Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2023:5467

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 augustus 2023
Publicatiedatum
25 augustus 2023
Zaaknummer
13/146531-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 13 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Nederland-Duitsland ondanks medische situatie opgeëiste persoon

De rechtbank Amsterdam behandelde op 24 augustus 2023 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Kantongerecht Koblenz, Duitsland, gericht op de overlevering van een Nederlandse verdachte verdacht van illegale handel in verdovende middelen. De verdachte is geboren in 1945 en kampt met ernstige nierproblemen en verschillende vormen van kanker.

De verdediging verzocht de overlevering te weigeren op grond van artikel 13 Overleveringswet Pro (OLW), vanwege de medische situatie van de verdachte en het belang van voortzetting van zijn behandeling in Nederland. De officier van justitie stelde echter dat de strafvervolging in Duitsland moet plaatsvinden omdat het onderzoek daar is gestart, medeverdachten ook in Duitsland worden vervolgd en de Nederlandse vervolging inmiddels is gestaakt.

De rechtbank oordeelde dat de medische omstandigheden geen reden zijn om de overlevering te weigeren volgens artikel 13 OLW Pro, mede gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad. Wel kan de medische situatie worden betrokken bij de beslissing over uitstel van feitelijke overlevering op grond van artikel 35 OLW Pro. De Duitse autoriteiten hebben een terugkeergarantie gegeven dat de verdachte een eventuele opgelegde straf in Nederland mag ondergaan.

De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. De overlevering wordt daarom toegestaan.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Duitsland toe ondanks diens ernstige medische situatie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/146531-23
Datum uitspraak: 24 augustus 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 29 juni 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 12 juni 2023 door het Kantongerecht Koblenz, Duitsland, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1945,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 10 augustus 2023, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.P.A. van Schaik, advocaat in Veenendaal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van het Kantongerecht Koblenz van 12 juni 2023 (30 Gs 5231/23 – 51 Js 550/22).
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid: feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Pro

Het EAB ziet op feiten die geacht worden geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren. [4]
De raadsman heeft de rechtbank verzocht de overlevering op grond van dit artikel te weigeren. Volgens hem moet de opgeëiste persoon voor deze feiten in Nederland worden vervolgd omdat de opgeëiste persoon kampt met ernstige nierproblemen en gediagnostiseerd is met verschillende vormen van kanker waarvoor hij in Nederland behandelingen ondergaat. Het is in zijn belang dat deze behandelingen in Nederland kunnen worden voortgezet.
De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht af te zien van deze weigeringsgrond en heeft daartoe aangevoerd dat het belang van een goede rechtsbedeling meebrengt dat vervolging in Duitsland plaatsvindt, nu het onderzoek is in Duitsland is aangevangen, de medeverdachten ook in Duitsland worden vervolgd, de verdovende middelen in Duitsland zijn ingevoerd en inbeslaggenomen en de Nederlandse onderzoeksresultaten al aan de Duitse autoriteiten zijn overgedragen. Ook wijst de officier van justitie op de uitspraak van de Hoge Raad van 28 november 2006 [5] waaruit volgt dat omstandigheden van humanitaire aard niet bij de beoordeling van deze weigeringsgrond mogen worden betrokken.
De rechtbank stelt voorop dat:
- aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn;
- de gedachte achter deze facultatieve weigeringsgrond is, te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd.
De rechtbank stelt vast dat de feiten volgens het EAB geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied zouden hebben plaatsgevonden, maar ziet daarin geen aanleiding om de weigeringsgrond toe te passen. Het opsporingsonderzoek vindt in Duitsland plaats en betreft een onderzoek naar strafbare feiten die door een organisatie zouden zijn begaan en waaraan de opgeëiste persoon zou hebben deelgenomen. De medeverdachten worden ook in Duitsland vervolgd. De rechtbank acht het in het belang van een goede rechtsbedeling dat de strafvervolging in Duitsland plaatsvindt. Daarbij neemt de rechtbank ook in aanmerking dat de strafvervolging die in Nederland tegen de opgeëiste persoon was gestart en op dezelfde feiten zag, inmiddels gestaakt is en de onderzoeksresultaten aan de Duitse autoriteiten zijn overgedragen.
Hetgeen de raadsman heeft aangevoerd, is voor de rechtbank onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. De rechtbank is zich zeer bewust van de medische situatie van de opgeëiste persoon, maar die situatie leidt in deze zaak niet tot toepassing van de weigeringsgrond van artikel 13 OLW Pro, gelet op hetgeen zij hiervoor heeft overwogen onder het tweede opsommingsteken. Voor zover de gezondheidstoestand van de opgeëiste persoon hiertoe aanleiding geeft, zou die in het kader van artikel 35 OLW Pro kunnen worden betrokken bij de beslissing over (uitstel van) de feitelijke overlevering. Een beslissing daarover kan echter pas aan de orde komen nadat de rechtbank heeft beslist over de toelaatbaarheid van de verzochte overlevering. De raadsman zal een en ander dus aan de orde moeten stellen in het kader van de te nemen beslissing(en) over mogelijke opschorting van de feitelijke overlevering.

6.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, hij deze straf in Nederland mag ondergaan.
De
Generalstaatsanwalt Koblenzheeft op 1 augustus 2023 de volgende garantie gegeven:

Er wordt verzekerd dat na het opleggen van een onherroepelijke vrijheidsstraf of andere sanctie in het kader van de procedure 51 Js 550/22 aan de beschuldigde [opgeëiste persoon] aangeboden zal worden om met het oog op de tenuitvoerlegging terug naar het Koninkrijk der Nederland overgeplaatst te worden.
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5, 6, 7 en 13 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het Kantongerecht Koblenz (Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. J. van Zijl en A.K. Glerum, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 24 augustus 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW.
5.Hoge Raad, 28 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY6631 en ECLI:NL:HR:2006:AY6633.