ECLI:NL:RBAMS:2025:9122

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
11845070 \ EA VERZ 25-955
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietig proeftijdbeding en toekenning billijke vergoeding aan werknemer

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een werknemer, aangeduid als [verzoeker], en zijn werkgever, Lycamobile B.V. De werknemer had een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, maar deze werd beëindigd binnen de proeftijd. De werknemer verzocht om een billijke vergoeding van € 200.000,00, een transitievergoeding, en andere vergoedingen wegens onregelmatige opzegging. De kantonrechter oordeelde dat het proeftijdbeding in de tweede arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig was, waardoor de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Lycamobile ook niet rechtsgeldig was. De kantonrechter stelde de transitievergoeding ambtshalve vast op € 1.860,00 en kende de werknemer een billijke vergoeding toe van € 40.000,00. Daarnaast werd Lycamobile veroordeeld tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding van € 20.686,14 en de wettelijke rente over deze bedragen. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer recht had op correcte loonstroken en dat de proceskosten voor rekening van Lycamobile kwamen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 11845070 \ EA VERZ 25-955
Beschikking van 25 november 2025
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. M. Rooimans,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LYCAMOBILE B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verwerende partij,
hierna te noemen: Lycamobile,
gemachtigde: mr. T. Koenders.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties van 19 augustus 2025,
- het verbeterde verzoekschrift van 3 september 2025,
- het verweerschrift met producties van Lycamobile,
- de mondelinge behandeling van 3 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Op 3 november 2025 is de mondelinge behandeling gehouden. [verzoeker] is verschenen en werd bijgestaan door mr. Rooimans. Namens Lycamobile zijn verschenen [naam 1] , sales director, en [naam 2] , Hoofd Marketing, bijgestaan door mr. Koenders. Partijen hebben vragen van de kantonrechter beantwoord en hun standpunten nader toegelicht, [verzoeker] mede aan de hand van spreekaantekeningen. [verzoeker] heeft zijn primaire verzoeken ingetrokken. Na verder debat is beschikking gevraagd en is de datum voor de beschikking bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Lycamobile is een goot internationaal bedrijf dat is gevestigd in circa 23 landen waaronder Nederland.
2.2.
[verzoeker] is op 3 maart 2025 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Lycamobile. In de arbeidsovereenkomst is een proeftijd voor de duur van twee maanden en een concurrentiebeding opgenomen. [verzoeker] was werkzaam in de functie van Head of Digital Sales. Zijn basissalaris bedroeg € 10.417,00 per maand vermeerderd met 8% vakantietoeslag op basis van een 40-urige werkweek. In de arbeidsovereenkomst zijn partijen overeengekomen dat [verzoeker] in aanmerking komt voor een discretionaire bonus van maximaal 20% van zijn bruto jaarsalaris en dat de beoordeling en toekenning daarvan uitsluitend door Lycamobile worden bepaald. [verzoeker] had jaarlijks recht op 23 vakantiedagen.
2.3.
In de eerste maand van het dienstverband werd [verzoeker] aangestuurd door [naam 3] , VP Digital bij Lycamobile en werkzaam op een vestiging in Londen.
2.4.
In een online vergadering op 2 mei 2025 waaraan [verzoeker] , [naam 3] , de HR Manager en de Sales Director van Lycamobile deelnamen, heeft [naam 3] aan [verzoeker] verteld dat hij ontevreden was over zijn functioneren, maar dat hij [verzoeker] nog een kans wilde geven om te verbeteren. Bij e-mail van 2 mei 2025 heeft de HR Manager van Lycamobile aan [verzoeker] geschreven dat zijn arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd na afloop van de proeftijd, omdat [naam 3] meer tijd nodig heeft om zijn functioneren goed te kunnen beoordelen. Verder staat in die e-mail dat een nieuwe arbeidsovereenkomst zal worden opgesteld onder dezelfde voorwaarden. Partijen hebben vervolgens op 8 mei 2025 een nieuwe arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten die op 4 mei 2025 is ingegaan met opnieuw een proeftijd van twee maanden.
2.5.
