Eiser kreeg vanaf 13 november 2018 een AOW-pensioen toegekend met een korting van 32% omdat hij gedurende 16 jaar geen AOW heeft opgebouwd. Na een bezwaar dat ongegrond werd verklaard, stelde eiser beroep in tegen deze korting. De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was omdat eiser tijdig een brief had gestuurd die als beroepschrift kon worden aangemerkt.
Inhoudelijk stelde eiser dat het onrechtvaardig was dat hij als gehuwde een lager pensioen ontvangt dan een alleenstaande, omdat zijn vrouw nooit in Nederland heeft gewoond of gewerkt en dus geen AOW heeft opgebouwd. Dit zou volgens hem discriminatie opleveren.
De rechtbank overwoog dat de gehuwdennorm terecht is toegepast omdat eiser niet duurzaam gescheiden leeft van zijn vrouw. Het feit dat de echtgenote geen AOW heeft opgebouwd doet hier niet aan af. Het onderscheid tussen gehuwden en ongehuwden is volgens vaste rechtspraak objectief gerechtvaardigd en vormt geen verboden onderscheid in de zin van het EVRM. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.