ECLI:NL:RBAMS:2025:7732

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 september 2025
Publicatiedatum
20 oktober 2025
Zaaknummer
11480597 \ CV EXPL 25-350
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering op grond van wanprestatie en onrechtmatige daad tegen een BV en haar bestuurder

In deze zaak vordert eiseres, H.O.D.N. [handelsnaam], een schadevergoeding van € 9.704,02 van Mijn Mediamix Group B.V. en haar bestuurder, [gedaagde 2], wegens wanprestatie en onrechtmatige daad. Eiseres heeft een overeenkomst gesloten met Mijn Mediamix Group voor de ontwikkeling van een website en online marketingdiensten, maar stelt dat zij niets bruikbaars heeft ontvangen. Ondanks herhaaldelijke verzoeken om informatie over de gang van zaken rondom de uitschrijving van de BV uit het Handelsregister, hebben de gedaagden onvoldoende informatie verstrekt. De kantonrechter heeft op 2 mei 2025 een tussenvonnis gewezen waarin werd vastgesteld dat Mijn Mediamix Group tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. De kantonrechter oordeelt dat de bestuurder, [gedaagde 2], persoonlijk aansprakelijk is voor de schade van eiseres, omdat hij verantwoordelijk is voor de uitschrijving van de BV uit het Handelsregister. De kantonrechter heeft de gedaagden veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De proceskosten zijn eveneens voor rekening van de gedaagden.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11480597 \ CV EXPL 25-350
Vonnis van 26 september 2025
in de zaak van
[eiseres] (H.O.D.N. [handelsnaam] ),
wonend in [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. A.S. Nijland,
tegen

1.MIJN MEDIAMIX GROUP B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,
2.
[gedaagde 2],
wonend in [woonplaats 2] ,
gedaagde partijen,
hierna te noemen: Mijn Mediamix Group en [gedaagde 2] ,
procederend in persoon.

1.Waar gaat de zaak over?

1.1.
[eiseres] vindt dat Mijn Mediamix Group tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen om voor het bedrijf van [eiseres] een website te ontwikkelen en, na oplevering van de website, online marketingdiensten te verlenen om de zichtbaarheid van de website te vergroten. [eiseres] heeft voor het hele pakket € 9.704,02 betaald, maar volgens haar niets bruikbaars gekregen, ondanks herhaaldelijk vragen. Zij wil daarom haar geld terug. [gedaagde 2] is, via een andere vennootschap ( [bedrijf] B.V.) de bestuurder van Mijn Mediamix Group. Hij voert namens Mijn Mediamix Group aan dat hij en zijn collega’s hun best hebben gedaan om de website voor [eiseres] te ontwikkelen, maar dat [eiseres] steeds niet tevreden was. Hij vindt dat Mijn Mediamix Group niets meer aan [eiseres] verschuldigd is.
1.2.
[eiseres] stelt [gedaagde 2] ook persoonlijk aansprakelijk, omdat Mijn Mediamix Group kort na haar laatste contact met [gedaagde 2] is uitgeschreven uit het Handelsregister, waardoor Mijn Mediamix Group haar verplichtingen tegenover [eiseres] niet meer kon nakomen. Omdat [gedaagde 2] de uitschrijving uit het Handelsregister volgens [eiseres] met opzet heeft laten gebeuren, zodat [eiseres] haar vordering niet meer kon innen en Mijn Mediamix Group haar contractuele verplichtingen niet meer kon nakomen, is [gedaagde 2] volgens haar persoonlijk aansprakelijk voor het bedrag dat zij nog van Mijn Mediamix Group te vorderen heeft. [gedaagde 2] zegt dat Mijn Mediamix Group uit het Handelsregister is uitgeschreven, omdat zijn boekhouder de jaarcijfers had moeten deponeren, maar dat niet heeft gedaan, waardoor hij in de problemen is gekomen met de Belastingdienst. Volgens [gedaagde 2] lag de uitschrijving buiten zijn controle.
1.3.
De kantonrechter heeft op 2 mei 2025 een tussenvonnis gewezen, omdat zij aanvullende informatie van Mijn Mediamix Group wilde. De kantonrechter vindt dat Mijn Mediamix Group die informatie onvoldoende heeft verstrekt. Zij heeft niet uitgelegd waarom zij die informatie niet zou kunnen leveren. Daarom legt de kantonrechter bepaalde onduidelijkheden in het nadeel van Mijn Mediamix Group en in het voordeel van [eiseres] uit. De kantonrechter komt tot de conclusie dat Mijn Mediamix Group de overeenkomst met [eiseres] niet goed is nagekomen en dat [gedaagde 2] daarvoor als bestuurder persoonlijk aansprakelijk is. Mijn Mediamix Group en [gedaagde 2] worden beiden veroordeeld tot betaling van € 9.704,62 aan [eiseres] , waarbij geldt dat als de één (een deel) betaalt, de ander (dat deel) niet meer hoeft te betalen en andersom.

