Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
5.Strafbaarheid
6.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
CJvan het HvJ EU de officier van justitie te verzoeken om het ingevulde certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en een kopie van het arrest van 1 april 2019 gewezen door het Gerechtshof van Parijs, groep 5 – Kamer 12 (referentie 18/004762) op te vragen bij of via de uitvaardigende justitiële autoriteit, zodat de rechtbank kan beslissen over de overname van de tenuitvoerlegging van de in Frankrijk opgelegde straf als bedoeld in artikel 6a OLW.
CJvan het HvJ EU als een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 22, vierde lid, OLW. De rechtbank verlengt daarom de beslistermijn met 60 dagen op grond van die bepaling, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.