Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Regional Court in Warsaw, XVIII Penal Division(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
enforceable decision of Circuit Court in Warsaw of 27th April 1998.
4.Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW
District Court in Warsawheeft de volgende garantie gegeven:
6.Artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
hierna: HvJ) van 25 juli 2018 in de zaak C-216/18 PPU (
hierna: het arrest). De rechtbank verwijst in zoverre naar haar tussenuitspraak van 16 augustus 2018.
- een (nader) onderbouwd standpunt in te nemen ten aanzien van vraag 1 in het hiervoor weergegeven toetsingskader, te weten of er een reëel gevaar dreigt dat het grondrecht op een eerlijk proces in de kern wordt aangetast wegens structurele of fundamentele gebreken wat de rechterlijke macht van Polen betreft, die de onafhankelijkheid van de rechterlijke instanties van Polen in gevaar brengen.
- daarbij achtereenvolgens de in voornoemde tussenuitspraak onder a, b, en c vermelde vragen te beantwoorden en – zo nodig – de maatstaven die zien op de onafhankelijkheid van de rechter, zoals in het arrest weergegeven in de punten 63 tot en met 67, te hanteren.
een iederdat zijn of haar grondrecht op een eerlijk proces in de kern wordt aangetast. Een dergelijke situatie is thans niet aan de orde.
- Opinion No. 904/2017, van 11 december 2017, van
the European Commission for Democracy through Law (Venice Commission); - Het met redenen omkleed voorstel op grond van artikel 7, lid 1 van het VEU, inzake de rechtsstaat in Polen, van 20 december 2017 opgesteld door de Europese Commissie (COM(2017) 835
- Gegevens van
- Report of Special Rapporteur on the Independence of judges and lawyers on his mission to Poland, 5 April 2018, A/HRC/38/38/Add.1,
United Nations, General Assembly, Human Rights Council; - Final Opinion on Draft Amendments to the Act on the National Council of the Judiciary and Certain Other Acts of Poland, 5 mei 2017, JUD-POL/305/2017-Final [AlC/YM],
OSCE/ODIHR; - Opinion on Certain Provisions of the Draft Act on the Supreme Court of Poland, 30 augustus 2017, JUD-POL/313/2017 [AlC],
OSCE/ODIHR; - Opinion on Certain Provisions of the Draft Act on the Supreme Court of Poland (as of 26 September 2017), 13 november 2017, JUD-POL/315/2017 [AlC],
OSCE/ODIHR;
- Addendum to the Fourth Round Evaluation Report on Poland (Rule 34)van de Council of Europe’s Group of States against Corruption (GRECO), van 22 juni 2018, Greco-AdHocRep(2018)3.
- The white paper on the Reform of the Polish Judiciary, van 7 maart 2018, opgesteld door de Poolse regering naar aanleiding van het ‘met redenen omkleed voorstel’ van de Europese Commissie, en
- Answers to the questions asked by the ENCJ regarding the issues the ENCJ wantedto discuss at the meeting with the National Council of the Judiciary on 21 June 2018van
the Chairman of the national council of the judiciary of Poland, 12 juli 2018.
- de wet inzake de Nationale Raad voor Justitie, in werking getreden op 1 januari 2018;
- de wet inzake de Nationale School voor de rechterlijke macht, in werking getreden op 20 juni 2017;
- de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken, in werking getreden op 12 augustus 2017;
- de wet inzake het Hooggerechtshof, in werking getreden op 3 juli 2018.
White Paper(pag. 38) vermeld dat in de eerste zes maanden na de inwerkingtreding van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken (dat wil zeggen tot 12 februari 2018) 18,6% van de (vice)presidenten van de gewone rechtbanken is vervangen. Voorts is per 3 juli 2018 een nieuwe pensioengerechtigde leeftijd gaan gelden voor raadsheren van het Hooggerechtshof in Polen, waardoor de zittingstermijn van 40% van de raadsheren van dit hof, inclusief de president van het Hooggerechtshof, is verkort.
White Paperen de
Answers to the questions asked by the ENCJis opgenomen, belangrijke punten van zorg omtrent de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht minst genomen niet wegneemt en derhalve niet afdoet aan haar vaststelling dat er een reëel gevaar dreigt dat het grondrecht op een eerlijk proces in de kern wordt aangetast.
verstrekken van ‘
written remarks’door de Minister van Justitie? Zo ja, wat was
hiervoor de aanleiding?
Zo ja, op welke grond en met welke uitkomst?