Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
5.De beslissing
57170
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een werknemer, aangeduid als [verzoeker], en zijn werkgever, Lycamobile B.V. De werknemer had een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, maar deze werd beëindigd binnen de proeftijd. De werknemer verzocht om een billijke vergoeding van € 200.000,00, een transitievergoeding, en andere vergoedingen wegens onregelmatige opzegging. De kantonrechter oordeelde dat het proeftijdbeding in de tweede arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig was, waardoor de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Lycamobile ook niet rechtsgeldig was. De kantonrechter stelde de transitievergoeding ambtshalve vast op € 1.860,00 en kende de werknemer een billijke vergoeding toe van € 40.000,00. Daarnaast werd Lycamobile veroordeeld tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding van € 20.686,14 en de wettelijke rente over deze bedragen. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer recht had op correcte loonstroken en dat de proceskosten voor rekening van Lycamobile kwamen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.