In een online vergadering op 1 juli 2025 waaraan [verzoeker] , [naam 3] en de HR Manager deelnamen, is aan [verzoeker] meegedeeld dat zijn arbeidsovereenkomst zal worden beëindigd. Bij e-mail van 1 juli 2025 heeft de HR Manager van Lycamobile aan [verzoeker] bevestigd dat zijn arbeidsovereenkomst binnen de proeftijd wordt beëindigd. Verder staat in die e-mail dat hij per direct wordt vrijgesteld van werkzaamheden en dat hij tot en met 4 juli 2025 zal worden uitbetaald.
2.6.
Over juli 2025 heeft Lycamobile aan [verzoeker] € 1.811,65 bruto aan loon, € 144,93 aan vakantiegeld en € 2.855,87 aan vakantie-uren (44 uur) uitbetaald.
2.7.
Bij e-mail van 8 juli 2025 heeft de (voormalig) gemachtigde van [verzoeker] aan Lycamobile geschreven dat het proeftijdbeding en de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig zijn, maar dat [verzoeker] ervoor kiest de opzegging in stand te laten. Verder is in die e-mail een minnelijk voorstel gedaan.
2.8.
Bij e-mail van 14 juli 2025 heeft de gemachtigde van Lycamobile aan de gemachtigde van [verzoeker] geschreven dat het inderdaad niet mogelijk was om in de tweede arbeidsovereenkomst opnieuw een proeftijd overeen te komen. Verder staat in die e-mail dat Lycamobile openstaat voor een terugkeer, maar dat als [verzoeker] dat niet wil Lycamobile bereid is hem te compenseren. In die e-mail heeft Lycamobile een tegenvoorstel gedaan.
2.9.
Bij e-mail van 22 juli 2025 heeft de (voormalig) gemachtigde van [verzoeker] aan de gemachtigde van Lycamobile geschreven dat het voorstel van Lycamobile geen aanleiding vormt een onderhandeling te starten. Verder staat in die e-mail dat door de hele gang van zaken het vertrouwen van [verzoeker] in Lycamobile dermate is verstoord, dat het voor hem onmogelijk is om nog terug te keren. Tot slot staat in die e-mail dat [verzoeker] openstaat voor een tegenvoorstel, mits dat in de buurt ligt van zijn eerdere voorstel, bij gebreke waarvan in een procedure een hoger bedrag aan billijke vergoeding zal worden verzocht.
2.10.
Bij e-mail van 7 augustus 2025 heeft de gemachtigde van [verzoeker] aan de gemachtigde van Lycamobile geschreven dat [verzoeker] ondanks talloze sollicitaties nog geen zicht heeft op een andere baan en hij alsnog bereid is over werkhervatting te praten. Bij e-mail van 12 augustus 2025 heeft de gemachtigde van Lycamobile geantwoord dat Lycamobile [verzoeker] niet terug in dienst zal nemen, alleen omdat hij geen andere baan kan vinden en zonder de oprechte intentie om weer voor Lyvamobile te willen werken.
2.11.
Aan [verzoeker] is met ingang van 1 augustus 2025 (voorwaardelijk) een WW-uitkering toegekend voor een bedrag van € 4.198,00 bruto exclusief 8% vakantiegeld.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoeker] verzoekt, samengevat, Lycamobile te veroordelen tot betaling dan wel verstrekking van:
een billijke vergoeding van € 200.000,00 bruto;
de wettelijke transitievergoeding van € 1.270,59 bruto;
een gefixeerde schadevergoeding van € 20.686,14 bruto vanwege het onregelmatig opzeggen van de arbeidsovereenkomst;
e correcte eindafrekening en uitbetaling van het tot en met 4 juli 2025 opgebouwde loon (€ 1.951,39 bruto), het vakantiegeld (€ 156,11 bruto), en het juiste aantal resterende vakantie-uren tegen een brutoloon inclusief vakantiegeld van € 64,91, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag;
correcte loonstroken over de vergoedingen zoals verzocht onder a, b en c, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag;
de wettelijke rente vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd over het onder a, b, c en d gevorderde, althans vanaf het moment van opeisbaarheid daarvan;
de wettelijke verhoging van 50% over het onder d gevorderde vanaf het moment van de opeisbaarheid van die bedragen;
verder verzoekt [verzoeker] te verklaren dat:
de werking van het concurrentiebeding uit de arbeidsovereenkomst vervalt, althans dat Lycamobile daar geen rechten meer aan kan ontlenen;
Lycamobile aan [verzoeker] een kopie van de gevoerde communicatie over zijn vertrek moet overleggen, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag;
Lycamobile wordt veroordeeld in de proceskosten.
