Op 4 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam een tussenuitspraak gedaan in een zaak betreffende een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat is uitgevaardigd door de Rechtbank van Palermo, Italië. De zaak betreft de opgeëiste persoon, geboren in Nigeria, die wordt verdacht van deelname aan een criminele organisatie en witwassen. De rechtbank heeft de behandeling van het EAB op 26 november 2025 gehoord, waarbij de officier van justitie, mr. A.L. Wagenaar, aanwezig was. De opgeëiste persoon werd bijgestaan door zijn raadsman, mr. H. Raza, en een tolk in de Engelse taal. De rechtbank heeft de termijn voor uitspraak verlengd en de gevangenhouding bevolen.
De raadsman heeft betoogd dat het EAB niet genoegzaam is, omdat er onduidelijkheden zijn over de identiteit van de opgeëiste persoon en de feiten die aan het EAB ten grondslag liggen. De officier van justitie daarentegen heeft gesteld dat het EAB voldoende informatie bevat en dat de beschrijvingen van de feiten in onderling verband moeten worden bezien. De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB niet voldoet aan de vereisten van de Overleveringswet, omdat essentiële informatie over tijdstip, plaats en betrokkenheid van de opgeëiste persoon ontbreekt.
De rechtbank heeft besloten het onderzoek te heropenen en de officier van justitie de gelegenheid te geven om nadere informatie op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit. Tevens is het verzoek tot schorsing van de gevangenhouding afgewezen, omdat de rechtbank van oordeel is dat er een vluchtgevaar bestaat. De rechtbank heeft bepaald dat de zaak uiterlijk 10 dagen voor 30 december 2025 opnieuw op zitting moet worden gepland.