Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 oktober 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
10 februari 2017 een bijstandsuitkering naar de norm van een alleenstaande toegekend. Op dat moment heeft verweerder het vermogen van eiser vastgesteld op € 1.575,-.
31 december 2017 € 249.462,- was, heeft verweerder een onderzoek ingesteld. Verweerder heeft de bevindingen van het onderzoek neergelegd in een rapport van 23 december 2019. Daarin heeft verweerder vastgesteld dat op 13 maart 2017 een bedrag van € 255.058,- is gestort op een ING-rekening eindigend op de cijfers ***6617 (de bankrekening) met als omschrijving ‘Erven [naam] ’. De bankrekening is op naam van eiser gesteld. Uit Suwinet volgt dat de moeder van eiser op 24 oktober 2016 is overleden. Deze bedragen zijn dus ten behoeve van de erfenis van de moeder van eiser op de bankrekening overgemaakt.
10 december 2019 opgeroepen om op 11 december 2019 te verschijnen op het kantoor van Amsterdam. Eiser werd verzocht een afschrift van het testament van zijn moeder mee te nemen naar het gesprek. Eiser is niet verschenen.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2022.