Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De kern
3.De beoordeling
te weten met: vloerbedekking, gordijnen, wasmachine en verlichting”.
Op grond van de artikelen 1.1, 4.4 en 7 van de huurovereenkomst en de verklaringen van partijen stelt de commissie vast dat de huurder en de verhuurder bij het begin van de huurovereenkomst een all-in prijs zijn overeengekomen van
Kale huurprijs: € 792,00
Servicekosten: € 360,00
over de huurprijs vanaf de ingangsdatum van de huurovereenkomst.
kaleaanvangshuurprijs zij zijn overeengekomen. Volgens [eiser] is de kale huurprijs de overeengekomen huurprijs van € 1.440,00, terwijl partijen volgens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een all-in huurprijs zijn overeengekomen. Uit de wet volgt dat sprake is van een all-in huurprijs als de huurovereenkomst meer omvat dan het enkele gebruik van de woonruimte en bij die overeenkomst slechts de hoogte van de prijs en niet die van de huurprijs is vastgesteld. [3] Naar het oordeel van de kantonrechter is daar – in tegenstelling tot het oordeel van de Huurcommissie – geen sprake van.
Roerende zaken
Indien het gehuurde zelfstandige woonruimte met een geliberaliseerde huurprijs betreft:
vindt de jaarlijkse huurprijswijziging plaats op basis van het maandprijsindexcijfer volgens de consumentenprijsindex (CPI), reeks alle huishoudens (2015=100), gepubliceerd door het centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); (…).”
(…) Bovenop en gelijktijdig met de jaarlijkse aanpassing overeenkomstig artikel 16 van Pro de algemene bepalingen, heeft de verhuurder het recht om de huurprijs te verhogen met maximaal 6%.”
4.De beslissing
dinsdag 21 oktober 2025 om 10:00uur voor het nemen van akte door [eiser] over het bepaalde in overweging 3.35,