ECLI:NL:RBAMS:2025:10797

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
13/147868-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overlevering op basis van Europees aanhoudingsbevel met betrekking tot detentieomstandigheden in Polen

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 30 december 2025 uitspraak gedaan over een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat is uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten. De zaak betreft de overlevering van een opgeëiste persoon, geboren in 1958, die in Nederland woont. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie tot overlevering beoordeeld aan de hand van de relevante wetgeving, waaronder de Overleveringswet (OLW). Tijdens de zittingen zijn verschillende tussenuitspaken gedaan, waarbij de rechtbank de detentieomstandigheden in Polen en de garanties van de Poolse autoriteiten heeft onderzocht. De rechtbank heeft vastgesteld dat de opgeëiste persoon minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven en dat er geen reëel gevaar is voor schending van zijn grondrechten. De rechtbank heeft de overlevering toegestaan, omdat aan de eisen van de OLW is voldaan en er geen weigeringsgronden zijn. De uitspraak is openbaar gedaan en er staat geen gewoon rechtsmiddel open tegen deze beslissing.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/147868-23
Datum uitspraak: 30 december 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 21 december 2017 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 20 december 2004 door
the Regional Court in Warsaw, XVIII
Penal Division, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding
en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1958 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting van 28 augustus 2018
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 28 augustus 2018. De zitting heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. B.Th. Nooitgedagt, advocaat in Amsterdam.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd geschorst tot 11 september 2018. Op die datum heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de uitspraakdatum op 25 september 2018 bepaald.
Tussenuitspraak van 25 september 2018 [2]
Bij tussenuitspraak van 25 september 2018 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en voor bepaalde tijd geschorst tot 4 oktober 2018, omdat zij meer tijd nodig had voor haar uitspraak.
Tussenuitspraak van 4 oktober 2018 [3]
Bij tussenuitspraak van 4 oktober 2018 heeft de rechtbank aan de hand van het toen geldende recht geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de strafbaarheid van het feit en de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. Daarnaast heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om aan de uitvaardigende justitiële autoriteit de door de rechtbank geformuleerde vragen over de Poolse rechtsstaat voor te leggen.
Zitting van 17 januari 2024
De voortzetting van de behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van
17 januari 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. B.Th. Nooitgedagt. De rechtbank heeft de zaak aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om het dossier aan te vullen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat in deze zaak de wettelijke termijn waarbinnen de rechtbank op basis van de OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, is verstreken. [4] Dit ontslaat de rechtbank niet van haar verplichting om op het overleveringsverzoek te beslissen. Het betekent echter wel dat geen wettelijke grondslag meer bestaat voor gevangenhouding. [5]
Zitting van 30 september 2025
De voortzetting van de behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van
30 september 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. B.Th. Nooitgedagt.
Tussenuitspraak van 14 oktober 2025 [6]
Bij tussenuitspraak van 14 oktober 2025 heeft de rechtbank geoordeeld over de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW, de detentieomstandigheden en het vastgestelde algemene gevaar ten aanzien van de Poolse rechtsstaat. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit aanvullende vragen te stellen over de detentieomstandigheden.
Zitting van 16 december 2025
De rechtbank heeft de behandeling van het EAB met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 16 december 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. B.Th. Nooitgedagt.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraken van 4 oktober 2018 en 14 oktober 2025

In de tussenuitspraak van 4 oktober 2018 heeft de rechtbank reeds geoordeeld over onder meer de grondslag en inhoud van het EAB (onder 3), de strafbaarheid van het feit (onder 4), de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW (onder 5) en over de toetsing aan artikel 11 OLW in combinatie met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU (Handvest) (onder 6).
In de tussenuitspraak van 14 oktober 2025 heeft de rechtbank geoordeeld over de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW (onder 3) en artikel 11 OLW voor wat betreft artikel 47 Handvest (onder 4.1) en de detentieomstandigheden in Poolse
remand prisons(onder 4.2).
Deze overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

4.Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden in Poolse remand regimes

