ECLI:NL:RBAMS:2018:109

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 januari 2018
Publicatiedatum
12 januari 2018
Zaaknummer
13/752030-17
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OverleveringswetArt. 5 OverleveringswetArt. 7 OverleveringswetArt. 23 OverleveringswetArt. 29 Overleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overlevering aan Litouwen toegestaan voor internetgerelateerde oplichtingsfeiten

De rechtbank Amsterdam behandelde op 11 januari 2018 de vordering tot overlevering van een persoon aan Litouwen op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Litouwse justitiële autoriteiten. De opgeëiste persoon werd verdacht van zes strafbare feiten, waaronder diefstal van een betaalpas en het verrichten van onbevoegde financiële transacties via internet.

De verdediging voerde aan dat het EAB onvoldoende was omdat de plaats van handeling bij enkele feiten niet was vermeld. De rechtbank oordeelde dat de beschrijving van de feiten voldoende nauwkeurig en volledig was, onder meer door vermelding van IP-adressen, betrokken banken en bedragen. De plaats van handeling werd geacht Litouwen te zijn, ondanks de digitale aard van de feiten.

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldeed aan de eisen van de Overleveringswet en dat geen weigeringsgronden aanwezig waren. De specialiteit was gewaarborgd en de dubbele strafbaarheid hoefde niet te worden getoetst omdat de feiten op de bijlage 1 van de Overleveringswet stonden. De overlevering werd toegestaan zonder dat tegen de uitspraak een gewoon rechtsmiddel openstaat.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Litouwen toe voor het strafrechtelijk onderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/752030-17
RK-nummer: 17/7433
Datum uitspraak: 11 januari 2018
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 8 november 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 20 juli 2016 door the Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania, te Vilnius, Litouwen, en het strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] ,, dan wel in [geboorteplaats] , Litouwen, op [geboortedatum] 1990,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in het [P.I.] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 28 december 2017.
De opgeëiste persoon heeft schriftelijk afstand gedaan van zijn recht om op de vordering te worden gehoord. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink en de raadsvrouw van de opgeëiste persoon mr. T. Korff, advocaat te Amsterdam. Deze laatste heeft verklaard door de opgeëiste persoon uitdrukkelijk te zijn gemachtigd namens hem het woord te voeren.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia kloppen en dat de opgeëiste persoon de Litouwse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel, te weten een ‘ruling’ gedateerd
16 mei 2016 van the Vilnius City District Court met betrekking tot de strafzaak met nummer:
1-486-992/2016.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan zes naar het recht van Litouwen strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.
3.1
Genoegzaamheid
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de omschrijving van de feiten 2 tot en met 6 geen melding maakt van de pleegplaats. In zoverre voldoet het EAB niet aan de vereisten van artikel 2, tweede lid, aanhef en onder e OLW. Dit gebrek moet leiden tot weigering van de overlevering, dan wel tot het inwinnen van nadere informatie bij de uitvaardigende justitiële autoriteit.
De rechtbank overweegt het volgende.Uit de beschrijving van de feiten in het EAB onder e) kan worden afgeleid dat de opgeëiste persoon ervan wordt verdacht op of omstreeks 20 januari 2015 uit de woning van [persoon] in Vilnius, een betaalpas en de daarbij behorende pincode die op een papiertje stond genoteerd te hebben gestolen (feit 1).
Voorts wordt hij ervan verdacht dat hij vervolgens op vijf verschillende momenten op 20 januari 2015 en 8 februari 2015 financiële transacties heeft verricht, waartoe hij niet gerechtigd was, met gebruikmaking van deze gestolen betaalpas en pincode, nadat hij onder de naam van [persoon] een account had geopend op een website op internet (feiten 2 tot en met 6).
Van handelingen die via het internet plaatsvinden is niet altijd vast te stellen waar deze handelingen exact zijn uitgevoerd, het internet is een wereldwijd werkende digitale dienst.
De omschrijving van de feiten 2 tot en met 6 is echter nauwkeurig en zeer volledig. De verschillende transacties worden omschreven, het IP adres wordt steeds gegeven, de betrokken bankinstellingen worden genoemd en de bedragen die de opgeëiste persoon heeft opgenomen of geprobeerd heeft op te nemen worden genoemd.
Voorts is in het A-formulier vermeld:
Place(s) of offence(s): Vilnius, Lithuania.Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank voldoende dat Vilnius, althans de republiek Litouwen, ook ten aanzien van feit 2 tot en met 6 als pleegplaats wordt aangemerkt.
Relevant is ook dat het hier om een vervolgingsoverlevering gaat. Nader onderzoek – waaronder mede wordt verstaan het verhoor van de opgeëiste persoon door een rechter in Litouwen – kan er toe leiden dat de tenlastelegging wordt aangevuld en/of gewijzigd.
Voor de opgeëiste persoon is voldoende duidelijk waarvoor de overlevering wordt verzocht en tegen welke feiten hij zich moet verdedigen. De feiten zijn genoegzaam omschreven en de specialiteit is gewaarborgd. Het verweer faalt.

4.Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 20, te weten:
oplichting.
Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar het recht van Litouwen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

6.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 Overleveringswet.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan the Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania, te Vilnius, ten behoeve van het in Litouwen tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.
Aldus gedaan door
mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter,
mrs. C. Klomp en B. Poelert, rechters,
in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 11 januari 2018.
De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.