De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering van het Openbaar Ministerie tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Polen in 2009 tegen een opgeëiste persoon met Poolse nationaliteit.
De procedure kende meerdere zittingen tussen 2014 en 2023, waarbij de opgeëiste persoon aanvankelijk aanwezig was en bijgestaan werd door een advocaat en tolk. De behandeling werd meerdere malen geschorst en verlengd, mede vanwege de complexiteit en een gerelateerde procedure tegen een medeverdachte.
Op 19 juli 2023 stelde de rechtbank vast dat de wettelijke beslistermijn op het overleveringsverzoek was verstreken en dat de verlenging van deze termijn op grond van de wetswijziging van de Overleveringswet per 1 april 2021 geen werking meer heeft. Tevens werd vastgesteld dat het EAB door de Poolse autoriteiten was ingetrokken.
Op grond hiervan verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk in haar vordering tot behandeling van het EAB. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.