2.Het verdere verloop van de procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 2 mei 2025,
- de e-mail van [gedaagde 2] van 16 juni 2025 met producties,
- de antwoordakte van [eiseres] van 15 juli 2025 met een productie,
- de e-mail van de kantonrechter aan partijen van 29 juli 2025,
- de e-mails van [gedaagde 2] aan [eiseres] en de kantonrechter van 14 augustus 2025,
- de e-mail van [eiseres] aan [gedaagde 2] en de kantonrechter van 14 augustus 2025,
- de e-mail van de kantonrechter aan partijen van 19 augustus 2025,
- de e-mail van [gedaagde 2] aan [eiseres] en de kantonrechter van 20 augustus 2025.
2.2.
De kantonrechter heeft [gedaagde 2] in het tussenvonnis bevolen om een nadere toelichting te geven op de uitschrijving van Mijn Mediamix Group en [bedrijf] B.V. uit het Handelsregister, door de volgende vragen te beantwoorden:
  • Hoe is het tot uitschrijving van de vennootschap(pen) gekomen? Maak hierbij onderscheid tussen Mijn Mediamix Group en [bedrijf] .
  • Waarom had [gedaagde 2] hier als bestuurder geen controle over?
  • Wie heeft de daadwerkelijke uitschrijving verricht en per welke datum?
  • Bestaan Mijn Mediamix Group en [bedrijf] als vennootschappen nog of zijn de vennootschappen ontbonden?
  • Voor zover van toepassing: waren er op het moment van ontbinding nog baten aanwezig in de vennootschappen en zo ja wat is de stand van zaken met betrekking tot de vereffening?
2.3.
De kantonrechter heeft [gedaagde 2] in het tussenvonnis ook bevolen om de volgende stukken toe te sturen:
  • correspondentie tussen hem en/of zijn boekhouder en de Kamer van Koophandel over de uitschrijving van Mijn Mediamix Group en [bedrijf] ,
  • de ontbindingsbesluiten,
  • eventuele andere relevante stukken in verband met de uitschrijving van de vennootschappen.
2.4.
[gedaagde 2] heeft per e-mail van 16 juni 2025 de volgende stukken ingediend: e-mails tussen hem en zijn boekhouder, twee afspraakbevestigingen van de Belastingdienst en een uittreksel uit het Handelsregister van Mijn Mediamix Group. [gedaagde 2] heeft daarbij toegelicht dat hij de notulen van de jaarvergadering 2023 niet van zijn boekhouder heeft gekregen en dat zijn eigen digitale archief verloren is gegaan door beperkte opslagcapaciteit.
2.5.
[eiseres] heeft in haar reactie op de toelichting van [gedaagde 2] aangevoerd dat hij de stukken te laat heeft ingediend en de vragen van de kantonrechter niet (voldoende) heeft beantwoord. Zij verzoekt de kantonrechter daarom om deze stukken en de toelichting van [gedaagde 2] buiten beschouwing te laten. [eiseres] heeft ook een filmopname ingediend.
2.6.
De kantonrechter heeft partijen daarna bericht dat zij zowel de akte met stukken van [gedaagde 2] – ondanks dat deze 1 uur en 19 minuten te laat was ingediend – als de filmopname van [eiseres] toestaat en dat [gedaagde 2] tot 13 augustus 2025 de gelegenheid krijgt om op de filmopname te reageren. [gedaagde 2] heeft de kantonrechter vervolgens op 14 augustus 2024 bericht dat hij de filmopname nooit heeft ontvangen en gevraagd of hij daar alsnog op mag reageren. [eiseres] heeft tegen dit verzoek van [gedaagde 2] bezwaar gemaakt, waarna de kantonrechter partijen heeft bericht dat zij het verzoek van [gedaagde 2] niet in behandeling neemt, omdat het is ingediend na het verstrijken van de aan hem gegeven reactietermijn.

