Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the District Court in Krakow, Third Criminal Division,Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
;
.
4.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
5.Artikel 11 OLW Pro
remand regimein Polen
remand regimeslechts drie vierkante meter persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die veelal drieëntwintig uren per dag op zijn cel doorbrengt.
remand regime, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden.
remand regimein Polen waar hij zal worden gedetineerd.
hierna: IRC) op
remand regimeoverweegt de rechtbank als volgt. Op basis van de voornoemde aanvullende informatie kan de rechtbank niet vaststellen dat het algemene gevaar voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Hierbij is het volgende van belang. Voor de opgeëiste persoon is 3 m2 persoonlijke leefruimte gegarandeerd. Echter, de informatie waaruit blijkt aan welke activiteiten de opgeëiste persoon dagelijks kan deelnemen en de duur van die activiteiten, alsmede de omstandigheden waarvan die deelname en die duur afhankelijk zijn, is onvoldoende concreet. De rechtbank kan aan de hand van de aanvullende informatie niet vaststellen hoeveel uur per dag de opgeëiste persoon onder normale omstandigheden ongeveer buiten de cel kan verblijven, indien hij aan alle aangeboden activiteiten deel zou nemen. Uit de verstrekte informatie lijkt te volgen dat voorlopig gedetineerden, naast de dagelijkse wandeling van een uur, slechts gemiddeld een uur per week buiten de cel kan verblijven en dat dit slechts in bijzondere omstandigheden of als beloning voor goed gedrag kan oplopen naar maximaal gemiddeld twee uur per dag. De gegeven informatie is op dit moment onvoldoende concreet om voor de opgeëiste persoon het bedoelde algemene reële gevaar uit te sluiten.
6.Beslissing
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd en bepaalt dat de zaak opnieuw wordt ingepland op een zitting na het einde van de redelijke termijn (op 10 januari 2026) en uiterlijk 14 dagen voor 27 januari 2026.