Op 5 augustus 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat was uitgevaardigd door de regionale rechtbank in Elbląg, Polen. De zaak betreft de opgeëiste persoon, geboren in Polen in 1978, die zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland gedetineerd is. De rechtbank heeft de behandeling van het EAB op 22 juli 2025 gehouden, waarbij de opgeëiste persoon aanwezig was, bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.W. Ebbink, en een tolk. De rechtbank heeft de termijn voor uitspraak verlengd en de gevangenhouding bevolen.
De rechtbank heeft de argumenten van de raadsman verworpen, die stelde dat de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon waren geschonden omdat hij niet bij alle zittingen aanwezig was. De rechtbank oordeelde dat het EAB vermeldde dat de opgeëiste persoon in persoon was verschenen bij het proces dat tot de beslissing leidde, en dat de stelling van de raadsman onvoldoende onderbouwd was.
Daarnaast heeft de rechtbank de detentieomstandigheden in Polen beoordeeld. De raadsman voerde aan dat de opgeëiste persoon niet de medische zorg zou krijgen die hij nodig heeft vanwege zijn diabetes en dat hij vreesde voor zijn veiligheid in detentie. De rechtbank oordeelde echter dat er geen algemeen reëel gevaar was voor schending van de detentieomstandigheden en verwierp de verweren. Uiteindelijk concludeerde de rechtbank dat het EAB voldeed aan de eisen van de Overleveringswet en dat er geen weigeringsgronden waren, waardoor de overlevering werd toegestaan.