3.De feiten

3.1.
[eiseres] en Mijn Mediamix Group hebben begin 2022 afgesproken dat Mijn Mediamix Group voor het bedrijf van [eiseres] een website zou ontwikkelen en vervolgens online marketingdiensten zou verlenen om de zichtbaarheid van de website te vergroten. [eiseres] heeft aan het begin een factuur van € 5.926,58 en in 2023 een factuur van € 3.777,62 voldaan. Voor het hele pakket heeft zij dus € 9.704,02 aan Mijn Mediamix Group betaald.
3.2.
Mijn Mediamix Group en [eiseres] hebben in 2022 en 2023 vaak contact gehad over de ontwikkeling van de website. Verschillende personen hebben namens Mijn Mediamix Group aan de website gewerkt.
3.3.
Op 5 september 2023 heeft [eiseres] Mijn Mediamix Group bericht dat zij ontevreden was over de uitvoering van de overeenkomst en verzocht om de website binnen vier weken naar haar tevredenheid op te leveren.
3.4.
Op 17 september 2023 heeft Mijn Mediamix Group gereageerd dat de website zal worden opgeleverd, maar de levertijd ook afhankelijk is van de medewerking van [eiseres] .
3.5.
[eiseres] heeft Mijn Mediamix Group op 19 maart 2024 bericht dat de website nog steeds niet is opgeleverd en verzocht om de website alsnog binnen twee weken op te leveren en daarbij een lijst met punten op te lossen. Zij heeft Mijn Mediamix Group daarbij ook gevraagd om de inloggegevens van de website aan haar te verstrekken.
3.6.
Op 2 april 2024 heeft Mijn Mediamix Group [eiseres] bericht dat de laatste punten van de website binnen twee weken zullen worden afgehandeld.
3.7.
Mijn Mediamix Group is per 3 april 2024 uitgeschreven uit het Handelsregister. In het Handelsregister staat dat de inschrijving van Mijn Mediamix Group per 29 januari 2024 wegens opheffing van de vestiging ambtshalve is doorgehaald.

4.De vordering

4.1.
[eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
Primair
Mijn Mediamix Group en [gedaagde 2] hoofdelijk veroordeelt tot
I. Terugbetaling van € 9.704,02, vermeerderd met wettelijke rente over dit bedrag vanaf datum van verzuim: 5 september 2023 althans vanaf de dag van dagvaarding, tot aan de dag van algehele voldoening,
II. Betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 297,68,
Subsidiair
III. Gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst uitspreekt, te weten; ontbinding van de overeenkomst met betrekking tot de Online Marketingdiensten en het gedeelte dat nog niet is nagekomen. [eiseres] eist dan de inloggegevens van de website zodat zij de website zelf kan afronden,
IV. Mijn Mediamix Group en [gedaagde 2] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de wettelijke handelsrente over de periode vanaf 5 september 2023.
[eiseres] vraagt de kantonrechter Mijn Mediamix Group en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en de wettelijke (handels)rente daarover.

