3.1Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW
Standpunt van de raadsman
De raadsman stelt zich op het standpunt dat de overlevering dient te worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW, zowel voor het vonnis met referentie X K 329/21 als het verzamelvonnis met referentie X K 539/23. Ten aanzien van het vonnis met referentie
X K 329/21 moet de overlevering worden geweigerd omdat de opgeëiste persoon geen gebruik heeft kunnen maken van zijn verdedigingsrechten. De opgeëiste persoon stelt dat hij op enig moment na het verhoor bij de politie een adreswijziging heeft doorgegeven tijdens zijn meldplicht en dat hij geen correspondentie met betrekking tot deze procedure heeft ontvangen op dat gewijzigde adres in Polen. Ten aanzien van het verzamelvonnis met kenmerk X K 539/23 moet de overlevering worden geweigerd, omdat geen sprake is van één van de situaties zoals bedoeld in artikel 12, onder a tot en met d, OLW. Er zijn ook geen redenen om af te zien van deze weigeringsgrond nu uit de aanvullende informatie van 8 december 2025 blijkt dat het verzamelvonnis
ex officiois gewezen, de uitvaardigende justitiële autoriteit aangeeft dat de opgeëiste persoon niet op de hoogte was van de procedure en de adresinstructie zich niet uitstrekte tot toekomstige procedures, zoals de procedure die tot het verzamelvonnis heeft geleid. Dat met het verzamelvonnis de straf is verminderd, en dat dit in het voordeel van de opgeëiste persoon is, doet daaraan niet af. Mocht de rechtbank de overlevering wel toestaan voor het vonnis met referentie X K 329/21 en tot een weigering komen voor het verzamelvonnis met referentie X K 539/23, dan verzoekt de raadsman de rechtbank een garantie te vragen aan Polen dat zij uitsluitend de straf zullen executeren die is opgelegd bij het vonnis met referentie
X K 329/21.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich primair op het standpunt dat artikel 12 OLW niet aan overlevering in de weg staat. Ten aanzien van het vonnis met referentie X K 329/21 kan worden afgezien van de weigeringsgrond omdat de opgeëiste persoon een adresinstructie heeft gehad tijdens het verhoor op 12 januari 2021. Uit de aanvullende informatie van
8 december 2025 blijkt bovendien dat alle correspondentie met betrekking tot deze procedure naar het door de opgeëiste persoon opgegeven adres is gegaan en dat hij geen adreswijzigingen heeft doorgegeven. Ten aanzien van het vonnis met referentie X K 539/23 kan ook worden afgezien van de weigeringsgrond, omdat uit de aanvullende informatie van
8 december 2025 blijkt dat dit een administratief vonnis betreft, waarbij vrijwel geen ruimte is voor de opgeëiste persoon om te participeren in de procedure. Daarbij komt dat de opgeëiste persoon strafkorting heeft gehad. Al met al blijkt niet dat de opgeëiste persoon in zijn verdedigingsrechten is geschaad. Ten aanzien van de drie onderliggende vonnissen kan worden afgezien van weigering, omdat de opgeëiste persoon in alle procedures een adresinstructie heeft gehad en hij geen adreswijzigingen heeft doorgegeven. Subsidiair stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat de overlevering uitsluitend moet worden geweigerd voor het verzamelvonnis.
Indien de rechtbank de overlevering partieel weigert, dan dient geen extra garantie gevraagd te worden aan Polen, zoals door de raadsman is verzocht. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat Polen zich niet zal houden aan de partiële weigering. Het vragen van een dergelijke garantie verhoudt zich niet met het vertrouwensbeginsel.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat aan het EAB het vonnis met referentie X K 329/21 en een verzamelvonnis met referentie X K 539/23, waaraan de drie vonnissen met referenties II K 876/20, II K 850/20 en X K 77/21 onderliggend zijn, ten grondslag liggen.
Ten aanzien van het vonnis met referentie X K 329/21
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat – kort gezegd – is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.
Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.
De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.
Uit onderdeel d) van het EAB blijkt dat de opgeëiste persoon op 12 januari 2021 is verhoord door de Poolse autoriteiten, waarbij hij een adresinstructie heeft gehad en daarbij is geïnformeerd over de consequentie van het nalaten daarvan en dat een beslissing kan worden genomen in zijn afwezigheid. De Poolse autoriteiten hebben in de aanvullende informatie van 8 december 2025 aangegeven dat de opgeëiste persoon geen adreswijziging heeft doorgegeven. Gelet op het vertrouwensbeginsel gaat de rechtbank er daarom vanuit dat de opgeëiste persoon geen adreswijziging heeft doorgegeven, althans in ieder geval niet bij de juiste instantie. Het had op de weg van de opgeëiste persoon gelegen om adreswijzigingen tijdig en op de juiste wijze door te geven aan de justitiële autoriteiten. Als de opgeëiste persoon al niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces dat tot dit arrest heeft geleid, dan is hij op zijn minst kennelijk onzorgvuldig geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie. De rechtbank ziet daarom aanleiding om af te zien van de toepassing van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW en de overlevering toe te staan voor executie van dit vonnis.
Ten aanzien van het verzamelvonnis met referentie X K 539/23
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een verzamelvonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat – kort gezegd – is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.
Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.
De rechtbank ziet, anders dan de officier van justitie, geen aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.
Uit de aanvullende informatie van 8 december 2025 blijkt dat het verzamelvonnis
ex officiois gewezen en dus niet op initiatief van de opgeëiste persoon. Daarnaast blijkt uit de aanvullende informatie dat de eerder gegeven adresinstructie zich niet uitstrekt tot toekomstige procedures, zoals de procedure die tot het verzamelvonnis heeft geleid. De opgeëiste persoon heeft ook geen post ontvangen op het door hem opgegeven adres. Hierdoor kan de rechtbank niet concluderen dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de verzamelprocedure, noch dat hij daarvan op de hoogte had kunnen of moeten zijn. Evenmin kan daarom geconcludeerd worden dat hij ten aanzien van de verzamelprocedure al dan niet stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht of kennelijk onzorgvuldig heeft gehandeld. De rechtbank gaat niet mee in het standpunt van de officier van justitie dat de opgeëiste persoon niet in zijn verdedigingsrechten is geschonden omdat hij volgens de aanvullende informatie weinig inbreng zou hebben tijdens een zitting in het kader van een verzamelprocedure en bovendien een lagere straf heeft gekregen. Het gaat er immers om dat de rechter bij het opleggen van een verzamelvonnis een zekere mate van beoordelingsruimte had ten aanzien van de maat van de straf en dat de opgeëiste persoon het recht had om daarover gehoord te worden. Derhalve zal de rechtbank de overlevering op grond van artikel 12 OLW voor het verzamelvonnis weigeren. Nu de rechtbank tot een weigering komt voor het verzamelvonnis, behoeven de drie onderliggende vonnissen geen nadere bespreking.
De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de uitvaardigende justitiële autoriteit een garantie te vragen, inhoudende dat Polen uitsluitend de straf zal executeren die is opgelegd bij het vonnis met referentie X K 329/21. Gelet op het vertrouwensbeginsel gaat de rechtbank ervanuit dat het specialiteitsbeginsel door Polen zal worden nageleefd.