Uitspraak
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 25 juli 2025.
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak vorderen [eiser 1] en [eiser 2] de schorsing van het arrest van het hof Amsterdam van 18 februari 2025, waarin zij werden veroordeeld tot ontruiming van hun woning binnen zes maanden. De ontruiming is gepland op 2 september 2025. De eisers stellen dat ontruiming hen dakloos maakt en dat de medische situatie van [eiser 1] dit onaanvaardbaar maakt.
De rechtbank overweegt dat het arrest van het hof nog niet onherroepelijk is, maar dat een veroordeling in beginsel uitvoerbaar bij voorraad is. De eisers hebben geen kennelijke misslag in het arrest aangetoond en de nieuwe feiten en omstandigheden die zij aandragen rechtvaardigen geen afwijking van het arrest. De belangenafweging van het hof, waarbij rekening is gehouden met de medische situatie en de bijzondere omstandigheden van het gezin, is niet gebrekkig.
De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing af en veroordeelt [eiser 1] en [eiser 2] in de proceskosten. De ontruimingstermijn van zes maanden blijft gehandhaafd, ondanks het lopende cassatieberoep dat naar verwachting in 2026 wordt beslist.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de ontruiming wordt afgewezen en de ontruimingstermijn van zes maanden blijft gehandhaafd.