Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
de strekking van artikel 10a Opiumwet inhoudt dat strafbaarheid ook aanwezig is, indien op een voorbereidingsdelict als bedoeld in artikel 10a lid 1 onder 2° of 3° Opiumwet het misdrijf als bedoeld in artikel 10 lid 3 of Pro lid 4 Opiumwet is gevolgd’. [1] De rechtbank stelt vast dat sprake is van een voltooid delict met betrekking tot feit 1. Gelet op de overweging van de Hoge Raad blijven de voorbereidingshandelingen in het kader van artikel 10a van de Opiumwet ook dan afzonderlijk strafbaar. De vraag die de rechtbank nu moet beantwoorden is of bewezen kan worden dat verdachte voorbereidingshandelingen heeft begaan met betrekking tot het afleveren, verstrekken en vervoeren van de metamphetamine en 3-CMC.
4.Bewezenverklaring
bijlagevervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
8.Beslag
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
8 (acht) maanden.