Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the Juvenile Courtin Créteil – voorwaardelijk opgelegde straf gaat de officier van justitie er gelet op de vraagstelling en het antwoord daarop van de Franse autoriteiten van uit dat de reden tot tenuitvoerlegging is gelegen in het strafbare feit waarvoor de opgeëiste persoon bij de beslissing van het Hof van Beroep te Parijs van 19 mei 2023 is veroordeeld. Nu de opgeëiste persoon bij de beslissing van
the Juvenile Courtin Créteil in persoon aanwezig is geweest en van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro kan worden afgezien ten aanzien van de beslissing van het Hof van Beroep te Parijs, staat artikel 12 OLW Pro niet aan overlevering in de weg.
the Juvenile Courtin Créteil van 23 oktober 2019. Uit de aanvullende informatie van 24 mei 2024 volgt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot het vonnis van
the Juvenile Courtin Créteil van 23 oktober 2019 heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro is daarom niet op die procedure van toepassing. Bij beslissing van het Hof van Beroep te Parijs van 19 mei 2023 is de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke vrijheidsstraf bevolen.
triggerend’feit de veroordeling van 19 mei 2023 betreft.
4.Strafbaarheid
5.Artikel 11 OLW Pro: Franse detentieomstandigheden
personal spacevan (ten minste een deel van de) gedetineerden, in de genoemde detentie-instelling in het gedrang komt.
personal space) hebben de gedetineerden op deze afdeling tot hun beschikking in een eenpersoons- en meerpersoonscel, en is dit inclusief of exclusief het sanitair en zijn deze sanitaire voorzieningen deugdelijk afgeschermd?
personal space) van minder dan 4 m2 – gelet op het arrest Dorobantu (ECLI:EU:C:2019:857, punten 72-77) – heeft de rechtbank ook de volgende aanvullende vragen:
6.Beslissing
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder 3.1 en 5 opgenomen voornoemde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.