In deze civiele zaak tussen twee appartementseigenaren staat centraal of de houten vloer van de gedaagde voldoet aan de geluidsnorm zoals vastgelegd in het splitsingsreglement van de VvE. De eiseres klaagt over geluidsoverlast en vordert dat de vloer wordt vervangen door een vloer die voldoet aan de norm van maximaal 48 decibel contactgeluid.
De gedaagde voert verweer met een beroep op verjaring, het feit dat hij tapijt over de houten vloer heeft gelegd, en stelt dat de vordering onredelijk is en misbruik van recht betreft. De rechtbank oordeelt dat de verjaring is gestuit door een brief van de eiseres in 2021 en dat de norm voor harde vloeren niet kan worden omzeild door een kleed over de vloer te leggen.
De geluidsmetingen tonen aan dat de vloer de norm overschrijdt, ook na aanpassingen door de gedaagde. De rechtbank wijst het verweer dat de metingen onbetrouwbaar zijn af, maar staat de gedaagde toe een nieuw deskundigenrapport te overleggen. De overige bezwaren van de gedaagde worden verworpen. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat het rapport is overgelegd.