Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
regio Amsterdam,
locatie Amsterdam,
hierna te noemen: de Raad.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft in een echtscheidingszaak geoordeeld dat het Iraanse recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van partijen. Partijen hadden een rechtskeuze gemaakt voor Iraans recht, maar een specifieke clausule (clausule A) in hun huwelijkse voorwaarden, die de vrouw alleen aanspraak gaf op de helft van het vermogen als zij niet zelf om de echtscheiding vroeg, is geheel buiten toepassing verklaard wegens strijd met de Nederlandse openbare orde.
De rechtbank oordeelde dat de clausule onlosmakelijk verbonden is met de schuldvraag bij echtscheiding en dat het vervallen van deze voorwaarde niet kan leiden tot een onvoorwaardelijke aanspraak van de vrouw. Daarom blijft de rest van de huwelijkse voorwaarden van kracht, maar wordt clausule A buiten beschouwing gelaten.
Verder bepaalde de rechtbank dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij de vrouw is, omdat zij het merendeel van de zorg draagt. De man moet een kinderbijdrage van €588 per kind per maand betalen. Een verzoek om partnerbijdrage werd afgewezen omdat de vrouw een bruidsgave heeft ontvangen die haar financiële belangen beschermt.
De rechtbank regelde ook de verdeling van de gezamenlijke woning conform Nederlands recht, waarbij een taxatie zal plaatsvinden en de vrouw of man de woning kan overnemen onder voorwaarden, anders volgt verkoop aan derden. Daarnaast werd een vergoeding van €5.000 vastgesteld voor de door de vrouw behouden inboedelgoederen.
Uitkomst: Iraans recht is van toepassing op huwelijksvermogensregime, clausule A wordt buiten toepassing verklaard, hoofdverblijfplaats minderjarigen bij vrouw, man moet kinderbijdrage betalen, partnerbijdrage afgewezen.