3.2.
Lycamobile heeft verweer gevoerd.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt, voor zover voor de beoordeling van belang, ingegaan.

4.De beoordeling

Nietig proeftijdbeding
4.1.
Tussen partijen is (terecht) niet in geschil dat het proeftijdbeding in de tweede arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is en dat daarmee ook de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Lycamobile op grond van artikel 7:671 Burgerlijke Wetboek (BW) niet rechtsgeldig is. [verzoeker] heeft berust in de opzegging en maakt aanspraak op betaling van een aantal vergoedingen die hierna zullen worden besproken.
4.2.
Lycamobile heeft erkend dat zij door de onjuiste opzegging van de arbeidsovereenkomst gehouden is de wettelijke transitievergoeding en de gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging te betalen aan [verzoeker] . Ook heeft Lycamobile de hoogte van deze vergoedingen zoals verzocht niet betwist.
Transitievergoeding
4.3.
De kantonrechter dient ambtshalve de hoogte van de transitievergoeding vast te stellen (Hoge Raad van 7 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:365).
4.4.
[verzoeker] heeft de transitievergoeding berekend over de periode 3 maart 2025 tot en met 4 juli 2025. In zijn arrest van 17 juli 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1286) heeft de Hoge Raad bepaald dat bij onregelmatige opzegging van een arbeidsovereenkomst door de werkgever – wat hier het geval is, het recht op en de hoogte van de wettelijke transitievergoeding moeten worden bepaald aan de hand van het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst zou zijn geëindigd als de werkgever deze regelmatig zou hebben opgezegd.
4.5.
Lycamobile had de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] kunnen opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van een maand. Op 1 juli 2025 had Lycamobile de arbeidsovereenkomst dus kunnen opzeggen tegen 31 augustus 2025. Uitgaande van deze einddatum berekent de kantonrechter de transitievergoeding op een bedrag van € 1.860,00 bruto. De verzochte wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 5 augustus 2025.
Gefixeerde schadevergoeding
4.6.
Omdat niet rechtsgeldig is opgezegd, heeft [verzoeker] op grond van artikel 7:672 lid 11 BW recht op de gefixeerde schadevergoeding. Het door [verzoeker] verzochte brutobedrag aan gefixeerde schadevergoeding is niet door Lycamobile betwist, zodat dit bedrag zal worden toegewezen. De verzochte wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 4 juli 2025.
Billijke vergoeding
4.7.
Artikel 7:681 lid 1 onder a BW bepaalt dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer ten laste van de werkgever een billijke vergoeding kan toekennen indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW. Daarvan is sprake.
4.8.
Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding heeft de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2017:1187) uitgangspunten geformuleerd. De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle (uitzonderlijke) omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen.
4.9.
De arbeidsovereenkomst tussen partijen heeft slechts vier maanden geduurd. Niet aannemelijk is dat [verzoeker] lang voor Lycamobile zou hebben gewerkt. Het overeenkomen van een nieuwe proeftijd bevestigt dat daarop (nog) geen uitzicht was. Ter zitting is duidelijk geworden dat sprake was van een mismatch tussen Lycamobile en [verzoeker] . Het is ook niet voor niets dat [verzoeker] in de minnelijke correspondentie aan Lycamobile na de opzegging meerdere keren heeft laten weten dat hij berust in de opzegging. Weliswaar heeft [verzoeker] op enig moment aan Lycamobile te kennen gegeven dat hij alsnog bereid was over werkhervatting te praten. Deze bereidheid was echter niet ingegeven vanwege de wil om voor Lycamobile te werken, maar vanwege het niet kunnen vinden van een nieuwe baan. Ook het feit dat [verzoeker] aanvankelijk primair verzocht het dienstverband te herstellen, maar direct bij aanvang van de mondelinge behandeling dit verzoek heeft ingetrokken, vormt eveneens een aanwijzing dat het dienstverband van [verzoeker] bij Lycamobile waarschijnlijk geen lang leven beschoren was.
4.10.