4.1
Inleiding
Naar aanleiding van de tussenuitspraak van 14 oktober 2025 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit een brief verstrekt van 24 november 2025, afkomstig van de
Deputy director of Warszawa-Słuzewiec Arrest Centre.Daarin staat onder meer het volgende vermeld::
"In the event that the Dutch national, [opgeëiste persoon] , is surrendered under a European Arrest Warrant, this penitentiary unit guarantees that he will spend a minimum of two hours per day outside his cell, including in situations where he expresses a desire to participate in optional activities, use the common room, or a walk."
Op 25 november 2025 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit bovendien per brief de volgende aanvullende informatie verstrekt:
“(…) the Court kindly informs you that all other information previously provided remains valid, including that relating to the floor space of a residential cell designated for one inmate.”
4.2
Standpunt van de raadsman
De raadsman stelt zich primair op het standpunt dat de aanvullende informatie van 24 en 25 november 2025 onvoldoende antwoord geeft op de vragen die zijn opgenomen in de tussenuitspraak van 14 oktober 2025, met name ten aanzien van de geformuleerde punten op pagina 7 van de tussenuitspraak. Daarom moet geen gevolg worden gegeven aan het EAB en moet de officier van justitie niet-ontvankelijk worden verklaard. De raadsman doet subsidiair een verzoek tot aanhouding om aanvullende vragen te stellen aan de Poolse autoriteiten over de detentieomstandigheden. De raadsman verzoekt in dat geval ook een vraag te stellen over de mogelijkheid van contact met de buitenwereld, hetgeen van cruciaal belang is voor een gedetineerde.
4.3
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de aanvullende informatie van 24 en 25 november 2025 het algemene gevaar op schending van grondrechten in detentie in het Poolse
remand regimevoor de opgeëiste persoon wegneemt. De Poolse autoriteiten garanderen in de aanvullende informatie dat de opgeëiste persoon twee uur per dag buiten de cel kan verblijven. Het feit dat de Poolse autoriteiten geen antwoord hebben gegeven op de overige vragen uit de tussenuitspraak van 14 oktober 2025 vormt geen probleem, omdat die antwoorden pas relevant worden wanneer de Poolse autoriteiten niet kunnen garanderen dat de opgeëiste persoon twee uur per dag buiten de cel kan doorbrengen. De detentieomstandigheden staan dus niet langer aan overlevering in de weg.
4.4
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank moet beoordelen of, gelet op de aanvullende informatie, het algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het
remand regimein Polen terechtkomen voor de opgeëiste persoon is weggenomen. De rechtbank overweegt in dit kader als volgt.
In de tussenuitspraak van 14 oktober 2025 heeft de rechtbank al vastgesteld dat aan de opgeëiste persoon na overlevering een persoonlijke celruimte van minimaal 3 m2, exclusief sanitair, in een meerpersoonscel ter beschikking staat. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft deze garantie herhaald in de brief van 25 november 2025. Met de aanvullende informatie van 24 november 2025 hebben de Poolse autoriteiten voorts gegarandeerd dat de opgeëiste persoon minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. Ook deze garantie is door de uitvaardigende justitiële autoriteit herhaald in de brief van 25 november 2025. Als gevolg hiervan is de rechtbank van oordeel dat het algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Dat de uitvaardigende justitiële autoriteit niet is ingegaan op de op pagina 7 van de tussenuitspraak geformuleerde punten doet hieraan niet af. Zoals de rechtbank in die tussenuitspraak heeft overwogen, komen die punten pas aan de orde als de uitvaardigende justitiële autoriteit niet de garantie heeft kunnen geven dat de opgeëiste persoon minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven.
Met betrekking tot het verzoek van de raadsman om aanvullende vragen te stellen over de mogelijkheden voor de opgeëiste persoon om te communiceren met de buitenwereld, verwijst de rechtbank naar haar overwegingen in de tussenuitspraak van 14 oktober 2025. Uit de hierin weergegeven aanvullende informatie van 12 september 2025 blijkt dat de uitvaardigende justitiële autoriteit al garanties heeft verstrekt over (de mate van voortvarendheid van) de behandeling van verzoeken voor contact met de buitenwereld. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft in de aanvullende informatie van 25 november 2025 bevestigd dat deze informatie nog steeds van toepassing is. Het voorgaande maakt dat de rechtbank van oordeel is dat het algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Artikel 11 OLW staat niet aan de overlevering in de weg.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6, 7 en 11 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Warsaw, XVIII Penal Division,Polen, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. Westerman, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van V.C. Vermeulen, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 30 december 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW.
2.Niet gepubliceerd
4.Zie artikel 22 OLW.
5.De termijn van vrijheidsbeneming (en mogelijkheden tot verlenging daarvan) moeten in samenhang worden bezien met de wettelijke beslistermijn.