ECLI:NL:RBAMS:2023:6756
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Op 18 september 2023 diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter E. Pennink, die op 1 september 2023 een tussenvonnis had gewezen in een civiele procedure waarbij verzoeker opposant en eiser in conventie was.
Het wrakingsverzoek stelde dat de rechter niet op basis van schriftelijke feiten maar op aannames had geoordeeld, wat strijdig zou zijn met artikel 6 EVRM Pro. Tevens werd aangevoerd dat het achterwege laten van een mondelinge behandeling en het niet stellen van schriftelijke vragen de rechter de gelegenheid gaf om mogelijk misbruik te maken van artikel 21 Rv Pro.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek geen concrete feiten bevatte die de onpartijdigheid van de rechter aantasten en dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen een rechterlijke beslissing niet als wrakingsgrond kan dienen. De motivering van het tussenvonnis kon niet objectief worden opgevat als blijk van vooringenomenheid.
Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk en kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter E. Pennink is afgewezen wegens gebrek aan concrete feiten die onpartijdigheid aantasten.