De rechtbank Amsterdam behandelde op 17 september 2020 een vordering tot overlevering van een verdachte aan Tsjechië op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de District Court in Most. De verdachte wordt verdacht van het vragen aan zijn partner om een valse verklaring af te leggen tegenover de politie over een gestolen telefoon, gepleegd in juli 2017 op Tsjechisch grondgebied.
De verdediging voerde aan dat het EAB onvoldoende specifiek was en dat het feit in Nederland niet strafbaar zou zijn. De rechtbank oordeelde dat het EAB voldoende duidelijkheid biedt over de aard, plaats en tijd van het strafbare feit, waarmee het specialiteitsbeginsel is gewaarborgd. Tevens werd geoordeeld dat het feit ook onder Nederlands recht strafbaar is gesteld onder artikel 285a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank verwierp de bezwaren van de verdediging en concludeerde dat aan de wettelijke vereisten voor overlevering is voldaan. Er zijn geen weigeringsgronden aanwezig. De overlevering van de verdachte aan Tsjechië wordt daarom toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.