Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2024 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 april 2024.
Rechtbank Amsterdam
Eiser, voormalig medewerker textielreiniging, betwistte het besluit van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheidspercentage per 10 februari 2022 werd vastgesteld op 38,13%. Hij stelde dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en dat zijn klachten, waaronder COPD en rugklachten, onvoldoende waren meegenomen. Tevens voerde hij aan dat zijn opleidingsniveau en ongeletterdheid onvoldoende waren betrokken bij de beoordeling van geschikte functies.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen, waarbij ook bezwaren en aanvullende onderzoeken waren meegenomen. De beperkingen waren adequaat vastgesteld, waarbij rekening was gehouden met de chronische aard van zijn klachten en het feit dat verslavingsproblematiek niet meer speelde. De arbeidsdeskundige had op basis van deze medische gegevens passende functies geselecteerd en gemotiveerd waarom deze geschikt waren.
De rechtbank verwierp het standpunt van eiser dat hij niet aan opleidingsniveau 2 voldeed en dat het arbeidsdeskundig onderzoek onzorgvuldig was. Uit het dossier en de gegeven toelichtingen bleek dat eiser voldoende opleiding en werkervaring had om aan dit niveau te voldoen, en dat een nader gesprek geen meerwaarde had. Ook werd vastgesteld dat de functies geen hoge lees- of schrijfvaardigheden vereisten, passend bij de mogelijkheden van eiser.
Gelet op de deugdelijke medische en arbeidsdeskundige grondslag verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage van 38,13% wordt ongegrond verklaard.