De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 november 2025 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de rechtbank van Palermo, Italië, gericht op de overlevering van een Nigeriaanse verdachte. De verdachte werd bijgestaan door een raadsman en tolk. De rechtbank verlengde de beslistermijn en beval gevangenhouding.
De verdediging stelde dat het EAB niet genoegzaam was omdat de naam in de feitomschrijving afweek, de pleegperiode en -plaats onduidelijk waren en de Engelse vertaling van de aanvullende informatie taalkundig en inhoudelijk onduidelijk was. De officier van justitie betoogde dat het EAB voldoende was, met verwijzing naar jurisprudentie over ruime pleegperiodes en het ontbreken van specifieke pleegplaatsen.
De rechtbank oordeelde dat het EAB onvoldoende duidelijkheid biedt over de strafbare feiten, met name door de afwijkende naam, het ontbreken van pleegdatum en -plaats, en de onbegrijpelijke Engelse vertaling van de feiten 2 tot en met 4. De rechtbank kan niet uitgaan van de Italiaanse tekst of informele vertalingen. Daarom wordt het onderzoek heropend en geschorst om nadere informatie te verkrijgen. Het verzoek tot schorsing van het bevel tot gevangenhouding werd afgewezen vanwege vluchtgevaar.
De rechtbank bepaalde dat de zaak uiterlijk 20 december 2025 opnieuw op zitting wordt gepland, met oproeping van verdachte, raadsman en tolk. Tegen deze tussenuitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.