Door de handelswijze van Lycamobile is [verzoeker] van de een op de andere dag werkloos geworden en is zijn inkomen er aanzienlijk op achteruit gegaan. Bij Lycamobile genoot hij een maandsalaris van € 10.417,00 bruto exclusief 8% vakantiegeld, terwijl hij op dit moment een WW-uitkering ontvangt van € 4.198,00 exclusief 8% vakantiegeld. Dit is een inkomstenverlies van maar liefst € 6.219,00 bruto per maand.
4.11.
Een uitzonderlijke omstandigheid waarmee rekening gehouden wordt is dat Lycamobile en [verzoeker] bij aanvang een – geldig – proeftijdbeding zijn overeengekomen. Hoewel niet vaststaat dat de arbeidsovereenkomst binnen die proeftijd zou zijn beëindigd indien Lycamobile zich had gerealiseerd dat een verlenging van de proeftijd door een nieuwe arbeidsovereenkomst aan te gaan niet mogelijk was, is dat ook niet uitgesloten. Dat [verzoeker] , zoals hij aanvoert, zijn baan heeft opgezegd om voor Lycamobile te komen werken is door Lycamobile gemotiveerd betwist en door hem niet aangetoond ( [verzoeker] erkent dat zijn voorafgaande werkgever haar activiteiten naar Polen had verplaatst), en in het licht van het door [verzoeker] akkoord gaan met de aanvankelijke – geldige – proeftijd van twee maanden ook niet aannemelijk te achten.
4.12.
Niet aannemelijk is dat [verzoeker] voor een lange periode werkloos zal blijven. Weliswaar heeft hij aangevoerd dat hij inmiddels op ruim 44 vacatures heeft gesolliciteerd en nog nergens is aangenomen. Echter, gelet op het opleidingsniveau en de leeftijd van [verzoeker] (56 jaar) en de functie die hij ambieert (hoger managementniveau) mag worden verwacht dat hij binnen een niet al te lange periode een nieuwe baan zal vinden.
4.13.
In het licht van het voorgaande acht de kantonrechter het redelijk om aan [verzoeker] een billijke vergoeding toe te kennen van € 40.000,00 bruto. Lycamobile zal worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking.
4.14.
Het verzoek tot het verstrekken van correcte loonstroken over bovengenoemde vergoedingen zal worden toegewezen. De verzochte dwangsom zal worden gemaximeerd.
Achterstallig salaris en vakantie-uren
4.15.
[verzoeker] stelt dat Lycamobile aan hem over juli 2025 een onjuist loon heeft uitbetaald. [verzoeker] had recht op een bedrag van € 1.951,39 bruto in plaats van het door Lycamobile uitbetaalde brutobedrag van € 1.811,65. [verzoeker] heeft in juli 2025 vier dagen (32 uur) gewerkt. Het bruto uurloon van [verzoeker] bedraagt € 60,0981. Dit bedrag keer 32 maakt € 1.951,39. Het vakantiegeld bedraagt dan € 156,11 bruto en niet € 144,93 bruto zoals door Lycamobile uitbetaald. Lycamobile heeft bij de eindafrekening € 2.644,32 bruto, zijnde 44 vakantie-uren, uitbetaald. Onduidelijk is of dit saldo juist is, maar over de vakantie-uren had ook 8% vakantiegeld moeten worden betaald, oftewel een bedrag van € 211,54 bruto, aldus steeds [verzoeker] .
4.16.
Lycamobile heeft aangevoerd dat het loon over juli 2025 niet per uur, maar naar rato van die maand is uitbetaald. De salarissoftware berekent het loon naar rato van het deel van de maand dat het dienstverband actief was. De reden hiervoor is dat elke maand een ander aantal te werken dagen heeft en dat werknemers anders elke maand een ander maandloon zouden ontvangen. In juli waren er 23 werkdagen. [verzoeker] heeft 4 dagen gewerkt. 4/23 x € 10.417,00 maakt € 1.811,65 bruto. Daarom is dit bedrag aan [verzoeker] betaald. Over de 44 vakantie-uren is € 211,55 bruto aan vakantiegeld betaald aan [verzoeker] . Dit is in een aparte post op de loonstrook opgenomen, aldus steeds Lycamobile.
4.17.
Geoordeeld wordt als volgt.
4.18.
