ECLI:NL:RBAMS:2025:10762

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
7 januari 2026
Zaaknummer
C/13/779729 / HA RK 25-429
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 36 RvArt. 37 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen handelsrechter wegens gebrek aan gegronde wrakingsgrond

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. A.C.J. Klaver, handelsrechter te Amsterdam, omdat de rechter weigerde toe te staan dat een niet in Nederland ingeschreven advocaat pleitte namens verzoeker. Verzoeker stelde dat dit een schending was van het recht op rechtsbijstand zoals gegarandeerd in artikel 6 EVRM Pro.

De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 Rv Pro en het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1413), waarin is bepaald dat een rechterlijke beslissing op zich geen grond voor wraking kan zijn. De rechtbank concludeerde dat het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond was omdat het bezwaar betrekking had op een rechterlijke beslissing.

Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het wrakingsverzoek lichtvaardig was ingediend en derhalve sprake was van misbruik van recht. Daarom zal een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling worden genomen. De beslissing is uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Amsterdam op 4 december 2025 en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde wrakingsgrond en misbruik van recht.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer
Beslissing op het op 25 november 2025 ingekomen en onder rekestnummer C/13/779729/ HA RK 25-429 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker] ,
[bedrijf] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
gemachtigde mr. D. Pieterse,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. A.C.J. Klaver, handelsrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het navolgende processtuk:
 het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 25 november 2025 inhoudende het verzoek tot wraking.
1.2.
De rechter heeft niet in de wraking berust.

2.De feiten en het verzoek

2.1.
Blijkens het proces-verbaal was bij de mondelinge behandeling behalve mr. Pieterse als advocaat van verzoeker, ook mr. L.F. Delfgaauw aanwezig. Hij heeft verklaard dat hij in de hoedanigheid van advocaat van verzoeker aanwezig was en een pleitnota wilde voordragen. De advocaat van de wederpartij heeft daartegen bezwaar gemaakt, omdat mr. Delfgaauw zich niet in de zaak had gesteld als advocaat, de indruk was gewekt dat hij zou optreden als adviseur, toehoorder, en hij niet meer op het tableau in Nederland ingeschreven stond. Mr. Delfgaauw heeft hierna verklaard dat hij inderdaad niet in Nederland als advocaat staat ingeschreven omdat hij niet in Nederland gevestigd is. Vervolgens heeft de rechter partijen voorgehouden dat partijen in een handelszaak verplicht zijn te procederen bij advocaat en deze advocaat in Nederland op het tableau ingeschreven moet staan. Hierna heeft de gemachtigde van verzoeker verzocht of de spreekaantekeningen van mr. Delfgaauw als schriftelijk pleidooi geaccepteerd konden worden en deze de spreekaantekeningen zelf mocht voordragen.
Hierna is het volgende verklaard:
“De rechter houdt mr. Pieterse de volgende twee opties voor: dat hij de spreekaantekeningen voordraagt, of dat er een leespauze wordt ingelast om het stuk te lezen. Daarnaast houdt de rechter hem voor dat de eerste optie, het voordragen van de spreekaantekeningen, gebruikelijk is.
mr. Pieterse: ik dien een wrakingsverzoek in. De wrakingsgrond is als volgt:
1. Dit raakt aan rechtsbijstand wat is gegarandeerd in artikel 6 van Pro het EVRM. De rechtshulp van [verzoeker] wordt geweigerd en dat is in strijd met artikel 6 EVRM Pro. Ik behoud mij het recht voor om dat verder te onderbouwen, met een verwijzing naar eventuele rechtspraak.”

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn
aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel.
3.3.
In zijn arrest van 25 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1413) heeft de Hoge Raad overwogen dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen meebrengt dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing noch over het verzuim te beslissen. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak.
3.4.
Het bezwaar van verzoeker betreft een beslissing van de rechter. Een rechterlijke beslissing kan echter geen grond voor wraking opleveren zoals is beslist in het hierboven genoemde arrest. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven. Verzoeker kan zijn verzoek niet later alsnog aanvullen, omdat krachtens artikel 37 lid 3 Rv Pro alle feiten of omstandigheden tegelijk moeten worden voorgedragen.
3.5.
Omdat verzoeker het middel tot wraking lichtvaardig, want zonder redelijke grond heeft ingezet, is sprake van misbruik van recht. Bepaald zal daarom worden dat verdere verzoeken tot wraking in de zaak niet in behandeling worden genomen.
4. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking in de zaak met bovenstaand zaaknummer niet in behandeling zal worden genomen.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en I.M. Bilderbeek, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
Deze beslissing is ondertekend door de oudste rechter omdat de voorzitter daartoe niet in staat is.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.