Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Regional Court in Gdańsk, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
judgement of the District Court Gdańsk-Court in Gdańsk of 21 September 2021met referentie X K 329/21; en
aggregate judgement of the District Court Gdańsk-South in Gdańsk of 3 August 2023met referentie X K 539/23.
the District Court in Starogard Gdański of 23 November 2020met referentie II K 876/20; en
the District Court in Starogard Gdański of 30 December 2020met referentie II K 850/20; en
the District Court Gdańsk-South in Gdańsk of 16 September 2021met referentie X K 77/21.
ex officiois gewezen, de uitvaardigende justitiële autoriteit aangeeft dat de opgeëiste persoon niet op de hoogte was van de procedure en de adresinstructie zich niet uitstrekte tot toekomstige procedures, zoals de procedure die tot het verzamelvonnis heeft geleid. Dat met het verzamelvonnis de straf is verminderd, en dat dit in het voordeel van de opgeëiste persoon is, doet daaraan niet af. Mocht de rechtbank de overlevering wel toestaan voor het vonnis met referentie X K 329/21 en tot een weigering komen voor het verzamelvonnis met referentie X K 539/23, dan verzoekt de raadsman de rechtbank een garantie te vragen aan Polen dat zij uitsluitend de straf zullen executeren die is opgelegd bij het vonnis met referentie
ex officiois gewezen en dus niet op initiatief van de opgeëiste persoon. Daarnaast blijkt uit de aanvullende informatie dat de eerder gegeven adresinstructie zich niet uitstrekt tot toekomstige procedures, zoals de procedure die tot het verzamelvonnis heeft geleid. De opgeëiste persoon heeft ook geen post ontvangen op het door hem opgegeven adres. Hierdoor kan de rechtbank niet concluderen dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de verzamelprocedure, noch dat hij daarvan op de hoogte had kunnen of moeten zijn. Evenmin kan daarom geconcludeerd worden dat hij ten aanzien van de verzamelprocedure al dan niet stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht of kennelijk onzorgvuldig heeft gehandeld. De rechtbank gaat niet mee in het standpunt van de officier van justitie dat de opgeëiste persoon niet in zijn verdedigingsrechten is geschonden omdat hij volgens de aanvullende informatie weinig inbreng zou hebben tijdens een zitting in het kader van een verzamelprocedure en bovendien een lagere straf heeft gekregen. Het gaat er immers om dat de rechter bij het opleggen van een verzamelvonnis een zekere mate van beoordelingsruimte had ten aanzien van de maat van de straf en dat de opgeëiste persoon het recht had om daarover gehoord te worden. Derhalve zal de rechtbank de overlevering op grond van artikel 12 OLW Pro voor het verzamelvonnis weigeren. Nu de rechtbank tot een weigering komt voor het verzamelvonnis, behoeven de drie onderliggende vonnissen geen nadere bespreking.
4.Strafbaarheid: feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
5.Artikel 11 OLW Pro: artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan de
Regional Court in Gdańsk, Polen, ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf die is opgelegd bij het vonnis met referentie X K 329/21.