Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Verloop van de procedure
2.De feiten en het verzoek
3.De beoordeling
[verzoeker] verklaart:
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker, gedaagde in een lopende civiele procedure, diende een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter J. Huber wegens vermeende partijdigheid. Het verzoek betrof de beslissing van de rechter om uitspraak te doen zonder het CAK niet-ontvankelijk te verklaren.
De wrakingskamer overwoog dat een rechterlijke beslissing op zichzelf geen grond voor wraking kan zijn, conform de jurisprudentie van de Hoge Raad. Daarnaast ontbraken concrete feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter in twijfel konden trekken.
Het verzoek bevatte ook bezwaren tegen de dagvaarding en de wederpartij, welke niet relevant zijn voor de beoordeling van wraking. Daarom werd het verzoek als kennelijk ongegrond en niet-ontvankelijk beoordeeld.
Een mondelinge behandeling werd achterwege gelaten en het wrakingsverzoek werd formeel afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter J. Huber is afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid en niet-ontvankelijkheid.