De rechtbank Amsterdam behandelt het verzoek tot inwilliging van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Duitse autoriteiten tegen een opgeëiste persoon geboren in 1984. De procedure kenmerkt zich door meerdere tussenuitspraak, schorsingen en heropeningen, waarbij de rechtbank onder meer een rechterlijke dialoog voert met de Duitse autoriteiten over minder ingrijpende alternatieven voor overlevering, mede gelet op het belang van de minderjarige dochter van de opgeëiste persoon.
De rechtbank heeft deskundigen op het gebied van neurologie en psychologie benoemd om een onafhankelijk advies uit te brengen over de zorgbehoefte van de minderjarige en de rol van de opgeëiste persoon daarin. Na ontvangst van de rapporten en een hoorzitting met de deskundigen is de rechtbank voornemens prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
De procedure is meerdere malen geschorst om partijen gelegenheid te geven aanvullende informatie te verstrekken en om een zorgvuldige afweging te maken tussen het belang van de overlevering en de belangen van de minderjarige dochter. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en schorst het opnieuw voor onbepaalde tijd, met het oog op het stellen van prejudiciële vragen en het sluiten van de procedure in januari 2025.