Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Inleiding
4.Ontvankelijkheid van de officier van justitie
5.Waardering van het bewijs
bijlage II, uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Hun doel is om geld te verdienen”, aldus [naam cursist 6] . Negentig procent van de leerlingen op [verdachte 1] zou dit hebben gedaan. Volgens [naam cursist 6] kostte de cursus € 1.250,00, waarvan € 850,00 naar de school ging en waarvan zij € 400,00 in Media Markt-bonnen ontving. Cursist [naam cursist 1] verklaart eveneens over het ontvangen van Media Markt-bonnen na zijn inschrijving bij [verdachte 1] . Deze werkwijze wordt bevestigd door de inbeslaggenomen administratie waarin zich contracten en facturen bevonden waaruit volgt dat er voor een ONA cursus € 1.250,00 door DUO werd betaald en dat [verdachte 1] daarvan 1/3 deel of € 400,00 in Media Markt of VVV-bonnen uitkeerde aan de cursist. [verdachte 2] en [verdachte 3] hebben verklaard dat zij hun leerlingen cadeaubonnen gaven.
wederrechtelijkverblijf in Nederland. Alleen dan kan gesproken worden van mensensmokkel als bedoeld in artikel 197a Sr.
wederrechtelijkverblijf. De cursisten verbleven ten tijde van de inburgeringsprocedure immers rechtmatig in Nederland op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Indien hun aanvraag voor een vergunning voor onbepaalde tijd zou worden afgewezen, hadden zij alsnog rechtmatig verblijf op grond van voornoemde titel of op grond van een andere titel, bijvoorbeeld het recht op verblijf vanwege asiel of op grond van gezinshereniging. Het is bovendien niet zo dat bij het niet tijdig voldoen aan de inburgeringseisen een verblijfsvergunning automatisch wordt afgewezen of vernietigd. Er kunnen ook boetes worden opgelegd.
De voorgestelde delictsomschrijving bevat een objectief bestanddeel, waarin de wederrechtelijkheid van de toegangsverschaffing of het verblijf tot uitdrukking is gebracht. De daartoe gebruikte term « wederrechtelijk » beoogt hier, zoals elders in het Wetboek van Strafrecht waar de wederrechtelijkheid in de strafbaarstelling zelf is verwoord, voor de aansprakelijkheid de eis te stellen dat de handeling waarop het bijwoord betrekking heeft is verricht zonder enig subjectief recht of enige bevoegdheid. De hulp moet dus verleend zijn ten opzichte van iemand die tot het verblijf of de toegang in onderscheidenlijk tot Nederland of het Schengen-rechtsgebied aan geen rechtsregel – van nationale of internationale herkomst – enige titel kan ontlenen.” [2]
geenrechtsregel – van nationale of internationale herkomst – enige titel kan ontlenen. Hieruit volgt dat de persoon aan wie hulp wordt verschaft, illegaal in Nederland of het Schengen-rechtsgebied moet (komen te) verblijven.
het uitsluitend recht heeft dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld”. Naar het oordeel van de rechtbank is een verveelvoudiging iedere vastlegging van een werk of een gedeelte daarvan op een informatiedrager, de eerste vastlegging daaronder begrepen. Het opnemen van een inburgeringsexamen geldt derhalve als een verveelvoudiging in de zin van de Auteurswet, en ook het verwerken van deze beelden in lesmateriaal valt hieronder. [6] Uit de bewijsmiddelen volgt dat examenvragen uit inburgeringsexamens in PowerPointpresentaties zijn verwerkt en dat bundels met examenvragen aan cursisten van [verdachte 1] zijn verstrekt. Gelet op de verklaringen van cursisten, de verklaring van de THI-verbalisant en het gegeven dat examenvragen onmiskenbaar in lesmateriaal zijn verwerkt, kan worden vastgesteld dat tijdens lessen op [verdachte 1] met geheime examenvragen is geoefend. Op basis hiervan kan, naast verveelvoudiging, naar het oordeel van de rechtbank worden bewezen dat onderdelen van inburgeringsexamens openlijk ter verspreiding zijn aangeboden en met dit doel voorhanden zijn gehad. Ook kan worden bewezen dat de onderdelen van de inburgeringsexamens werden bewaard uit winstbejag, nu de verveelvoudiging van deze onderdelen gericht is geweest op het verbeteren van de concurrentiepositie van de school, teneinde meer klanten aan te kunnen trekken die tegen betaling de cursussen zouden gaan volgen. Daarnaast is er door gebruik te maken van gestolen vragen tijdens de lessen, daar waar die lessen bestaan uit examentraining, minder lestijd nodig per cursist, hetgeen ook winst oplevert.
bijlage IIstelt de rechtbank vast dat de personen genoemd op de tenlastelegging een “Verklaring deelname cursus (ONA)” van [verdachte 1] hebben ontvangen, terwijl zij geen of minder lesuren hebben gevolgd dan op deze verklaringen staat vermeld. De verklaringen betreffen aldus valse geschriften. Twee van de verklaringen zijn door [verdachte 3] ondertekend, vijf in opdracht van [verdachte 3] en één in opdracht van [verdachte 2] . Dat deze geschriften zijn opgesteld met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken, blijkt uit het volgende.
“maar wacht even, ik krijg het van DUO, ik krijg het niet van hem.”[verdachte 2] vindt dat het op rekening van de leerling moet. Hij vertelt ook dat hij € 2.500,00 aan Neckerman vakantiebonnen aan iemand heeft gegeven. [verdachte 3] zegt “
nu kunnen we ons schuilen achter leermiddelen”. [verdachte 2] geeft aan dat zijn voorkeur naar VVV-bonnen uitgaat: “
met Media Markt wil ik stoppen, met VVV kan je alle kanten op....want wat wij doen, moeten we met grote jongens doen, met grote bedragen.” De rechtbank vindt mede gelet hierop ongeloofwaardig dat de verstrekking van de cadeaukaarten plaatsvond om leerlingen van lesmateriaal te voorzien. De rechtbank ziet hiervoor tevens bevestiging in overige betalingen die [verdachte 1] ten behoeve van cursisten heeft gedaan. Zo werden er ook betalingen aan rijscholen en van nutsvoorzieningen ten behoeve van cursisten gedaan. De cadeaukaarten en overige betalingen ten behoeve van cursisten waren onderdeel van de malafide bedrijfsvoering: hiermee kon [verdachte 1] leerlingen aantrekken en paaien, terwijl haar winstmarges hier nauwelijks onder leden.
6.Bewezenverklaring
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
7.De strafbaarheid van de feiten
8.De strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straffen en maatregelen
10.Beslag
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte 1], daarvoor strafbaar.
geldboete van € 40.000,00 (veertigduizend euro).
- 6710 EUR (Omschrijving: VVV bonnen ter waarde van euro 6.710,--(gewisseld), kadobon euro 6.710,-);
- 1 STK Vorderingen (Omschrijving: [bankrekening] );
- 12370 EUR (Omschrijving: mediamarkt bon);
- 350 EUR detailconsult (Omschrijving: detailconsult).