De rechtbank Amsterdam heeft op 20 augustus 2025 uitspraak gedaan over de vordering van de officier van justitie tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Roemeense autoriteiten. De opgeëiste persoon, geboren in Roemenië en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd verdacht van een strafbaar feit volgens Roemeens recht, waarvoor dubbele strafbaarheid geldt onder Nederlands recht.
Tijdens de zitting van 6 augustus 2025 verscheen de opgeëiste persoon, bijgestaan door zijn raadsman en een tolk. De rechtbank heeft de wettelijke termijn voor uitspraak met 30 dagen verlengd en gevangenhouding bevolen tot sluiting van het onderzoek. Het EAB voldeed aan de formele eisen en het strafbare feit betrof opzettelijke vernieling van goed dat aan een ander toebehoort.
Hoewel de rechtbank eerder een reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in Roemeense penitentiaire inrichtingen had vastgesteld, heeft zij nu geoordeeld dat de verstrekte detentiegarantie, waaronder voldoende individuele leefruimte en recht op dagelijkse buitenlucht, dit gevaar uitsluit voor de opgeëiste persoon. Daarom staan de detentieomstandigheden de overlevering niet in de weg.
De rechtbank concludeert dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn en verleent toestemming tot overlevering aan Roemenië. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk volgens de Overleveringswet.