Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het F9-formulier met bijlagen van 29 oktober 2024 van de zijde van [verweerder] ;
- het F9-formulier met bijlagen van 30 oktober 2024 van de zijde van [verzoeker] .
2.De beoordeling
Tussen de echtgenoten zal geen andere gemeenschap van goederen bestaan dan de gemeenschap van onroerende zaken en inboedel, zodat elke andere gemeenschap van goederen uitdrukkelijk wordt uitgesloten.
- Dat [verweerder] bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de woning te Aruba;
- Dat de minderjarigen met onmiddellijke ingang aan [verweerder] zullen worden toevertrouwd;
- Dat een zorgregeling zal gelden waarbij de minderjarigen in de even weken van woensdag uit school tot zondagochtend 10.00 uur bij [verweerder] zullen zijn en in de oneven weken van woensdag uit school tot vrijdag naar school en zondag vanaf 10.00 uur tot maandag naar school bij [verweerder] zullen zijn;
- Dat [verweerder] € 262,- zal betalen per kind per maand aan [verzoeker] als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding;
- Dat [verweerder] € 1.021,- per maand zal betalen aan [verzoeker] als uitkering tot haar levensonderhoud.
.
Berekening 4 gaat uit van de situatie dat de woning te [woonplaats 2] nog niet is verkocht terwijl er geen rekening meer wordt gehouden met de advocaatkosten. De door [verweerder] te betalen bijdrage bedraagt dan € 460,- per kind per maand.
- De betreffende overeenkomsten van geldleningen met de vader van [verweerder] ;
- Bankafschriften waaruit blijkt dat de vader van [verweerder] het geld daadwerkelijk heeft gestort;
- Bankafschriften waaruit de betalingen (aflossingen en rente) aan de vader van [verweerder] blijken.
3.De beslissing
- voor de periode dat rekening wordt gehouden met zowel de lasten van de woning te [woonplaats 2] en de advocaatkosten € 460,- per kind per maand,
- voor de periode dat de woning in [woonplaats 2] is verkocht en geen rekening meer wordt gehouden met de advocaatkosten € 464,- per kind per maand,
- voor de periode dat de woning te [woonplaats 2] is verkocht maar nog wel rekening wordt gehouden met de advocaatkosten € 464,- per kind per maand,
- in de situatie dat na een jaar na heden geen rekening meer wordt gehouden met de advocaatkosten maar de woning te [woonplaats 2] nog niet is verkocht € 460,- per kind per maand;
- voor de periode dat rekening wordt gehouden met zowel de lasten van de woning te [woonplaats 2] en de advocaatkosten € 756,- per maand,
- voor de periode dat de woning in [woonplaats 2] is verkocht en geen rekening meer wordt gehouden met de advocaatkosten € 1.609,- per maand,
- voor de periode dat de woning te [woonplaats 2] is verkocht maar nog wel rekening wordt gehouden met de advocaatkosten € 1.540,- per maand,
- in de situatie dat na een jaar na heden geen rekening meer wordt gehouden met de advocaatkosten maar de woning te [woonplaats 2] nog niet is verkocht € 824,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
pro formawordt voortgezet op
27 januari 2025zoals bepaald in rechtsoverweging 2.9.9. en houdt iedere verdere beslissing aan.
13 december 2024.