ECLI:NL:RBAMS:2023:7147
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening kinderbijslag wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de stopzetting van zijn kinderbijslag met ingang van het eerste kwartaal van 2022 door de Sociale Verzekeringsbank. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die vaststelt dat hij recht heeft op kinderbijslag vanaf dat moment.
Tijdens de zitting op 30 oktober 2023 heeft verzoeker aangevoerd dat zijn zoon wegens medische omstandigheden geen inkomen heeft en dat de kinderbijslag noodzakelijk is voor het betalen van achterstallige zorgkosten en het levensonderhoud totdat een Wajong-uitkering beschikbaar is. Verzoeker wil hiermee voorkomen dat zijn zoon met deurwaarders wordt geconfronteerd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van onverwijlde spoed, omdat verzoeker zelf een WIA-uitkering ontvangt, onderdak heeft bij zijn moeder en de gestelde kosten niet met stukken zijn onderbouwd. Daarnaast is kinderbijslag bedoeld als tegemoetkoming in de kosten van het onderhoud van kinderen en niet als laatste financieel vangnet. Daarom wordt het verzoek afgewezen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht toegekend. Tegen deze uitspraak zijn geen rechtsmiddelen mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot toekenning van kinderbijslag wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.