5.De beoordeling

[eiseres] is ontvankelijk in haar vordering tegen Mijn Mediamix Group
5.1.
Een voorvraag die de kantonrechter moet beantwoorden is of [eiseres] ontvankelijk is in haar vordering tegen Mijn Mediamix Group. Als een vennootschap is opgehouden te bestaan, kan daar in beginsel niet meer tegen worden geprocedeerd. [1] De vordering van [eiseres] tegen Mijn Mediamix Group zou dan niet-ontvankelijk zijn. [gedaagde 2] heeft naar aanleiding van het tussenvonnis een uittreksel uit het Handelsregister ingediend, zie hiervoor onder 3.7, en toegelicht dat Mijn Mediamix Group is uitgeschreven vanwege een conflict met zijn boekhouder die de jaarrekening 2023 had moeten deponeren, maar dat niet heeft gedaan. Hij heeft daarna zelf contact opgenomen met de Belastingdienst en de jaarrekening alsnog ingediend, aldus [gedaagde 2] .
5.2.
De kantonrechter kan op basis van deze informatie niet vaststellen of Mijn Mediamix Group nog bestaat of niet. Uitschrijving uit het Handelsregister betekent op zichzelf niet dat een vennootschap is opgehouden te bestaan. [gedaagde 2] heeft – ondanks het bevel daartoe van de kantonrechter – geen ontbindingsbesluit of correspondentie met de Kamer van Koophandel over de uitschrijving ingediend. Hij heeft niet toegelicht dát en waarom hij niet over de gevraagde stukken kan beschikken. Daarmee heeft hij onvoldoende duidelijkheid heeft gegeven over de uitschrijving van Mijn Mediamix Group, terwijl dat bij uitstek op zijn weg had gelegen. In zo’n geval kan de kantonrechter aan het uitblijven van de gevraagde informatie gevolgen verbinden. [2] De kantonrechter verbindt hieraan in dit geval het gevolg dat er in deze procedure verder vanuit wordt gegaan dat de vennootschap nog bestaat en de tegen haar ingestelde vordering daarom ontvankelijk is. De vordering van [eiseres] tegen Mijn Mediamix Group wordt dan ook inhoudelijk behandeld.
Mijn Mediamix Group moet [eiseres] € 9.704,02 betalen
5.3.
[eiseres] voert onder andere aan dat Mijn Mediamix Group de afspraken met [eiseres] niet is nagekomen. Daardoor heeft zij geen werkende website en marketingdiensten ontvangen, terwijl zij daarvoor wel heeft betaald.
5.4.
De kantonrechter begrijpt het standpunt van [eiseres] als een beroep op wanprestatie. [3] [eiseres] heeft in dit geval recht op schadevergoeding als vast komt te staan dat Mijn Mediamix Group tekort is geschoten in de nakoming en [eiseres] daardoor schade heeft geleden. Daarnaast moet Mijn Mediamix Group in verzuim zijn. Dat betekent dat Mijn Mediamix Group de gelegenheid moet hebben gekregen om binnen een redelijke termijn alsnog (goed) na te komen en zij dat niet heeft gedaan. Omdat [eiseres] om terugbetaling van het betaalde bedrag verzoekt, moet zij feiten stellen en onderbouwen waaruit blijkt dat aan deze voorwaarden is voldaan.
5.5.
De kantonrechter oordeelt dat [eiseres] dat voldoende heeft gedaan en beslist dat Mijn Mediamix Group € 9.704,02 aan [eiseres] moet betalen.
5.6.
Tussen partijen is niet in geschil dat Mijn Mediamix Group een website voor het bedrijf van [eiseres] zou ontwikkelen en daarna marketingdiensten zou verlenen. Ook zijn partijen het erover eens dat [eiseres] uiteindelijk geen bruikbare website heeft gekregen en er (dus) ook geen marketingdiensten zijn verleend. Mijn Mediamix Group stelt dat zij altijd heeft gestreefd naar oplevering van de website, maar dat [eiseres] de samenwerking op 10 november 2023 heeft beëindigd. Maar uit de stukken blijkt dat dit niet klopt. [eiseres] heeft op 19 maart 2024 namelijk nog aan Mijn Mediamix Group gevraagd om de website binnen twee weken goed op te leveren. Op 2 april 2024 schrijft Mijn Mediamix Group dat de punten binnen twee weken worden afgehandeld. Daaruit blijkt dat partijen op dat moment beiden in de veronderstelling waren dat Mijn Mediamix Group nog verplichtingen had die moesten worden nagekomen. Van een beëindiging van de samenwerking was dus geen sprake. [eiseres] zegt dat Mijn Mediamix Group vervolgens opnieuw geen werkende website heeft opgeleverd. Dat heeft Mijn Mediamix Group niet weersproken. Ook de afgesproken marketingdiensten zijn niet geleverd.
5.7.
[eiseres] heeft door deze tekortkoming van Mijn Mediamix Group schade geleden. De hoogte van die schade bepaalt de kantonrechter op het bedrag dat [eiseres] al betaald heeft voor het pakket, € 9.704,02. Dat is het bedrag dat zij er in vermogen op achteruit is gegaan door de tekortkoming van [eiseres] . Als Mijn Mediamix Group de afgesproken diensten correct had geleverd, dan had [eiseres] voor dit bedrag een bruikbare website gehad en kunnen profiteren van de door Mijn Mediamix Group te verlenen online marketingdiensten.
5.8.
De kantonrechter volgt [eiseres] in haar standpunt dat Mijn Mediamix Group sinds 3 oktober 2023 in verzuim is, omdat zij Mijn Mediamix Group op 5 september 2023 een termijn van vier weken heeft gegeven om de website op te leveren, wat niet is gebeurd.
