Getir Netherlands B.V. heeft beroep ingesteld tegen een last onder dwangsom van €20.000,- en de invordering daarvan door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. De last werd opgelegd omdat het pand werd gebruikt als darkstore met flitsbezorging, wat volgens het college in strijd is met het bestemmingsplan ‘Noord/Zuidlijn De Pijp’. Getir voerde aan dat haar activiteiten detailhandel betreffen en dat de wijzigingen in de bedrijfsvoering sinds 4 augustus 2022 het gebruik rechtmatig maken.
De rechtbank oordeelt dat de oorspronkelijke bedrijfsvoering van Getir niet onder detailhandel valt, mede omdat de verkoop en levering online plaatsvinden en het pand hoofdzakelijk als opslag- en distributiecentrum wordt gebruikt. De wijzigingen in de bedrijfsvoering zijn onvoldoende om het gebruik als detailhandel te kwalificeren, aangezien driekwart van de transacties online is en het pand hoofdzakelijk voor opslag wordt gebruikt. De vergelijking met afhaal- en bezorgpizzeria’s wordt verworpen omdat daar geen opslag- en distributiecentrum in woonwijken wordt geëxploiteerd.
Ook de subsidiaire stelling dat de activiteiten onder de categorie fietskoeriers vallen wordt verworpen, omdat flitsbezorging verschilt van post- en koeriersdiensten doordat de goederen bij Getir zelf opgeslagen zijn. De rechtbank constateert een bevoegdheidsgebrek bij het invorderingsbesluit, maar passeert dit gebrek omdat Getir hierdoor niet is benadeeld. Het verzoek om descente wordt afgewezen. De beroepen worden ongegrond verklaard en het college wordt opgedragen het betaalde griffierecht te vergoeden.