ECLI:NL:RBAMS:2023:3075

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 april 2023
Publicatiedatum
13 mei 2023
Zaaknummer
C/13/731837 / HA RK 23-110
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 268 SvArt. 348 SvArt. 350 SvArt. 512 SvArt. 515 lid 5 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris in strafzaak Sky/ECC

In de strafzaak Delos, waarin ontsleutelde communicatie via Sky/ECC een rol speelt, heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter-commissaris vanwege vermeende betrokkenheid bij eerder onderzoek naar Sky/ECC.

De wrakingskamer heeft het verzoek ontvankelijk verklaard maar inhoudelijk afgewezen. De enkele stelling dat de rechter-commissaris mogelijk betrokken was bij het eerdere onderzoek is onvoldoende om vooringenomenheid of de schijn daarvan aan te nemen. Bovendien is het standpunt dat onderzoekshandelingen door de rechter-commissaris na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting niet zijn toegestaan onjuist volgens de kamer.

De rechter-commissaris heeft verklaard dat het werken onder nummer noodzakelijk is voor vertrouwelijkheid en dat hij niet betrokken is bij de beantwoording van de zittingsrechterlijke vragen. De wrakingskamer concludeert dat het wrakingsverzoek niet gegrond is en wijst het af. Tegen deze beslissing staat geen voorziening open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen voor vooringenomenheid.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer
Beslissing van 31 maart 2023 gedane en onder zaaknummer C/13/731837 HA RK 23/110 ingeschreven verzoek van:
[verzoeker],
verzoeker,
gemachtigde mr. R. van Boom,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. E. Diepraam, rechter-commissaris, hierna de rechter.
Verloop van de procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van onder meer de navolgende processtukken:
  • het proces-verbaal van verhoor deskundige van 31 maart 2023 inhoudende het wrakingsverzoek,
  • de schriftelijke reactie van de rechter ingekomen op 4 april 2023,
  • de schriftelijke toelichting van mr. Van Boom, ingekomen op 4 april 2023,
  • de reactie van het Openbaar Ministerie, ingekomen op 5 april 2023.
De rechter heeft niet in de wraking berust. Het verzoek is behandeld ter besloten terechtzitting van 5 april 2023. Verschenen zijn de rechter en mr. S.A. van de Vliet, officier van justitie. De rechter was vergezeld van een teamgenoot. Mr. Van Boom heeft deelgenomen via een videoverbinding. In verband met de spoedeisendheid van de zaak heeft de Wrakingskamer aan het einde van de ochtend van 5 april 2023 mondeling uitspraak gedaan. De griffier van de Wrakingskamer heeft de uitspraak aan partijen meegedeeld bij e-mail van diezelfde datum. Deze beslissing bevat de uitwerking daarvan.

1.De feiten

Van de volgende feiten wordt uitgegaan.
Bij de rechtbank Amsterdam is een strafzaak aanhangig, de zaak Delos, tegen verzoeker en een medeverdachte (parketnummers 13/083796.22 en 13/15476.21). Bij aanvang van het verhoor van een deskundige van het NFI op 31 maart 2023 heeft blijkens het proces-verbaal verzoeker de rechter gewraakt nadat deze had geweigerd de vraag van mr. Van Boom te beantwoorden of de rechter “had opgetreden als rechter-commissaris in de zaak door betrokken te zijn geweest bij het onderzoek naar SkyECC (in de ruimste zin des woords)”. Vervolgens heeft de rechter geweigerd zich (desgevraagd) te verschonen.
De inhoudelijke behandeling door een meervoudige strafkamer van de zaak Delos staat geagendeerd op 11, 12 en 13 april 2023. Na de laatste pro formazitting van 23 februari 2023 heeft de rechtbank op 7 maart 2023 de rechter de opdracht gegeven een NFI deskundige te horen. In het onderzoek Delos speelt ontsleutelde communicatie via Sky/ECC een rol net als bij het onderzoek in een andere zaak (Bondela). In die zaak heeft een kantoorgenoot van mr. Van Boom aan een collega van de rechter de vraag gesteld of deze eerder had opgetreden als rechter-commissaris in de zaak (Bondela). Deze collega heeft bij e-mail van 6 maart 2023 aan een kantoorgenoot van mr. Van Boom meegedeeld dat op die vraag geen antwoord werd gegeven, omdat in het onderzoek onder nummer wordt gewerkt.

