Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman, mr. J.C.N.T. van Haren.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Gerechtshof te Wrocław, Polen, gericht op de aanhouding en overlevering van een Poolse verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
De procedure kende meerdere zittingen en tussenuitspraak waarbij de rechtbank de beslistermijnen herhaaldelijk verlengde en het onderzoek schorste om aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit te verkrijgen. De opgeëiste persoon was aanvankelijk aanwezig, later niet meer, maar werd steeds vertegenwoordigd door zijn raadsman.
Op 4 februari 2025 stelde de rechtbank vast dat er een individueel gevaar voor schending van grondrechten bestond bij overlevering en hield de beslissing aan. Uiteindelijk bleek uit een bericht van SIRENE Duitsland dat de opgeëiste persoon zich inmiddels in overleveringsdetentie in Duitsland bevond en dus niet meer op Nederlands grondgebied was.
Hierdoor verviel de grondslag voor de vordering van de officier van justitie tot in behandeling nemen van het EAB. De rechtbank verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk en wees het verzoek af. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard omdat de opgeëiste persoon zich niet meer op Nederlands grondgebied bevindt.