Zou [verzoeker] in juli en augustus 2025 hebben gewerkt, dan zou hij over die maanden in totaal recht hebben gehad op een bedrag van € 22.500,72 bruto aan loon inclusief vakantiegeld. Voor de vier dagen die [verzoeker] in juli heeft gewerkt, heeft hij € 1.956,58 bruto aan loon inclusief vakantiegeld ontvangen. Voor de periode 5 juli tot en met 31 augustus 2025 ontvangt [verzoeker] een bedrag van € 20.686,14 bruto aan gefixeerde schadevergoeding (een bedrag gelijk aan het loon over 5 juli tot en met 31 augustus 2025 inclusief vakantiegeld). Dit betekent dat [verzoeker] , na uitbetaling van de gefixeerde schadevergoeding, over juli en augustus in totaal € 22.642,72 bruto (€ 20.686,14 + € 1.956,58) ontvangt, dus een hoger bedrag dan hij zou hebben ontvangen als hij die maanden had gewerkt. Het verzoek van [verzoeker] tot nabetaling van loon zal daarom worden afgewezen.
4.19.
[verzoeker] heeft ter zitting nog gesteld dat het tegoed aan vakantie-uren niet moet worden berekend over vier maanden, zijnde de datum waarop Lycamobile heeft opgezegd, maar over 6 maanden, zijnde de datum waarop de arbeidsovereenkomst zou zijn geëindigd als de opzegtermijn in acht was genomen en hij daarom nog recht heeft op een bedrag van € 2.029,20 bruto inclusief vakantiegeld. [verzoeker] heeft zijn verzoek echter niet overeenkomstig vermeerderd, zodat alleen om deze reden al dit standpunt geen beoordeling behoeft. Ten overvloede wordt nog overwogen dat door de onregelmatige opzegging de arbeidsovereenkomst per 5 juli 2025 is geëindigd. Na het eindigen van de arbeidsovereenkomst worden geen vakantie-uren meer opgebouwd.
4.20.
Uitgaande van 44 opgebouwde maar niet-genoten vakantie-uren per einde dienstverband, heeft Lycamobile [verzoeker] correct uitbetaald. Het bedrag exclusief vakantiegeld is tussen partijen niet ter discussie en uit de loonstrook over juli 2025 volgt dat € 211,55 bruto aan vakantiegeld over de vakantie-uren is uitbetaald aan [verzoeker] . Dit deel van zijn verzoek zal daarom worden afgewezen.
Concurrentiebeding
4.21.
Lycamobile heeft verklaard dat zij bereid is mee te werken om de werking van het concurrentiebeding te laten vervallen. Dit verzoek van [verzoeker] zal daarom als onweersproken worden toegewezen. Bovendien volgt uit artikel 7:653 lid 4 BW dat een werkgever geen rechten kan ontlenen aan een concurrentiebeding indien het eindigen of het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, hetgeen in deze zaak het geval is.
Communicatie over vertrek
4.22.
Omdat [verzoeker] heeft berust in de opzegging, zal hij niet terugkeren bij Lycamobile. Zijn verzoek tot, kort gezegd, inzage in de gevoerde interne communicatie over zijn vertrek bij Lycamobile zal daarom bij gebrek aan belang worden afgewezen.
Proceskosten
4.23.
De proceskosten komen voor rekening van Lycamobile, omdat Lycamobile overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 1.342,50 (€ 732,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris gemachtigde en € 67,50 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Lycamobile om aan [verzoeker] een billijke vergoeding te betalen van € 40.000,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking, tot aan de dag van de gehele betaling,
5.2.
veroordeelt Lycamobile om aan [verzoeker] de vergoeding wegens onregelmatige opzegging te betalen van € 20.686,14 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 4 juli 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.3.
veroordeelt Lycamobile om aan [verzoeker] een transitievergoeding te betalen van € 1.860,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 4 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.4.
veroordeelt Lycamobile om binnen één maand na betekening van deze beschikking correcte loonstroken aan [verzoeker] te verstrekken over de onder 5.1 tot en met 5.3 toegewezen vergoedingen, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag dat Lycamobile niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximum is bereikt van € 2.500,00,
5.5.
veroordeelt Lycamobile in de proceskosten van € 1.342,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Lycamobile niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.6.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door mr. M.F. van Grootheest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.
57170