden
De Hoge Raad heeft in de hiervoor genoemde uitspraken overwogen dat als bij de vernietiging van geheimhoudersstukken gebruik wordt gemaakt van technische voorzieningen (de rechtbank begrijpt: voor het uitgrijzen van digitale bestanden), deze zo moeten zijn ingericht dat kan worden nagegaan dat de gegevens niet meer kenbaar zijn, bijvoorbeeld middels een geautomatiseerde registratie waarbij wordt bijgehouden welke handelingen binnen het systeem hebben plaatsgevonden en door wie deze zijn verricht. (Vgl. HR 12 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:375, rechtsoverweging 6.7.2.). De rechtbank begrijpt dat hieronder de verzochte logbestanden kunnen worden verstaan.
Na ontvangst van de bookmarks is de vraag gerezen welke bewerkingen precies hebben plaatsgevonden van deze geheimhoudersstukken en wie inzage heeft gehad in de dataset rondom het proces van kopiëren van de data. De rechtbank acht het van belang dat de logbestanden worden verstrekt, omdat daaruit zou kunnen worden opgemaakt of leden van het onderzoeksteam verschoningsgerechtigde informatie hebben hebben ingezien en /of bewerkt.
Hoewel de betrokken FIOD medewerkers hebben verklaard dat zij inhoudelijk geen kennis hebben genomen van geheimhouderstukken (AMB-005), hebben klagers een gerechtvaardigd belang om te controleren wie er op welk moment toegang heeft gehad tot de (al dan niet uitgegrijsde) geheimhoudersgegevens. Aan de hand van de logbestanden kan worden getoetst of inderdaad alleen de geheimhoudermedewerker van de FIOD toegang heeft gehad tot de bij de filtering geraakte bestanden.
De rechter-commissaris heeft toegezegd de logbestanden op te vragen. De rechtbank zal de rechter-commissaris ook formeel opdragen om de logbestanden op te vragen. Het gaat dan in ieder geval om de logbestanden van de geheimhoudersstukken die bij de eerste filtering zijn geraakt en die bij de nadere filtering nog worden aangetroffen.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het klaagschrift
  • gelast de rechter commissaris een nadere filtering uit te (laten) voeren om geheimhoudersstukken uit de inbeslaggenomen data te filteren en ontoegankelijk te maken voor alle betrokkenen bij de opsporing en vervolging;
  • gelast de rechter-commissaris de logbestanden op te laten vragen van de eerder uitgefilterde en bij nadere filtering nog aan te treffen geheimhoudersstukken;
  • gelast de officier van justitie om de FIOD een proces-verbaal te laten opstellen waarin voldoende nauwkeurig verslag wordt gedaan van het (aanvankelijke en aanvullende) proces van ‘uitgrijzen’ en in het bijzonder inzicht wordt gegeven in de manier waarop is gewaarborgd dat personen die op enigerlei wijze bij het opsporingsonderzoek betrokken (zullen) zijn op geen enkele wijze toegang kunnen krijgen tot de betreffende geheimhoudersgegevens;
  • verklaart het klaagschrift
Deze beslissing is gegeven door de meervoudige raadkamer,
mr. G.M. Beunk, voorzitter,
mr. R.A. Overbosch en mr. J. Thomas, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.M.E. Leyten, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager en voor het openbaar ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.