Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
- het vonnis in de strafzaak van 13 september 2021;
- het Proces-verbaal berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling (hierna: rapport) van 28 februari 2022 (inclusief bijlagen), opgemaakt door T-398, Dienst Regionale Recherche, Eenheid Amsterdam, op verzoek van de officier van justitie, mr. C.J. Cnossen.
- een proces-verbaal terechtzitting van 16 april 2023 in deze ontnemingszaak met onder meer de beslissing van de rechtbank om een schriftelijke ronde in te stellen;
- de conclusie van antwoord van 23 juni 2023;
- de conclusie van repliek van 25 juli 2023;
- de conclusie van dupliek van 1 september 2023.
2.De vordering
€ 599.987,42.
€ 473.087,40. Aan deze wijziging liggen ten grondslag (i) een verhoging van de legale contante ontvangsten met een bedrag van € 14.400,02 door de winst van de verkoop van twee auto’s en (ii) een vermindering van de werkelijke contante uitgaven met € 125.000,- , omdat niet duidelijk is of veroordeelde de lening van [persoon 1] daadwerkelijk heeft geïnvesteerd in de B.V.
€ 473.087,40bedraagt. Rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn vordert de officier van justitie dat dit bedrag wordt verminderd met een percentage van 10%.
3.Grondslag van de vordering
1. medeplegen van voorbereiding van moord;
2. witwassen.
4.Het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 473.087,40.
€ 9.300,-stellen.
€ 463.087,40.
5.De verplichting tot betaling
6.Toepasselijke wettelijke voorschriften
7.Beslissing
€ 463.087,40(zegge: vierhonderddrieënzestigduizend zevenentachtig euro en veertig eurocent).
[veroordeelde]de verplichting tot betaling van
€ 420.652,43(zegge: vierhonderdtwintigduizend zeshonderdtweeënvijftig euro en drieënveertig eurocent) aan de Staat.
1080 dagen.