5.9.
De conclusie is dat Mijn Mediamix Group € 9.704,02 aan schadevergoeding moet betalen aan [eiseres] .
[eiseres] is ook ontvankelijk in haar vordering tegen [gedaagde 2]
5.10.
[gedaagde 2] heeft aangevoerd dat de beoordeling van onbehoorlijk bestuur via een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer moet gaan en [eiseres] hem dus niet bij de kantonrechter persoonlijk aansprakelijk kan stellen.
5.11.
De kantonrechter is het niet met [gedaagde 2] eens. Een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer is namelijk een heel ander soort procedure dan deze procedure bij de kantonrechter. Bij de Ondernemingskamer kunnen bepaalde belanghebbenden bij een onderneming verzoeken een onderzoek te laten instellen naar het beleid en de gang van zaken van die onderneming. Dat is hier niet aan de orde. [eiseres] vordert geen onderzoek, maar geld. Daaraan heeft zij ten grondslag gelegd dat [gedaagde 2] als bestuurder persoonlijk aansprakelijk is. Die beoordeling kan door de kantonrechter plaatsvinden. [eiseres] is dus ontvankelijk in haar vordering.
Ook [gedaagde 2] moet [eiseres] € 9.704,02 betalen
5.12.
[eiseres] vindt dat [gedaagde 2] , naast Mijn Mediamix Group, ook persoonlijk aansprakelijk is voor haar schade, omdat Mijn Mediamix Group kort na haar laatste contact met [gedaagde 2] is uitgeschreven uit het Handelsregister. Daardoor kon Mijn Mediamix Group haar verplichtingen tegenover [eiseres] niet meer nakomen. [gedaagde 2] heeft de uitschrijving uit het Handelsregister met opzet laten gebeuren, met als doel dat [eiseres] haar vordering niet meer kon innen en Mijn Mediamix Group haar contractuele verplichtingen niet meer kon nakomen, aldus [eiseres] .
5.13.
[gedaagde 2] vindt dat hem niets kan worden verweten. De uitschrijving van Mijn Mediamix Group had te maken met fouten van de boekhouder en niet met [eiseres] .
5.14.
Als een rechtspersoon (zoals Mijn Mediamix Group) tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is het uitgangspunt dat alleen de rechtspersoon aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. [4] Onder bijzondere omstandigheden kunnen ook (indirecte) bestuurders aansprakelijk zijn op grond van onrechtmatige daad in artikel 6:162 BW, maar daarvoor ligt de lat hoog. Voor zodanige aansprakelijkheid is vereist dat de bestuurder(s) een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt van de normschending door de rechtspersoon. Uit de rechtspraak volgt dat daarvan sprake is als een bestuurder wist of moest begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat zij haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. [5]
5.15.
Hoewel de drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid dus hoog ligt, is de kantonrechter van oordeel dat die drempel in deze zaak is gehaald. [eiseres] heeft voldoende onderbouwd dat [gedaagde 2] persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt van de uitschrijving van Mijn Mediamix Group uit het Handelsregister, waardoor zij de overeenkomst niet meer kon nakomen en [eiseres] haar schadevordering als gevolg daarvan niet op Mijn Mediamix Group kan verhalen. Dat Mijn Mediamix Group is uitgeschreven uit het Handelsregister staat vast. Wat daarvoor precies de aanleiding is geweest en hoe dat in zijn werk is gegaan, is onduidelijk gebleven omdat [gedaagde 2] de gevraagde informatie niet heeft aangeleverd. Die onduidelijkheden komen dus voor risico van [gedaagde 2] . De kantonrechter verbindt aan het niet leveren van de gevraagde informatie dan ook de consequentie dat zij uitgaat van de juistheid van de stellingen van [eiseres] dat Mijn Mediamix Group door die uitschrijving geen verhaal (meer) biedt en dat [gedaagde 2] van die uitschrijving een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Of [gedaagde 2] dat bewust heeft gedaan met als doel dat [eiseres] haar vordering niet meer kon verhalen, kan in het midden blijven. Ook uit de toelichting van [gedaagde 2] zelf blijkt immers dat de uitschrijving het gevolg zou zijn van het niet deponeren van de jaarstukken. Daarvoor is bij uitstek de bestuurder van de vennootschap verantwoordelijk. [gedaagde 2] kan zich dus niet verschuilen achter zijn boekhouder. Hij had moeten begrijpen dat door het (laten) uitschrijven van de vennootschap Mijn Mediamix Group haar verplichtingen ten opzichte van [eiseres] niet meer zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor haar schade als gevolg daarvan. Daarmee heeft [gedaagde 2] dus bewerkstelligd dat Mijn Mediamix Group haar verplichtingen niet nakwam. De kantonrechter betrekt bij haar oordeel dat sprake is van een persoonlijk ernstig verwijt ook dat [gedaagde 2] op 2 april 2024 nog aan [eiseres] mailt dat de website binnen twee weken wordt opgeleverd, terwijl Mijn Mediamix Group de volgende dag op 3 april 2024 is uitgeschreven uit het Handelsregister.
