ECLI:NL:HR:2012:BX0348
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Geldigheid ontbindende voorwaarde bij beëindiging arbeidsovereenkomst door wegvallen loonkostensubsidie
Deze zaak betreft de beoordeling van de geldigheid van een ontbindende voorwaarde in een arbeidsovereenkomst tussen HTM en een servicemedewerker die via de ID-regeling was aangenomen. De arbeidsovereenkomst bevatte een voorwaarde dat deze van rechtswege zou eindigen bij het wegvallen van de loonkostensubsidie.
De werknemer trad in 2000 in dienst op basis van de ID-regeling, die werkgevers subsidieerde voor het in dienst nemen van langdurig werklozen. De subsidie en regeling werden per 1 januari 2009 beëindigd, waarna HTM de arbeidsovereenkomst beëindigde en de loonbetaling staakte. De werknemer vorderde doorbetaling van loon en vernietiging van de ontbindende voorwaarde, maar de kantonrechter wees deze vorderingen af. Het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de ontbindende voorwaarde nietig was omdat het wegvallen van subsidie het verrichten van werkzaamheden niet onmogelijk maakte.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter. De Hoge Raad oordeelde dat de ontbindende voorwaarde niet in strijd is met het ontslagrecht, omdat de functie uitsluitend bestond dankzij de subsidie en de regeling, en het redelijk is dat de beëindiging van de regeling niet voor rekening van de werkgever komt. De ontbindende voorwaarde is daarmee geldig en leidt tot het einde van de arbeidsovereenkomst van rechtswege.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt bij het wegvallen van de loonkostensubsidie en verklaart de ontbindende voorwaarde geldig.