Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 november 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college
Inleiding
8 september 2025.
Rechtbank Amsterdam
In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam op 7 november 2025, in de zaak met nummer AMS 25/5184, wordt het verzoek van verzoeker om een proceskostenveroordeling beoordeeld. Verzoeker had eerder bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, dat op 8 september 2025 was genomen. Echter, verzoeker trok zijn verzoek om een voorlopige voorziening in, omdat het college hem op 9 september 2025 had toegelaten tot een 24-uurs trajectbed voor onbepaalde tijd. De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, maar het college heeft hierop niet gereageerd. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe, omdat het college aan verzoeker tegemoet is gekomen door hem toe te laten tot het trajectbed. Dit betekent dat verzoeker een reden had om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen. De voorzieningenrechter stelt vast dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering op deze regel rechtvaardigen. De proceskosten worden berekend op basis van de bijstand van de gemachtigde van verzoeker, die een proceshandeling heeft verricht door het indienen van een verzoekschrift. De totale proceskosten die het college moet vergoeden bedragen € 907,-. Daarnaast kan verzoeker het door hem betaalde griffierecht van € 53,- vergoed krijgen door het college. De voorzieningenrechter concludeert dat het college veroordeeld wordt tot betaling van € 907,- aan verzoeker.