Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Radom, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
cumulative judgment of the Regional Court in Radomvan 3 maart 2020, met kenmerk II K 137/19 (hierna: het verzamelvonnis).
- een vonnis van
- een arrest van
- de op 17 april 2019 genomen beslissing tot tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijk opgelegde straf (hierna: de beslissing tot tenuitvoerlegging), welke beslissing is genomen - zo blijkt uit door de Poolse autoriteiten verstrekte aanvullende informatie van 8 april 2024 - omdat de opgeëiste persoon zou zijn veroordeeld voor een nieuw strafbaar feit,
- een vonnis van
- een arrest van
triggerendefeit dat in procedure 1 tot de beslissing tot tenuitvoerlegging van 17 april 2019 heeft geleid.
triggerendefeit een procedure met zaaknummer II K 57/17 zou betreffen in plaats van een eerdergenoemd nummer II K 127/16. De suggestie zou kunnen worden gewekt dat hier op vonnis 2 wordt gedoeld, maar het kenmerk van die procedure is II K 5
2/17 (en niet II K 5
7/17). De kenmerken lijken weliswaar op elkaar, maar komen niet overeen.
triggerendeveroordeling.
triggerendefeit het feit betreft waarvoor de opgeëiste persoon in procedure 2 is veroordeeld, komt zij tot de conclusie dat de Poolse autoriteiten de gestelde vraag ten aanzien van de
triggerendeveroordeling onvoldoende duidelijk hebben beantwoord en dat daarom de overlevering gedeeltelijk geweigerd dient te worden en wel voor het deel van de onderliggende procedure 1.
the Court of Appeals in Lublinvan 3 juni 2015 (met kenmerk II Aka 107/15) ten gronde definitief is afgedaan. De rechtbank zal dan ook die beslissing in hoger beroep aan artikel 12 OLW Pro toetsen.
triggerendfeit) die ten grondslag ligt aan de beslissing tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf wel onderworpen dient te worden aan de toets van artikel 12 OLW Pro.
De voorwaardelijke marihuanazaak is onvoorwaardelijk geworden vanwege de nieuwe veroordeling in de amfetaminezaak”), ook komt de instantie (
the District Court in Szydłowiec) en de uiteindelijk opgelegde straf (van één jaar en zes maanden) in procedure 2 overeen met de instantie en straf die in zowel de aanvullende informatie van 8 april 2024 als in de aanvullende informatie van 23 mei 2024 worden genoemd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de informatie van 23 mei 2024 een kennelijke verschrijving bevat en dat moet worden uitgegaan dat vonnis 2, met het kenmerk II K 5
2/17 (van procedure 2), de veroordeling met betrekking tot het - voor de beslissing tot tenuitvoerlegging van 17 april 2019 -
triggerendefeit betrof. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om op dit punt nadere vragen te stellen aan de Poolse autoriteiten.
the Regional Court in Radomvan 16 oktober 2018 (met kenmerk V Ka 723/18) ten gronde definitief is afgedaan. De rechtbank zal dan ook die beslissing in hoger beroep aan artikel 12 OLW Pro toetsen.
4.Strafbaarheid
5.Artikel 11 OLW Pro: artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Radom, Polen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.