5.16.
De conclusie is dat [gedaagde 2] een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt met betrekking tot het niet nakomen en het geen verhaal bieden door Mijn Mediamix Group. Hij is daarom als (indirect) bestuurder aansprakelijk voor de schade die [eiseres] daardoor lijdt.
5.17.
[eiseres] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat haar schade het bedrag is dat zij voor het hele pakket heeft betaald, omdat zij dat bedrag niet kan verhalen op Mijn Mediamix Group vanwege de uitschrijving bij het Handelsregister (zie hiervoor). De vordering van € 9.704,02 wordt daarom ook tegen [gedaagde 2] volledig toegewezen.
Wettelijke rente
5.18.
[eiseres] vordert de wettelijke (handels)rente over de hoofdsom vanaf 5 september 2023. Wettelijke (handels) rente is een vorm van schadevergoeding voor het te laat voldoen van een geldsom en is verschuldigd vanaf het moment dat de schuldenaar met de betaling van die geldsom in verzuim is. Bij wettelijke handelsrente (die hoger is dan de ‘gewone’ wettelijke rente) moet het gaan om vertraging in de betaling voor geleverde diensten op grond van een handelsovereenkomst. [6] De grondslag van de veroordeling is in dit geval niet de handelsovereenkomst zelf, maar schadevergoeding. De wettelijke handelsrente wordt daarom afgewezen. De kantonrechter wijst de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW toe vanaf 3 oktober 2023, omdat Mijn Mediamix Group sinds die datum in verzuim is met het betalen van de schadevergoeding. Vanaf die datum is zij namelijk in verzuim met de nakoming van de overeenkomst, wat als het moment van intreden van de schade en daarmee het verschuldigd worden van de schadevergoeding geldt. Dat moment valt samen met het moment van verzuim met het betalen van die schadevergoeding, dat van rechtswege intreedt. [7]
Buitengerechtelijke incassokosten
5.19.
[eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 297,68. [eiseres] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat zij vóór het starten van deze procedure kosten heeft gemaakt om haar vordering te innen. Het gevorderde bedrag valt binnen de toepasselijke vaste tarieven. [8] Daarom wordt het gevorderde bedrag van € 297,68 toegewezen.
Proceskosten
5.20.
Mijn Mediamix Group en [gedaagde 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten de proceskosten van [eiseres] betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- griffierecht
257,00
- salaris advocaat
1.015,00
(2,5 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
totaal
1.407,00
5.21.
[eiseres] heeft wettelijke handelsrente over de proceskostenveroordeling gevorderd. Dit wordt afgewezen, omdat artikel 6:119a BW niet van toepassing is op de proceskostenveroordeling, zie hiervoor onder 5.18. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen, voor het geval Mijn Mediamix Group en [gedaagde 2] deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe voldoen.
Hoofdelijke veroordeling
5.22.
De kantonrechter veroordeelt Mijn Mediamix Group en [gedaagde 2] , zoals [gedaagde 2] heeft gevorderd, hoofdelijk tot betaling van de hiervoor genoemde bedragen. Dat betekent dat zij beiden aan te spreken zijn voor het hele bedrag. Daarbij geldt dat als de één (een deel) betaalt, de ander (dat deel) niet meer hoeft te betalen en andersom.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
veroordeelt Mijn Mediamix Group en [gedaagde 2] hoofdelijk om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 9.704,02, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, met ingang van 3 oktober 2023, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt Mijn Mediamix Group en [gedaagde 2] hoofdelijk om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 297,68 aan buitengerechtelijke incassokosten,
6.3.
veroordeelt Mijn Mediamix Group en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.407,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Mijn Mediamix Group en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
6.4.
veroordeelt Mijn Mediamix Group en [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.6.
wijst de vorderingen voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Huber, kantonrechter, bijgestaan door mr. W.B. Fonville, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2025.

Voetnoten

1.Artikel 2:19 en 2:23c van het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Artikel 21 en 22 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
3.Artikel 6:74 BW.
4.Hoge Raad 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2627
5.Hoge Raad 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 (
6.Artikelen 6:119 en 6:119a BW.
7.Artikel 6:83 onder b BW.
8.Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.