Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 27 september 2023;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 7 november 2023.
Rechtbank Amsterdam
Partijen zijn in 2007 in Iran gehuwd en hebben de Iraanse nationaliteit. In hun huwelijksakte is een bruidsgave overeengekomen bestaande uit 500 Bahar-e Azadi gouden munten. Na hun echtscheiding in 2023 vordert de vrouw betaling van deze bruidsgave.
De man betwist de verplichting, stellende dat de vrouw afstand zou hebben gedaan en dat de vordering onnodig is omdat dit bij de echtscheiding had moeten worden geregeld. De rechtbank oordeelt dat de bruidsgave een rechtsverhouding sui generis is die losstaat van het huwelijksvermogensregime en dat de Nederlandse rechter bevoegd is.
De rechtbank wijst het verweer van afstand af, erkent het Iraanse recht op de bruidsgave en veroordeelt de man tot betaling binnen veertien dagen. Een betalingsregeling wordt niet opgelegd wegens onvoldoende bewijs van draagkrachtproblemen. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van 500 gouden munten of €242.650 aan de vrouw binnen veertien dagen.