Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
wonende te [woonplaats] ,
- het verzoek tot wraking van 8 februari 2023,
- de op 28 februari 2023 ingekomen bijlagen.
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen kantonrechter C.W. Inden naar aanleiding van een beschikking waarbij een ander als bewindvoerder van zijn zuster werd aangesteld. Verzoeker uitte ernstige beschuldigingen richting de rechter, waaronder corruptie.
De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij de onpartijdigheid van de rechter wordt vermoed tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. Daarbij is van belang dat een rechterlijke beslissing zelf geen grond voor wraking kan zijn, zoals bevestigd door de Hoge Raad in 2018.
De rechtbank concludeert dat het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond is omdat de aangevoerde gronden niet zien op daadwerkelijke vooringenomenheid en niet zijn onderbouwd met feiten. Een mondelinge behandeling is daarom niet nodig en het verzoek wordt afgewezen. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter Inden wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.