Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
- werknemer de arbeidsovereenkomst op eigen initiatief beëindigt
- werknemer wegens een dringende reden/op staande voet wordt ontslagen
Geen ontslagbescherming bij ziekte in BBL-constructie
3.Het verzoek en het verweer
- te verklaren voor recht dat het gegeven ontslag per 30 mei 2025 nietig is, althans dat sprake is van een beëindiging van de leer-arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW,
- te verklaren voor recht dat er nog sprake is van een arbeidsovereenkomst,
- tot het toelaten van [verzoekster] tot haar werkplek en haar in de gelegenheid te stellen de overeengekomen werkzaamheden op de gebruikelijke wijze te verrichten, althans om het re-integratietraject te hervatten, op straffe van verbeurte van een dwangsom,
- tot het betalen van het brutoloon van € 1.492,77 (exclusief vakantietoeslag) per maand vanaf 30 mei 2025, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente,
- tot het binnen veertien dagen na betekening van de beschikking verstrekken van (een) schriftelijke, deugdelijke bruto/netto specificatie(s) van het loon en de wettelijke verhoging, op straffe van verbeurte van een dwangsom,
- een billijke vergoeding ex artikel 7:681 lid 1 BW van € 40.000,00 bruto,
- een transitievergoeding ex artikel 7:673 BW van € 1.621,00 bruto,
- een gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:672 lid 11 BW van € 1.612,19 bruto,
- de opgebouwde vakantie-uren ter waarde van € 1.338,27,
- de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid over de hiervoor genoemde bedragen,
- de (na)kosten van de procedure.
4.De zelfstandige (voorwaardelijke) tegenverzoeken van [verweerster]
5.Het verweer tegen de tegenverzoeken
6.De (voorwaardelijke) tegenverzoeken van [verzoekster]
7.De beoordeling van het verzoek
8.De beoordeling van de tegenverzoeken
“het uit dienst treden”enkel op ontslag door (of wegens gedrag van) de werknemer of ook bij initiatief van de werkgever? - komen de kosten in verband met het faillissement van HWC Opleidingen wel voor vergoeding in aanmerking? - zijn de financiële gevolgen van het beding waarmee ingestemd is voor de werknemer wel duidelijk (gemaakt)? Daarbij komt dat niet is toegelicht of de studiekosten betrekking hebben op scholing die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie, waartoe [verweerster] in verband met de aansluiting bij het Kwaliteitsregister Kraamverzorgenden van het Kenniscentrum Kraamzorg op grond van de cao verplicht is werknemers kosteloos scholing te verstrekken. Bij die stand van zaken acht de kantonrechter de verzochte studiekosten niet toewijsbaar.