3.Het verzoek

3.1.
Verzoeker stelt dat uit artikel 268 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna Sv) volgt dat een rechter-commissaris die bij het vooronderzoek betrokken is geweest, niet mag deelnemen aan het onderzoek ter terechtzitting. Al hetgeen gebeurt na het begin van het onderzoek ter terechtzitting moet worden gezien als het onderzoek ter terechtzitting. Door zijn weigering de vraag te beantwoorden, is niet te achterhalen welke rechters-commissarissen onder nummer hebben deelgenomen aan het onderzoek naar Sky/ECC. Dat laat de mogelijkheid open dat de rechter betrokken was bij het onderzoek naar Sky/ECC. De vrees voor de schijn van partijdigheid, omdat het recht op een ’impartial tribunal’ in zin van artikel 6 EVRM Pro kan zijn geschonden, is daardoor objectief gerechtvaardigd.
3.2.
Als toelichting op deze wrakingsgrond is aangevoerd dat, nadat de zaak was uitgeroepen en de inhoudelijke behandeling was begonnen, de rechter-commissaris door de zittingsrechter is belast met het horen van de deskundige. Dit moet worden gekwalificeerd als het meewerken aan het onderzoek ter terechtzitting in de zin van artikel 268 Sv Pro. Als de rechter betrokken is geweest bij het onderzoek naar Sky/ECC en het voorbereidend onderzoek van de zaak Delos en de in dat kader afgegeven machtigingen jegens alle NN-gebruikers waaronder verzoeker, wordt verzoeker in zijn belangen geschaad. De strafzaak van verzoeker berust immers in belangrijke mate op de selectie en waardering van verkregen Sky/ECC data.
In de verschillende in het kader van het onderzoek verleende machtigingen staan passages waaruit blijkt dat over de betrouwbaarheid van ontsleuteling al een standpunt is ingenomen door de rechter-commissaris en dus over de rechtmatigheid. Er moet rekening gehouden worden met de mogelijkheid dat de rechter al betrokken was bij die eerdere onderzoeken en tegelijkertijd degene is die bepaalt welke vragen er in het onderzoek Delos mogen worden gesteld. Hoewel er begrip bestaat voor de keuze om onder nummer te werken, is dat een keuze van deze rechtbank. Uit dossierstukken blijkt dat enkele rechters-commissarissen als zodanig zijn opgetreden in het onderzoek naar Sky/ECC en ervan uitgaan dat het Sky/ECC bewijs rechtmatig is verkregen en over kennis beschikken over de technische aspecten van de opsporingstechniek waarover de verdediging noch de rechtbank beschikken; de vrees is dat de rechter het antwoord op bepaalde vragen daarom mogelijk zal beletten.

