Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juli 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , te Amsterdam, eiseres
[naam], te Sassenheim, die te kennen heeft gegeven alleen een kopie van de uitspraak te willen ontvangen.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres, voormalig kassamedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens psychische klachten en werd aanvankelijk voor 41,91% arbeidsongeschikt verklaard. Na bezwaar werd dit percentage verhoogd tot 64,30%, en later tot 80-100%, maar verweerder stelde dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was, waardoor geen recht op een IVA-uitkering bestond.
De rechtbank behandelde het beroep tegen twee besluiten: het eerste werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het was vervangen door het tweede besluit. Het geschil richtte zich op de vraag of eiseres duurzaam arbeidsongeschikt was volgens artikel 4 van Pro de Wet WIA. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige rapporteerden dat er nog reële kansen op verbetering waren door lopende behandelingen en therapieën.
Eiseres voerde aan dat zij een blijvende stoornis had en daarom recht had op een IVA-uitkering, maar de rechtbank oordeelde dat verbetering niet was uitgesloten en dat de verzekeringsarts terecht geen aparte functionele mogelijkhedenlijst voor duurzame beperkingen had opgesteld. Het beroep tegen het tweede besluit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres. De uitspraak werd gedaan door rechter F.P. Lauwaars op 5 juli 2023 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiseres niet duurzaam arbeidsongeschikt is en wijst het beroep op een IVA-uitkering af.