ECLI:NL:CRVB:2021:1438
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde verkoop van puppy’s
Appellante ontving bijstand sinds 2014 en verkocht gedurende zes maanden puppy’s via internet zonder dit te melden aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college stelde vast dat de verkoop zakelijk was en dat appellante de inlichtingenverplichting had geschonden. Hierdoor kon het recht op bijstand over die periode niet worden vastgesteld en werd de bijstand over die periode ingetrokken en teruggevorderd.
Appellante voerde aan dat het college het recht op bijstand schattenderwijs had moeten vaststellen, maar kon geen concrete schatting geven. Uit het onderzoek bleek dat er meer dan drie nestjes puppy’s waren en dat de verkoopprijzen hoger waren dan door appellante opgegeven. Ook ontbraken gegevens over verkopen en betalingen.
De Raad oordeelde dat bij schending van de inlichtingenplicht het college verplicht is het recht op bijstand schattenderwijs vast te stellen indien mogelijk, maar dat dit hier niet kon vanwege onvoldoende gegevens. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.