4.De reactie van de rechter

4.1.
De rechter heeft allereerst aangevoerd dat mr. Van Boom al op 6 maart 2023 ervan op de hoogte was dat het antwoord op de vraag naar zijn betrokkenheid bij het eerdere onderzoek niet gegeven zou worden. Het wrakingsverzoek is daarom tardief. Hij wenst echter een inhoudelijk oordeel van de Wrakingskamer.
4.2.
Voorts geldt nog het volgende, aldus de rechter. Er zijn goede redenen dat bij het kabinet R-C bij enkele onderzoeken onder nummer wordt gewerkt. Het onderzoek Argus is één van die onderzoeken. De coördinerend rechter-commissaris geeft de nummers uit en staat ervoor in dat de rechter-commissaris die onder dat nummer werkt inderdaad een bevoegde rechter-commissaris is. Over de naam van die betreffende rechter worden vanzelfsprekend nooit uitspraken gedaan, omdat het anders zinloos is om onder nummer te werken. Evenmin wordt bekend gemaakt of een rechter-commissaris juist niét degene is die onder een bepaald nummer beslissingen heeft gegeven.
Het standpunt dat alle onderzoekshandelingen die de rechter-commissaris verricht nadat de zaak voor de eerste maal is uitgeroepen, deel uitmaken van het onderzoek ter terechtzitting, is niet juist. Dat standpunt zou inhouden dat vanwege het bepaalde in artikel 268 Sv Pro de rechter-commissaris die na een verwijzing in een zaak waarin het onderzoek ter terechtzitting is aangevangen, onderzoekshandelingen verricht, niet betrokken mag zijn geweest bij het voorbereidend onderzoek. De beperking van artikel 268 Sv Pro geldt alleen voor zittingsrechters, die op basis van het onderzoek ter terechtzitting beslissen op de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv. De rechter-commissaris die in opdracht van de zittingscombinatie onderzoekshandelingen verricht, maakt geen deel uit van die combinatie. Ook als nadere verhoren door de rechter-commissaris deel zouden uitmaken van het onderzoek ter terechtzitting, dan is de consequentie daarvan bovendien dat het onderzoek ter terechtzitting nietig is (artikel 268 Sv Pro) en niet dat de rechter-commissaris onbevoegd, laat staan vooringenomen is.
4.3.
De rechter heeft partijen aanvankelijk de gelegenheid gegeven schriftelijk vragen te stellen aan de deskundige. Mr. Van Boom heeft op de avond voor het verstrijken van de termijn bericht daaraan niet te willen voldoen. Voor het verhoor van de getuige was vervolgens de hele dag uitgetrokken. Door op het allerlaatste moment te wraken, is het verhoor niet doorgegaan. Een nader verhoor van de deskundige voorafgaand aan de geplande inhoudelijke behandeling is nu niet haalbaar. De rechter heeft gelet hierop verzocht te bepalen dat een eventueel volgend wrakingsverzoek dat namens deze verdachte wordt gedaan, niet in behandeling te nemen.

5.De reactie van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.

6.De beoordeling

6.1.
De Wrakingskamer acht het verzoek ontvankelijk, omdat ervan uitgegaan wordt dat mr. Van Boom pas op de avond of de ochtend voor het verhoor op de hoogte is geraakt van de e-mail van 6 maart 2023, zoals hij heeft verklaard.
6.2.
Artikel 512 Sv Pro houdt in dat een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
6.3.
Anders dan de verdediging kennelijk meent, komt het de Wrakingskamer onjuist voor dat een rechter-commissaris die na verwijzing door de zittingsrechter onderzoekshandelingen verricht, daarmee handelt in strijd met artikel 268 lid 2 Sv Pro. Aldus is hij immers nog steeds niet betrokken bij de beantwoording van de vragen van artikel 348 en Pro 350 Sv. De beantwoording van deze vraag is overigens niet aan de Wrakingskamer maar aan de rechter of beroepsinstantie in de hoofdzaak. Zelfs als de stelling van de verdediging juist is leidt dat enkele feit nog niet tot de conclusie dat de rechter-commissaris vooringenomen is, te minder nu artikel 268 lid 2 Sv Pro zelf reeds de sanctie voor die situatie noemt: nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting.
6.4.
De enkele stelling dat de rechter (onder nummer werkend) in een andere zaak mogelijk betrokken is geweest bij eerder onderzoek naar Sky/ECC is onvoldoende voor het aannemen van vooringenomenheid of de objectief gerechtvaardigde schijn daarvan. Van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden uit dat eerdere onderzoek, die bovendien betrekking hebben op verzoeker en is immers niet gebleken. Het wrakingsverzoek zal dus worden afgewezen.
6.5.
De Wrakingskamer zal geen toepassing geven aan de anti-misbruikbepaling, omdat zij niet de overtuiging heeft dat sprake is van misbruik van bevoegdheid. Wel had mr. Van Boom zich actiever moeten opstellen om het antwoord te vernemen op de bewuste vraag van zijn kantoorgenoot aan de rechter. Dezelfde argumentatie werd immers ook in andere zaken van het kantoor van mr. Van Boom naar voren gebracht. Voorts is er geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen en er was ook nog een extra termijn verleend.
7. Op grond van het vorenstaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot wraking af.
Aldus in besloten raadkamer gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter en N.C.H. Blankevoort en J. Thomas, leden, in tegenwoordigheid van de griffier mr. W.C. van Lavieren en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 april 2023 en schriftelijk vastgesteld op 19 april 2023.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 515 lid 5 Sv Pro geen voorziening open.